De huurschelder

Iemand die opbelt, te woord wordt gestaan door de stem uit de machine en meteen weer ophangt, is als iemand die een anonieme brief schrijft zonder tekst.

Zelden hoor je van mensen die een tekst op hun antwoordapparaat hebben aangetroffen - een uitvoerige tekst bedoel ik, de exploitatie van bijna de volle tijd die de opbeller op het bandje is toegemeten - waaraan de naam van de afzender ontbreekt omdat hij die welbewust verzwijgt. De gesproken anonieme brief is zeldzaam; de naamloze weet wel dat zijn stem voldoende zou zijn om hem te identificeren.

Waarom wil men anoniem blijven? Ik ga er nu van uit dat de anonymus kwade bedoelingen heeft. Dat geldt voor de meerderheid. Je hebt er ook met goede bedoelingen, mensen die onder de initialen N.N. duizend gulden voor de Stille Armen storten, op kerstavond een mandje met voedzaamheden op de stoep van een behoeftig gezin zetten en niet wachten tot de deur wordt geopend, kalief Haroen al-Rasjid (766-809) die in lompen gekleed goudstukken uitdeelde in de sloppen van Bagdad, enz. enz. Nu ik aan deze opsomming ben begonnen ontdek ik dat er veel meer goede anonymi zijn dan ik had verwacht.

Dat is geen antwoord op de vraag. Waarom willen weldoeners naamloos blijven? Laten we hun goedheid niet meteen overschatten. Misschien wel om hun schuldgevoel te sussen. Misschien omdat ze, nadat ze één behoeftige hebben geholpen, verwachten dat ze iedereen onder de welstandsgrens aan de deur zouden krijgen als ze hun naam hadden achtergelaten. Het is niet denkbeeldig. Wil je een bedelaar een gulden geven, doe dat dan alleen als er geen andere in de buurt is. Het klinkt cynisch; het is realistisch. Wat de weldoener op zak heeft is nooit voldoende om alle bedelaars in de buurt te apaiseren en de eeuwige oorlog tussen arm en rijk wordt er niet mee beëindigd. Laat dit alles niemand ervan weerhouden anoniem weldaden te bedrijven. Er is altijd iemand een beetje mee geholpen en dat is beter dan iedereen met niets.

De weldoener die naamloos wil blijven zit betrekkelijk eenvoudig in elkaar, maar hoe staat het met de anonieme kwaaddoener? Het vreemde, vind ik, is dat hij naamloos wil blijven juist voor degene die hij kwaad doet. Ik zou me kunnen voorstellen dat, als zijn kwaad ernstig genoeg is, hij zich wil onttrekken aan de greep van de politie of aan het oordeel van de publieke opinie. Maar hij onttrekt zich in de eerste plaats aan de identificatie door zijn slachtoffer. Kan het zijn dat hij zich bij voorbaat voor zijn slachtoffer schaamt? Geeft dat schamen misschien een aanwijzing voor de diepste oorzaak van zijn haat? Is de anonieme brief de schriftelijke opstand tegen een onderdrukker; een opstand die meteen al is mislukt, juist door de anonimiteit die de krielkip in de opstandeling ontmaskert? Mij dunkt dat Dostojevski hierover al het een en ander heeft geschreven, maar waar?

Afgezien van de naam die eraan is verbonden laat haat zijn eigen signatuur achter. Ik weet dat omdat ik regelmatig in de krant schrijf. Iedereen die dat doet of op de televisie verschijnt, al is het maar met het weerbericht, zal eens iemands haat wekken en een anonieme brief krijgen. Vroeger had je de "controversiële kwesties' met het koninklijk huis en het doorbreken van taboes. Degenen die daar aan het front stonden konden rekenen op stormen van haat, voor het grootste deel anoniem. Ik vertel niets nieuws, er is allerlei onderzoek over gedaan waaruit weer boeken en boekjes zijn voortgekomen. Twintig jaar geleden. ""Weet jij wat een controversiële kwestie is?'' vroeg ik iemand die ik op 35 schat. ""Geen idee'', zei hij. Ik vertelde hem hoe toen na sommige televisieprogramma's honderden mensen van alles en nog wat deden om anoniem lucht te geven aan hun haat. Hij was verbaasd.

Dat soort collectieve ontladingen hebben we op het ogenblik niet. Ze komen wel weer terug, maar niemand kan voorspellen wie dan tegen wie zal zijn en waarom. 't Is nu allemaal geïndividualiseerd: mens tegen mens, een titanenstrijd met invectieven waarbij het ondertekende deel van die krachtmeting waarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg is. Wat ik zei: dat maakt niet zoveel verschil omdat haat zijn eigen signatuur houdt. Meestal zie je al aan de envelop dat de inhoud niet veel goeds bevat. Uit de schrijfmachine of met de hand geschreven, de lay-out van het adres heeft iets vertrokkens als het gezicht van de afzender. Er is te weinig interlinie, men heeft te hard op de toetsen geslagen, de schrijfmachine is weinig gebruikt, de e's en de o's zijn niet schoongemaakt, kortom: er kleeft iets aan. Zelfs wie zijn haatbrief met een tekstverwerker en een printer schrijft ontkomt niet aan deze signatuur.

Kort voor ik aan dit stukje begon spraken we over bisschop, of ex-bisschop Bär en de anonieme brieven die tot zijn val hebben bijgedragen. Dat ze voorbeelden van de treurigste haatdragendheid zijn, wil ik zonder nader bewijs aannemen. Ik zou ze niet graag willen lezen maar wel eens, uit oogpunt van wat ik hierboven heb geschreven, van veraf willen zien. Het zou me niet verbazen als ze ook zo'n vertrokkenheid in de lay-out vertoonden.

Dat zei ik. ""Weet je wel'', zei een andere deelnemer aan dit ochtendgesprek, ""dat anonieme briefschrijvers een methode hebben om aan ontmaskering te ontkomen? Er bestaan tegenwoordig huurschelders. Die schijn je te kunnen huren en dan schelden ze onder hun eigen naam iemand uit die door jou wordt aangewezen. Zo wordt het effect bereikt zonder de nadelen die je vroeger had als je zelf anoniem zat te pennen.''

De huurschelder: we stonden allemaal verbaasd. Een nieuwe ontwikkeling. Haat is scheppend, heeft Max Scheler al vastgesteld. Zeventig jaar later krijgt hij opnieuw gelijk.