BETER DAN UTOPIA, ERGER DAN NAPELS

Italianen in "LaMerica' La Storia. Five Centuries of the Italian American Experience door Jerre Mangione & Ben Morreale 508 blz., geïll., HarperCollins 1992, f 96,- ISBN 0 06 016778 5

"De Tijd is een gentleman en hij zal ons alles vergeven'', luidt een veelgebruikt Italiaans gezegde, dat mét de emigranten mee naar Amerika kwam. Ongetwijfeld werd dit maxime vaak uitgesproken door Italiaanse vrouwen wanneer ze in de sloppenwijken van New York van zeven hoog bloempotten lieten vallen op de hoofden van passerende vreemdelingen die er zo op het oog gefortuneerd uitzagen. De jongens op de grond deden de rest.

""New York is nog erger dan Napels'', verzuchtte een naamloos gebleven emigrant over deze aasgierenpraktijk. Voor hem bleek de kwaliteit van het leven in de Nieuwe Wereld rond de eeuwwisseling een bittere teleurstelling. Het was een gevoel dat de meeste Italianen destijds konden onderschrijven. Ze hadden het chaotische koninkrijk van koning Umberto I verruild voor een land dat in niets leek op het romantische Utopia dat ze kenden van de verhalen. Toch klonk het hoopvolle ""Viva LaMerica'' er bij aankomst in New York niet minder om.

Het verhaal over hoe de Italianen met miljoenen naar Amerika trokken, is al vaak verteld. Zo beschreef Gay Talese onlangs in Unto the Sons nogal uitputtend de emigratiegeschiedenis (en alle consequenties dienaangaande) van zijn vader, terwijl de filmindustrie zich ook niet onbetuigd liet: The Godfather-cyclus van Francis Ford Coppola is maar één voorbeeld. En zojuist verscheen een nieuwe studie die veel van wat er eerder is gepubliceerd overbodig maakt: La Storia. Five Centuries of the Italian American Experience.

De auteurs Jerre Mangione (hoogleraar aan de universiteit van Pennsylvania) en Ben Morreale (professor aan de State University van New York) hebben bovenal geprobeerd de legendevorming die altijd aan Italiaanse Amerikanen heeft gekleefd, te demythologiseren. Zonder de criminele overlevingsstrategieën van de nieuwkomers, zoals genoemde bloempottechniek, te ontkennen, richten zij hun pijlen op alle clichés die in omloop zijn. Vooral die van de met veel bravoure behepte Italiaanse jongeling, die eenmaal in Amerika onontkoombaar in de klauwen van de mafia valt. ""Tot mijn schande moet ik bekennen'', biecht Mario Puzo, auteur van het in dit opzicht zo beeldbepalende The Godfather tegenover hun op, ""dat ik het hele boek op knipsels heb gebaseerd. Ik heb nog nooit een gangster ontmoet.''

Toch werd Don Corleone, gevoed door gesimplificeerde berichten die na de Tweede Wereldoorlog over de georganiseerde misdaad verschenen, het Amerikaanse prototype van de Italiaanse peetvader. Na het verschijnen van The Godfather hoefde het leven zelf slechts de fictie te imiteren. Zo organiseerden Italiaans-Amerikaanse studenten "families' om geld van hun klasgenoten af te persen, waarbij ze alleen maar Al Pacino en Marlon Brando naspeelden (""Capisc'... huh?'') om er succes mee te hebben.

"TE VEEL EN TE LAAT'

Als bevolkingsgroep hadden de Italianen in de Nieuwe Wereld een valse start. Ze kwamen ""met te veel en te laat'' om gebruik te maken van de gratis landverdeling die eerdere immigranten wel ten deel viel. Zo bleef driekwart van de 4,5 miljoen Italianen die tussen 1860 en 1920 naar Amerika trokken, wonen aan de Oostkust. Daar vervulden ze veelal de baantjes waarvoor de WASP's inmiddels hun neus ophaalden. Rond 1890 bestond de arbeidskracht bij het Newyorkse departement voor Publieke Werken dan ook voor 90 procent uit Italianen.

