Pogoen

Vorige week sprak ik een Engels meisje dat me vertelde dat haar hondje Pogo heette.

“O, Pogo!”, zei ik, “dan hopt-ie zeker zo”, en ik maakte met mijn voeten bij elkaar sprongetjes de lucht in. Ik blafte niet, maar ik sprong zoals ik dacht dat Pogo sprong.

“Ja, hoe weet je dat?” Misschien zei ze wel:

“Ja, hoe weet u dat?”, maar er is in het Engels geen verschil te horen tussen jij en u, terwijl toch alles net zo goed gaat als hier.

“Dat weet ik vanwege de pogo-stok. Dat is een stok met aan de onderkant een veer. Je gaat er op staan en dan hop je in het rond. Niemand weet wie de pogostok heeft uitgevonden of waarom hij zo heet. Maar hij bestond al in het jaar 1921, want toen gaf Charlie Chaplin, je weet wel die keurige clown met die wandelstok, aan alle kinderen van zijn oude school een pogo kado.”

“Gompie”, zei het Engelse meisje.

“Weet je wat ze hier met pogoën bedoelen? Dat je, bij concerten van Nirvana of Faith No More met zijn allen tegen elkaar opknalt als botsautootjes.”

“Dus niet bij Metallica of Panthera?” vroeg het baasje van Pogo.

“Nee, daar wordt niet gepogood”, zei ik.