VERGRIJZING

De conclusie in het artikel "Doel en resultaat' (NRC Handelsblad, 11 maart) dat een toenemende immigratie geen overbodige luxe is in verband met toenemende vergrijzing van onze bevolking, is een argument, dat in verschillende variaties geregeld opduikt.

In ontwikkelingslanden hoor je vaak dat er veel nageslacht nodig is voor de oudedagsvoorziening. In Nederland hoorde je vroeger dat er veel arbeiders nodig zijn om de fabrieken draaiend te houden.

Niets is, zo verhaalt de geschiedenis, minder waar. Toen in de jaren vijftig de bevolkingsgroei terug begon te lopen tot een veel lager niveau, wat tot op heden bij autochtone Nederlanders nog steeds het geval is, kwam er meer kapitaal beschikbaar voor diepte-investeringen met als gevolg een welvaartsniveau zoals we dat nu nog kennen. Het toenemen van de bevolking heeft ook andere negatieve gevolgen zoals: de onomkeerbare groei van de behoefte aan (kern)energie, de belasting van het milieu (afvalberg) etc.

Overigens is de vergrijzing al langere tijd gaande, en dit leidt vooralsnog niet tot krapte op de arbeidsmarkt. Integendeel, door de kosten die met de opvang (uitkering, huisvesting) van de toenemende stroom immigranten gepaard gaan worden juist de middelen schaarser die op de arbeidsmarkt besteed kunnen worden voor de verzorging van ouderen. Het vergt niet te veel fantasie om in te zien dat met de technologische mogelijkheden die zich aandienen een toenemende vergrijzing, hetgeen overigens, zoals betoogd, een betrekkelijk begrip is, geen enkel probleem hoeft te vormen. Dit nog afgezien van de voordelen die een afnemende bevolking met zich meebrengt.