Steeds moeilijkere gevallen voor jeugdinrichting

CADIER EN KEER, 19 MAART. Ze zijn in aanraking gekomen met Justitie; ze zijn gemiddeld 16 jaar oud en zitten nu in afwachting van de beslissing van de rechter in huize 't Keerpunt in Cadier en Keer bij Maastricht. Tweeëntwintig onder toezicht gestelde jongens uit de categorie die premier Lubbers in "kampementen' zou willen zien. In een aanpalend gebouw zitten nog eens 16 jongens. Op last van de kinderrechter is hen een civiel- of strafrechtelijke maatregel opgelegd.

't Keerpunt is een van de 19 jeugdinrichtingen in Nederland. Volgens de beleidsnotitie "Justitiële Jeugdinrichtingen' bieden zij samen 800 plaatsen voor jongeren van twaalf tot achttien jaar. De inrichtingen zijn nu nog het sluitstuk in de strafrechtsketen, waar vijf procent van alle onder toezicht gestelde jongeren uiteindelijk in terecht komen. Minister van justitie Hirsch Ballin heeft een half jaar geleden aangekondigd dat hij de capaciteit wil uitbreiden met 241 opvang- en behandelingsplaatsen.

De typische Keerpunt-jongen is een voortijdige schoolverlater. Vanwege vermogensdelicten, drugs of alcohol en steeds vaker geweldpleging is hij met de politie in aanraking gekomen. Pogingen er met de ouders nog iets van te maken zijn mislukt en in een internaat geeft hij teveel problemen met de rest van de groep. “Dit is dan het laatste vangnet”, zegt directeur mr. J. Tielen van Huize Sint Joseph, waaronder 't Keerpunt ressorteert.

Achter zijn gesloten deur zit Gabriel, 15 jaar oud en afkomstig uit Zoetermeer. Hij brengt zijn enige vrije uur van de dag door met het omkegelen van soldaatjes die hij op een stoel tegenover zich heeft geplaatst. “Weer een gekilld,” juicht hij na een geslaagde worp. Aan adjunct-directeur E. Willemsen laat hij de brokstukken van zijn wekkerradio zien: “Hij hield er ineens mee op en toen werd ik zo kwaad dat ik dat ding in mekaar heb getremd”, zegt hij nerveus grijnzend. Gabriel zit vanaf zijn tweede jaar in een internaat. “Toen ik geboren werd, was mijn moeder zeventien, dus moest ik door mijn grootmoeder worden opgevoed. Maar die kwam al snel in een rolstoel terecht en ik kon niet terug naar mijn moeder omdat mijn stiefvader me niet in huis wilde”. Willemsen: “Als de jongens hier aankomen zijn ze volkomen verwilderd. Er valt niet meer mee te praten. Ze reageren alleen op op heel primaire genotsprikkels”.

't Keerpunt heeft een programma ontwikkeld om de jongens helemaal opnieuw te conditioneren in een strak leefritme. Wie iets meer wil dan het minimale levensonderhoud, bijvoorbeeld wat zakgeld, sigaretten of een vrij weekend, kan dat verdienen door zich aan de opgedragen regels te houden. Iedere jongen draagt een boekje bij zich met vakjes die van een stempeltje worden voorzien zodra aan de opgedragen regels is voldaan. Per dag kan men twintig stempeltjes verdienen. Met negen stempels kan een pupil één verlofstempel kopen en bij 42 verlofstempels mag hij een weekeinde naar huis. Wie op tijd terug is, verdient meteen weer 9 stempels, wie te laat is, krijgt niets, ook al heeft de trein vertraging heeft opgelopen.

“We laten ze zien dat ze ook als normaal mens kunnen leven”, zegt Willemsen. “In het begin leren we hen eenvoudige dingen als op tijd opstaan, wassen en ontbijten. Als dat er eenmaal in zit, gaan we verder: de verzorging, het omgaan met anderen, het accepteren van beslissingen.”

De dag is tot op de minuut met activiteiten gevuld. 's Morgens een uur houtbewerken in de timmerwerkplaats, een uur fitness, een uur onderwijs, 's middags weer onderwijs, sport en creativiteit, nooit meer dan twee of drie jongens met één begeleider. Onderling kunnen de jongens alleen onder toezicht contact hebben. De avonden worden gevuld met spelletjes en televisiekijken, “maar alleen naar programma's die wij hebben uitgezocht en vooraf hebben opgenomen,” zegt Willemsen. “Wij willen hen laten zien dat er wat anders te beleven valt dan porno en geweld.”

Adjunct-directeur Willemsen en directeur Tielen zijn het over één zaak roerend eens: jeugdinrichtingen als 't Keerpunt krijgen steeds moeilijkere gevallen. Willemsen: “Toen we hier begonnen in 1984, ging het om kleine diefstallen, tegenwoordig is het een uitzondering als er geen geweldsdelict bijkomt.” Ter verklaring verwijst Tielen naar het bezuinigingsbeleid in de jongerensector. “Er is enorm bezuinigd op de jeugdhulpverlening. Hoeveel jeugdhuizen zijn er niet gesloten? En van de twintigduizend internaatsplaatsen zijn er nog acht- à negenduizend over. Er wordt nu steeds later ingegrepen, in de meeste gevallen pas als het véél te laat is. Als je alleen al zou voorkomen dat kinderen in het onderwijs uit de boot vallen, hoefde je nu niet te praten over kampementen. Maar nee, de klassen worden alsmaar groter en niemand weet wat er gebeurt met de dropouts, totdat ze ineens hier worden afgeleverd. De onderkant van de jeugd komt steeds meer in de klem.”

De behandeling in 't Keerpunt duurt in de meeste gevallen een jaar. En daarna? Willemsen: “Als de jongens hier weggaan, zijn ze weer als mens aanspreekbaar. Alleen weet je niet hoe lang het zal duren.” En in sommige gevallen staat zelfs het laatste vangnet machteloos toe te kijken hoe het jongeren terug de maatschappij in moet sturen, omdat de termijn er op zit.

Neem het geval van Pascal (een gefingeerde naam): hij werd jaren geleden tijdens zijn verblijf in een jeugdinrichting door de jeugdpsychiater afgeschreven als "onbehandelbaar'. Toen hij vrijkwam leek even het goed te gaan: hij kwam in een begeleid woonproject terecht, nam een baantje bij Volvo, ging samenwonen met een vriendin. Twee jaar geleden stond hij terecht voor de rechtbank in Maastricht op beschuldiging van moord. Pascal vertelde dat hij in de inrichting van een andere jongen had gehoord dat die een meisje had verkracht. Hij raakte geobsedeerd door het verhaal en besloot het voorbeeld te volgen, met dien verstande dat hij zijn slachtoffer zou vermoorden. Pascal kreeg achttien jaar gevangenisstraf en tbs.