Stakingskassen van bonden goed gevuld

ROTTERDAM, 19 MAART. In Nederland wordt betrekkelijk weinig gestaakt. Daarom zijn de stakingskassen van de vakbonden meestal goed gevuld.

Bij het actuele conflict in de metaalindustrie zijn vier vakbonden betrokken: Industriebond FNV (50.000 leden in de metaalindustrie), Industrie- en voedingsbond CNV (10.000), Unie BLHP (7.000) en VHP Metalektro (2.600). Alleen de laatste bond beschikt niet over een stakingskas.

Werkgevers houden bij stakingen doorgaans het loon in. Vakbondsleden die zich als staker laten registreren, krijgen van hun bond een (belastingvrije) uitkering van 85 gulden per dag. Bij stakingen die langer dan een week duren, bedraagt de uitkering met ingang van de zesde dag 100 gulden.

Werknemers die geen vakbondslid waren, maar zich bij aanvang van de staking hebben aangemeld als lid, krijgen een uitkering van 51 gulden per dag (met ingang van de zesde dag 60 gulden) als ze aan de staking meedoen. Ze moeten wel ten minste een jaar vakbondslid blijven.

De vakcentrale FNV heeft twee stakingskassen. De FNV-bonden storten per lid per maand een deel van de contributie in een centraal weerstandsfonds. De stakingsuitkeringen worden voor tweederde deel gefinancierd uit dit centrale fonds, mits de FNV-federatieraad (waarin de bondsvoorzitters zitten) ermee instemt. Het resterende deel van de stakingsuitkering en de overige stakingskosten komen voor rekening van de bond, in dit geval de Industriebond FNV. Eind 1991 beliep het vermogen van het centrale weerstandsfonds 31 miljoen gulden en had de Industriebond FNV 70 miljoen in zijn eigen stakingskas.

De Industrie- en voedingsbond CNV en de Unie BLHP willen geen mededelingen doen over hun weerstandskassen. De laatste bond heeft gisteren voor het eerst in zijn historie de stakingskas geopend voor ongeveer vijftig stakende leden bij Pannevis in Utrecht, Delaval Stork in Hengelo en Ventilatoren Sirocco Howden eveneens in Hengelo.

Metaalbedrijven die worden "bestaakt' en die zijn aangesloten bij de werkgeversorganisatie FME komen in aanmerking voor een tegemoetkoming. Daarvoor moeten ze nauwkeurig bijhouden hoeveel werknemers er gedurende hoeveel uur staken. Hiervoor krijgen ze dan een bepaalde uurvergoeding krachtens de FME-steunregeling.

Deze anti-stakingskas wordt gevoed door bijdragen van de FME-leden, die vallen onder de CAO-metalektro. De FME wil geen mededelingen doen over de hoogte van de contributie voor dit fonds, noch over de hoogte van de uitkeringen aan bestaakte bedrijven. Onder bepaalde condities kan de FME voor schadevergoedingen aan bestaakte bedrijven een beroep doen op de Onderlinge Werkgevers-Garantieregeling, zeg maar het centrale weerstandsfonds van de overkoepelende werkgeversorganisaties VNO en NCW.

Bij de FME, de grootste industriële bedrijfstakorganisatie in Nederland, zijn in totaal ongeveer 1.300 ondernemingen aangesloten met samen circa 270.000 werknemers. Onder de CAO-metalektro, waarover het huidige conflict gaat, vallen ongeveer duizend bedrijven met in totaal circa 200.000 werknemers.

Bij het vorige CAO-conflict in de metaalindustrie, begin mei 1991, werd bij 96 ondernemingen gestaakt. De duur van de acties bij de verschillende ondernemingen varieerde van een tot zes dagen. In totaal bedroeg het aantal gestaakte uren waarover de FME een vergoeding verstrekte 250.000. Het aantal overige extra verzuim-uren beliep toen 150.000.