Logisch dat de kinderen van de eerste generatie het anders wilden doen: ze probeerden al snel Amerikaanser te zijn dan de Amerikanen. Dat begon natuurlijk met de voornaam: Calogero werd Charlie; Baldassaro, Ben; Salvatore, Sam of Sal; Luigi, Louie; Gaetano, Guy; Concetta, Connie; en Antonio natuurlijk: Tony. En anders dan hun ouders, leerden zij wél Engels.

""Maak je geen zorgen over geluk. Wees blij dat je leeft'', was een ander gezegde dat de eerste generatie mee naar Amerika had genomen. Zoveel fatalisme werkte in die dynamische samenleving natuurlijk averechts, en dat hadden de kinderen van de landverhuizers al snel begrepen.""We werden Amerikanen door te leren ons te schamen voor onze ouders'', noteerde schrijver Leonard Covello, en dat is een constatering die ook is terug te vinden in de herinneringen van succesvolle entrepreneurs als Ameado Obici, oprichter van de Planters Peanuts Compagny, Vincent Riggio, die van Lucky Strike het populairste Amerikaanse sigarettenmerk wist te maken, en Lido (Lee) Anthony Iacocca, eertijds president van de Chrysler Company.

Dat de tweede generatie Italianen aanvankelijk met argusogen werd bezien, was de tol van het in de beginjaren met passie gepredikte anarchisme en socialisme. De Italiaanse zonen ontdeden zich echter van het stigma sociale onruststoker te zijn door zich als volbloed Republikein bekend te maken. Zo werd Fiorello LaGuardia in de pers aanvankelijk afgeschilderd als "de Kleine Garibaldi', maar won hij als Republikein in 1933 de campagne voor burgemeester van New York City, een post die hij drie termijnen behield. Hij werd geliefd door zijn agressieve hervormingspolitiek, waarbij hij de lokale politieke misdaad en corruptie te lijf ging. Met Al Capone en Lucky Luciano nog vers in het geheugen, groeide LaGuardia uit tot het levende bewijs dat niet iedere Italiaan direct een Peetvader behoefde te zijn.

RUDOLPH VALENTINO

Daarbovenop kwamen de 500.000 Italiaans-Amerikaanse soldaten, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Amerikaanse leger dienden. Met het voormalige moederland als de vijand, was die keuze een bewijs van hun loyaliteit: anders dan de Japanners en Duitsers, werden de Italianen gedurende de oorlog dan ook niet grootscheeps in interneringskampen gestopt.

Wat natuurlijk ook hielp bij de sociale acceptatie, was de showbizz. Dat de legendarische latino lover Rudolph Valentino, geboren Rodolfo Guglielmi, bij zijn begrafenis in 1926 een plaquette op zijn kist meekreeg, met als opschrift ""VAN BENITO MUSSOLINI'', was even een tegenslag, totdat het een stuntje van een Amerikaanse pr-man bleek. En hoewel Frank Sinatra nu niet bepaald van een onberispelijke levenswandel kan worden beticht, heeft ook hij zijn patriottisme nooit verhuld. Hetzelfde geldt voor popzangeres Madonna Louise Veronica Ciccone.

Maar het hart van de working class Amerikaan kan uiteindelijk alleen gestolen worden door een sportheld. En met honkballer Joe DiMaggio zat dat wel goed, wat de Italiaanse Amerikanen betrof. Zo hard hij de bal met zijn knuppel het stadion uit kon jagen, zo legendarisch is ook zijn zwijgzaamheid. Bekend is bijvoorbeeld de beperkte conversatie waarmee hij een driedaagse rit met de spelersbus van San Francisco naar Florida opvrolijkte (chauffeur: ""Zeg, wil jij misschien even rijden?''; DiMaggio: ""Dat kan ik niet.'').

