Tsjechië gaat liever zijn eigen gang; Tsjechië zal binnen twee of drie jaar een Europees standaardland zijn

DEN HAAG, 19 MAART. De zelfverzekerdheid straalde van hem af: Václav Klaus had gisteren tijdens zijn persconferentie in Den Haag, een van de programmapunten tijdens zijn eendaagse bezoek aan Nederland, eigenlijk maar één boodschap: let op de Tsjechen, want wat de Polen en Hongaren doen - laat staan de andere Oosteuropeanen - is maar halfslachtig, is niet drastisch, niet radicaal genoeg.

Het werd niet - of niet allemaal - met zoveel woorden gezegd, maar de Tsjechische premier wond er toch weinig doekjes om. “De Tsjechische Republiek is nog geen tachtig dagen oud, maar ze is nu al het enige stabiele land van Midden- en Oost-Europa, ze kan relatief goede economische prestaties laten zien en ze zal binnen twee of drie jaar een standaard-Europees land zijn, politiek zowel als economisch.” Nu al, zo vond Klaus, is de mate van politiek pluralisme in de Tsjechische Republiek vergelijkbaar met die in West-Europa.

En economisch zal het allemaal erg snel blijven gaan, aldus Klaus, heel wat sneller dan in Polen of Hongarije, waar men op het gebied van de privatisering met een voorsprong op Tsjechië is begonnen, maar inmiddels aankijkt tegen een achterstand: “De dynamiek van onze privatisering is onvergelijkbaar met die in Polen en Hongarije. Onze dynamiek is dramatisch. Op het gebied van de kleine privatisering zijn we van nul naar 65 tot 70 procent geklommen en de grote privatisering gaat sinds anderhalf jaar heel snel. We bewonderen de dappere mevrouw Thatcher, maar zij privatiseerde drie grote bedrijven per jaar. Wij privatiseren veertig bedrijven per week, en het gaat dan niet om café's maar om bedrijven met tussen honderd en tweeduizend werknemers.” Het Tsjechische model, vond Klaus, is “uniek”, omdat het de standaard-privatisering - met veilingen, joint ventures en directe verkoop van bedrijven - combineert met het voucher-systeem: “Dat is onze truc.” En, zegt hij, glimlachend: “We zijn er héél trots op.”

Klaus, de no-nonsense-architect van zowel de snelle economische hervormingen als de breuk tussen Tsjechië en Slowakije, het economisch gezien zwakste broertje in de voormalige Tsjechoslowaakse federatie, maakte duidelijk zich van de buurlanden Polen en Hongarije weinig meer aan te trekken en droeg gisteren bijna terloops het Pools-Tsjechoslowaaks-Hongaarse samenwerkingsverband van Visegrád ten grave. "Visegrád' was bedoeld om de “weg naar Europa” van deze drie ex-socialistische landen te coördineren. Maar die etappe is ee gepasseerd station: de Tsjechen willen zich niet de handen laten binden door twee buurlanden die naar hun oordeel minder snel opschieten met hun ontwikkeling. “Ik ben niet tegen Visegrád. Ik ben wel tegen de institutionalisering van structuren. Ik zie Visegrád niet als een instituut met een groot gebouw in Praag en een ander groot gebouw in Bratislava, waar zeventienduizend ambtenaren aan het werk worden gezet.” Visegrád moet, zo maakte Klaus duidelijk, een min of meer vrijblijvend overlegorgaan worden, “zoiets als de G-7, of de G-6, of de G-5.”

Op soortgelijke wijze moeten Polen en Hongarije zelf maar zien op welke termijn ze in staat zijn tot de EG toe te treden, aldus Klaus. Wat Tsjechië betreft hangt de termijn van toetreding uitsluitend af van de Tsjechen zelf en van de EG, niet van de buurlanden. Hij vergeleek de weg naar Europa gisteren met een marathon. “Ik kan me voornemen te winnen. Ik kan daar hard voor trainen. Maar beloven kan ik niets, want misschien lopen anderen wel sneller, en wie weet legt de koersleiding de wedstrijd wel halverwege stil.” Het blijft een open zaak, aldus Klaus: “Onze ambitie is het over twee tot drie jaar een gelijkwaardige partner te worden. Wij zullen dan bereid zijn aan Europa deel te nemen, en ik hoop dat Europa dan bereid is met ons verder te gaan.”

Klaus ontkende gisteren dat de Tsjechen de "weg naar Europa' in gedachten hadden toen ze vorig jaar de breuk met de Slowaken forceerden, maar hij gaf toe dat die breuk de Slowaken economisch heel wat meer pijn doet dan de Tsjechen. “Ons levert de transformatie van de binnenlandse handel (tussen Tsjechië en Slowakije) in buitenlandse handel wel wat problemen op. De handel loopt wat terug.” Maar die schade valt mee. “Er bestond in de binnenlandse handel bij Slowakije een deficit, dat de Slowaken dekten uit de federale kas. Dat houdt nu natuurlijk op. Dat is erg jammer voor de Slowaken.”

Tsjechië maakt zich voor zijn economie ook niet teveel zorgen om de commotie in Rusland, waar hervormingen vastlopen en president Jeltsin wordt belaagd door een conservatief parlement. Klaus: “Laten we de zaken niet dramatiseren of doemsdagscenario's uitstippelen. Ik zie de gebeurtenissen in Rusland niet in termen als ineenstorting maar in termen als doormodderen.” Het probleem van Rusland, zei hij, is het onvermogen van de leiders om een behoorlijke politieke cultuur van de grond te krijgen. “Als econoom heb ik al heel snel ontdekt dat je de economie onmogelijk kunt hervormen zonder politiek draagvlak, zonder politieke consensus. Daarom hebben wij ter ondersteuning van de hervormingen een politieke partij gesticht. Wij waren de eersten die dat ontdekten.”

Wat er ook gebeurt in Rusland, de consequenties zullen voor de Tsjechen minder dramatisch zijn dan wat ze al achter zich hebben: “Wij hebben onze grote schok gehad: het wegvallen van de Sovjet-markt. U moet dat niet onderschatten. Dat was een drama. Denk u eens in wat er gebeurt als men u vandaag komt vertellen dat op 1 april van de ene dag op de andere de hele Duitse markt verdwijnt? Een recessie is in dat verband een verkeerd woord, het is een eufemisme. Wel, zo'n schok hebben wij overleefd,” zegt Václav Klaus. “En elke andere schok zal milder zijn.”