Ritzen: geen vak tucht en discipline op school

ROTTERDAM, 19 MAART. Minister Ritzen (onderwijs) is het niet eens met de opmerking van premier Lubbers dat orde en discipline de belangrijkste vakken op school zouden moeten zijn. Ritzen noemt de opmerking van de premier tijdens een CDA-bijeenkomst in Almere “kranige taal die politici nu eenmaal meer gebruiken naarmate ze verder van Den Haag af zijn”.

Ritzen zei dit gisteren tijdens een discussie over de rol van het onderwijs in de opvoeding in het Nationale Onderwijscentrum in Rotterdam. “Premier Lubbers heeft daarin een ander uitgangspunt dan ik”, zei hij. “Premier Lubbers en minister Hirsch Ballin van justitie letten vooral op wat er misgaat in de samenleving. Ik niet, ik vind dat het land goed in elkaar zit. Als ik naar mijn eigen veelvuldige contacten met jonge mensen kijk, zie ik erg veel idealisme”, aldus Ritzen. Ritzen zelf wil ook meer expliciete aandacht voor moraal op scholen, “niet omdat het fout is gegaan in de afgelopen jaren, maar omdat het nog beter zou kunnen”.

De minister zei dat er geen inhoudelijk verschil van mening bestaat tussen Lubbers en hem. Als bewijs daarvoor verwees hij naar de brief die Lubbers over zijn uitlatingen naar de Kamer heeft gezonden. Ritzen noemde de passages over het onderwijs in die brief “een samenvatting” van zijn eigen opvattingen. In de brief wordt over discipline en orde op school slechts gezegd dat “de basishouding” dat mensen rekening moeten houden met anderen “in hoge mate een verantwoordelijkheid is van de ouders en de scholen”.

Ritzen ging gisteren in het Nationaal Onderwijscentrum in debat met de hoogleraar onderwijsgeschiedenis N.L. Dodde, die Ritzen beschuldigt van het invoeren van "staatspedagogiek', sinds de minister vorig jaar een nota uitbracht waarin hij pleitte voor meer expliciete aandacht voor normen en waarden op school. Dodde vreest dat als "deze staatspedagogiek' eenmaal wordt toegestaan, later ook minder fraaie normen zullen worden opgelegd. Minister Ritzen zei dat hij er alleen voor gepleit had dàt scholen expliciet hun waarden en normen een plaats geven in het onderwijs en zich nooit heeft willen bemoeien met de manier waarop scholen dat vervolgens doen of over wat de inhoud van die normen is.