Weliswaar een man van weinig woorden, groeide DiMaggio uit tot een rolmodel en schopte het zelfs tot echtgenoot van Marilyn Monroe. Zo droeg hij een aardig steentje bij tot de mythe van de fysieke Italiaan, zoals de boksers Tony Galento, Jake Lamotta, Rocky Marciano en Rocky Graziano dat al eerder hadden gedaan. Het werd een geliefd filmgegeven, iets dat Italiaanse Amerikaan Sylvester Stallone handig wist uit te buiten met zijn Rocky-reeks, gebaseerd op leven en werk van Graziano. ""Zoals Coppola en Martin Scorsese incasseerden op het imago van de mafioso, zo wist Stallone de karikatuur van de Italiaanse Amerikaan die all brawn and no brain is, volledig te exploiteren'', schrijven de auteurs. Dat die eendimensionale benadering beide heren terdege dwars zit, is bij het lezen van dit boek dan allang duidelijk.

Mangione en Morreale gaan intussen niet voorbij aan de roerige beginjaren van de immigratie, toen de Italianen arriveerden in het Mulberry District van Manhattan - het centrum van de georganiseerde misdaad. Daar stuitten ze op vooral Ierse street gangs (als de illustere Daybreak Boys, de Swamp Angels en de Slaughter Houses), waarna hen niet veel anders restte dan soortgelijke organisaties op te zetten. Zo'n gang was overigens meer dan een knokploeg alleen - hij vertegenwoordigde een heel sociaal netwerk, en nam in feite de rol over die de katholieke kerk in het moederland had gespeeld. Een probleem was dat het gehele politieapparaat bestond uit Angelsaksen. Die hadden er geen moeite mee om de nieuwkomers tot zondebokken te bestempelen. Wanneer een moord onopgelost bleef, werd die steevast toegeschreven aan "onbekende Sicilianen'.

MAFIA MYSTIQUE

Dat lijkt, zeggen de schrijvers, verdacht veel op de wijze waarop later de zwarte piet opnieuw werd geschoven naar de Italianen, als meesters in de georganiseerde misdaad. De FBI zelf had lange tijd het bestaan van een ""staat in een staat'' ontkend - totdat Robert Kennedy als minister van justitie een grootscheepse campagne ter bestrijding ervan lanceerde. Daar was veel geld mee gemoeid, zodat de leiding van de FBI als bij toverslag de jacht op de Don Corleones inzette. Uiteraard steeg het aantal zaken dat aan de mafia werd toegeschreven vervolgens spectaculair - iets dat vandaag de dag nog steeds geldt. Dat het land onderwijl ook geplunderd wordt door Colombianen, Jamaicanen, Chinezen en geboefte van ander pluimage, doet niets af aan de verbetenheid waarmee de FBI successen in de strijd tegen de mafia presenteert.

Het is de Mafia Mystique die tot de verbeelding van het grote publiek spreekt. ""Ho, ho, ho'', riep Francis Ford Coppola eens toen hij geconfronteerd werd met het effect van zijn Godfather-trilogie, ""mijn films hadden net zo goed over de Kennedy's of de Rothschilds kunnen gaan.'' Het hielp niet.

Wanneer een politicus van Italiaanse komaf een gooi doet naar een voornaam ambt, komt als een Pavlov-reactie die machinerie weer in beweging, menen de schrijvers. Dat ondervond Geraldine Ferraro tot haar schade toen ze als eerste Italiaanse running mate van Walter Mondale werd. Onmiddellijk gonsde het in bladen als Philadelphia Inquirer, de New York Post en de Wall Street Journal dat haar familie verstrengeld was met de georganiseerde misdaad (lees: de mafia). Het schijnt ook de reden te zijn waarom de populaire Democratische gouverneur Mario Cuomo zich niet beschikbaar stelt als presidentskandidaat. Amerika is kennelijk nog niet klaar voor een Italiaans-Amerikaanse president.