Rotterdamse wethouder moet aftreden

ROTTERDAM, 19 MAART. De Rotterdamse PvdA wethouder J. Henderson (sociale zaken) heeft gisteren aangekondigd binnen veertien dagen af te treden.

“Ik heb de poppetjes in de raad geteld. Ik haal het niet. Henderson kan zijn biezen pakken”, zei de wethouder in een emotionele terugblik op zijn politieke loopbaan. Op dat moment was duidelijk dat de VVD en CDA een motie van wantrouwen, ingediend door D66, zouden steunen.

De wethouder is in problemen gekomen door een onderzoek van de Rotterdamse sociale dienst naar uitkeringsfraude in de wijk Beverwaard tussen 1987 en 1989. Hieruit bleek dat 69 van de 96 onderzochte cliënten onjuiste opgave doen van hun woonsituatie. De raad verwijt de wethouder dat nooit bekend te hebben gemaakt.

Hendersons argument dat het slechts een "uitvoeringsonderzoek' betrof, dat qua methode - buurtonderzoek en huisbezoek - op de grens van het toelaatbare was, vond geen weerklank. Temeer daar hij ook volhield dat de uitkomst hem ertoe had aangezet in Den Haag te pleiten voor herziening van de Algemene Bijstandswet. De raad meende dat de wethouder dan ook de raadscommissie had moeten informeren. Dekker (CDA): “Dit onvermogen om zich te verstaan met de raad wijst op een onaanvaardbare arrogantie.” Hendersons argument dat de "tijdgeest' er in 1989 niet naar was om de resultaten te publiceren, maakte weinig indruk. Van der Tak (CDA): “De wethouder heeft met zijn zwijgen die tijdgeest juist verlengd en het taboe versterkt.”

De PvdA deed veel om de wethouder te redden. Fractieleider J. Janse dreigde in eerste instantie met een breuk in de coalitie: “De PvdA kan niet anders concluderen dan dat een aanval op onze man een aanval op de PvdA zelve is.” Dat dreigement moest hij inslikken toen zijn coalitiegenoten tijdens een van de vele schorsingen van het debat duidelijk maakten dat Henderson moest vertrekken. Janse constateerde een breuk met de Rotterdamse politieke traditie: “Als dit maatgevend is voor onze politieke toekomst, verwacht ik wild-west taferelen.” Alle leden van het college van B en W hebben wel rapporten in de bureaulade begraven “omdat die te eenzijdig of van onvoldoende kwaliteit zijn”, aldus Janse.

De fractieleider roemde de verdiensten van Henderson en betwijfelde of bekendmaking van de rapportage tot ander beleid zou hebben geleid. Hoewel ook hij meende dat Henderson de raad had moeten informeren, vond hij de motie van wantrouwen in geen verhouding staan met het "bestuurlijk vergrijp': “Dit is met een kanon op een mug schieten.” Hij stelde dat de motie een “verlate vereffing van de Bergweg-rekening” was.

In november was Henderson al door de raad gekapitteld omdat hij onvoldoende informatie had verstrekt over de fusie van het het Bergwegziekenhuis en ziekenhuis Eudokia, waarbij de gemeente grote verliezen had geleden. De ziekenhuizen werden toen uit zijn portefeuille gehaald. Henderson beloofde destijds de raad meer bij zijn beleid te betrekken.

Toen het 's avonds ook Henderson duidelijk werd dat hij niet te handhaven was, maakte hij zijn aftreden bekend. D66 trok de motie van wantrouwen in. In zijn politieke afscheidsrede verweet de wethouder zijn coalitiegenoten gebrek aan loyaliteit. Henderson: “Dit is meer dan een aanval op een eigenwijze en eigenzinnige wethouder.” De PvdA zei in een persconferentie na het debat dat de val van Henderson de verhouding binnen de coalitie blijvend zal "verzakelijken'.