Beppie Blankert opent eigen omstreden dansstudio

Gisteren opende aan het Entrepotdok in Amsterdam de door het ministerie van WVC en de Gemeente Amsterdam gesubsidsieerde Dansers Studio van choreografe Beppie Blankert. Daar kan een geselecteerde groep dansers en choreografen trainen, repeteren en produkties maken. “Ik geloof in een artistiek bedrijf dat gedreven wordt met een artistieke visie. In dit geval die van mij.”

De Raad voor de Kunst was er tegen, maar de Dansers Studio is toch werkelijkheid geworden. Deze week opende de choreografe Beppie Blankert (43) een min of meer omstreden instituut. In het hartje van Amsterdam, aan het Entrepotdok, stond een jaar geleden nog een oude loods, "een dak en vier muren, met aan de waterkant twee laaddeuren'. Blankert kocht het pand uit eigen zak van het Gemeentelijk Grondbedrijf, bouwde er twee studio's in, kantoor- en kleedruimte en voorzag het dak van twintig ramen. Voor de gelegenheid bouwvakkende vrienden hielpen het risico zo klein mogelijk te houden, want op overheidssteun werd niet meer gerekend.

Die is er, onverwacht, toch gekomen. Choreografe Blankert, die tot dan toe altijd op ad hoc basis had geopereerd, diende voor het Kunstenplan 1993-96 een aanvraag in voor de oprichting van haar Dansers Studio. Naar de mening van de raad was het plan te eenzijdig en deed het te veel aan een nieuw gezelschap denken. Men gaf de voorkeur aan de oprichting van een zogenaamd "Dansplatform', een organisatie ten behoeve van de moderne dans in het algemeen, met een artistieke staf van vijf choreografen, geleid door een intendant. Binnen zo'n organisatie zouden zoveel mogelijk stromingen in de moderne dans een kans krijgen.

Het voorstel werd weggehoond door de te hoop gelopen en naar bleek al te individueel ingestelde danswereld, omdat het verschraling in de hand zou werken. Blankert ondernam, samen met een aantal collega's, een poging aan de wens van de Raad tegemoet te komen, maar tegelijkertijd eiste zij een leidende rol. Het geschrokken Ministerie van WVC moest concluderen dat het advies van de Raad niet levensvatbaar was en honoreerde uiteindelijk Blankerts voorstel.

Blankert: “Het was geen coup, zoals wel beweerd is. Ik heb steeds dezelfde opvatting gehuldigd: ik zag niets in een louter facilitair bedrijf en ook niet in een collectieve leiding. Stel je voor dat je alles met z'n vijven moet beslissen, dan krijg je drab. Ik geloof in een artistiek bedrijf dat gedreven wordt met een artistieke visie. In dit geval die van mij.”

Die visie valt op te maken uit de dansstukken die Blankert tot nu toe maakte, haar werk wordt gerekend tot de zogenaamde "literair-theatrale' stroming. De choreografe werkte veelvuldig samen met de schrijver K. Schippers, een recente produktie als Charles/Ives, waarmee zij binnenkort op tournee naar Amerika vertrekt, combineert dans met zang en muziek. De laatste jaren werkte Blankert regelmatig samen met de door Ton Lutgerink en Amy Gale gevormde dansafdeling van Studio's Onafhankelijk Toneel. Tijdens gezamenlijke workshops in Rotterdam vormde zich een aanhang van twintig dansers waarvan sommigen ook interesse hebben in het choreograferen, zoals Karin Post, Selwyn Norton en John Taylor.

Deze kring van geestverwanten zal kind aan huis worden aan het Entrepotdok. Naast Blankert zelf zal een select groepje choreografen produkties maken. Die moeten wel hun eigen subsidies inbrengen, want de zevenhonderdvijftigduizend gulden die de Dansers Studio jaarlijks krijgt toebedeeld door het Rijk en de gemeente Amsterdam, zijn volgens Blankert niet genoeg om aan alle eisen van de subsidiënten te voldoen. “De bedoeling is dat wij hier dansers trainen, jonge choreografen begeleiden, workshops en master classes organiseren, produkties uitbrengen, als impresariaat fungeren en het publieksbereik van de moderne dans helpen vergroten. Daarbij moeten wij - en dat vind ik zelf eigenlijk nog het belangrijkste van alles - het discours over de dans entameren. Er moet een uitwisseling van ideeën zijn. Over hoe je met theater omgaat. Waaraan een produktie moet voldoen. Wat een kunstenaar kan doen aan de afnemende belangstelling van het publiek.”

De Dansers Studio heeft slechts drie vaste krachten. Naast de artistiek leidster is er nog een zakelijke en produktie-leider. Er is ook een artistieke raad die voorlopig bestaat uit twee dansers/choreografen (Helga Langen en Caroline Dokter) en een musicus/componist (Ron Ford). De raad heeft slechts een adviserende taak. Het is uiteindelijk aan Blankert om te beslissen welke choreografen en welke dansers een kans krijgen. De criteria zijn vaag. De gegadigde moet "in deze club thuishoren'. De vaste kern van twintig dansers kan de dagelijkse lessen gratis volgen, tijdelijke medewerkers krijgen slechts toegang gedurende de produktieperiode en "binnenlopende' dansers die bij moderne-dansgroepen vaak tegen betaling terecht kunnen, worden geweerd.

Tot eind van dit jaar staat het programma al vast. Selwyn Norton maakt in opdracht van het Springdance Festival de choreografie Nth. Caroline Dokter en Amy Gale werken aan Stelling, een coproduktie met Studio's Onafhankelijk Toneel. Andrea Leine en Harijono Roebana, die ook in 1994 met een nieuwe produktie komen, brengen Suites (dansen voor de Koningin) uit. Volgend jaar wordt ook een nieuw stuk van Blankert zelf uitgebracht. Vooralsnog reist zij rond met Charles/Ives. Voor dansers zijn tournees "de krenten in de pap' en voor de artistiek leidster zijn zij een gelegenheid om "het nodige ambassadeurswerk' te verrichten.