Orgelconcert Keuris helder en elegant

Inleidingsconcert Maarschalkerweertorgel. Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. Riccardo Chailly, met Leo van Doeselaar orgel. Werken van Van der Horst, Diepenbrock, Donatoni, Berg-Verbey en Keuris. Gehoord 18/3 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 19/3. Uitzending Avro Radio 4 24/3.

Bepaald gelukkig begon het Serie C-concert gisteravond in het Concertgebouw - tevens eerste concert in de nieuwe orgelserie - zeker niet. Het vettige zestienvoets register van het pas gerestaureerde Maarschalkerweerdorgel, toegepast in Anthon van der Horsts Toccata uit de Suite in modo conjuncto, zou de vooroordelen kunnen bevestigen die men tegen het romantische orgel koestert: zware dichtslibbende klanken, log en onduidelijk. Bovendien klinkt het werk beter in een kerkakoestiek met veel gullere nagalm.

Maar Tristan Keuris nam aan het slot van de avond tijdens de wereldpremière van zijn Concert voor orgel en orkest duidelijk afstand van versleten dondereffecten en opteerde voor de typische Franse klankkwaliteiten van het orgel, onopdringerig en smaakvol. Wie rekende op een demonstratie van de combinatiemogelijkheden van de 3.952 pijpen door middel van zestig registers en voorzien van een computervoorziening met 999 geheugens, werd teleurgesteld. Keuris concentreerde zich op mooi met het orkest mengende soloregisters en duidelijk afgebakende, heldere kleurvlakken. Wel krachtig van klank, maar in een strakke helderheid bijna kamermuzikaal doorzichtig.

Op grote liefde voor het orgel kon de componist niet worden betrapt, het betrof zijn eerste kennismaking met dit medium, dat hem dwong als het ware overnieuw te beginnen zonder enig beroep op routine: niet zelden een uitstekend uitgangspunt.

Schetsen voor een toccata vormden het vertrekpunt en het slotrecitatief werd eerder gecomponeerd dan de overige delen: vier min of meer in elkaar overlopende fragmenten - de slottoon van deel drie is tevens begintoon van deel vier - in een contrasterende opbouw van recitatief - rondo - intermezzo uitlopend in toccata - recitatief. Een interessant uitgangspunt vormde de poging om het stugge karakter van het orgel, dat immers geen diminuendo kan maken, te doorbreken: de blazers ronden de orgeltoon af, het orkest verzacht aldus de hoekige orgelklank, veel effecten zoals zachte strijkerspizzicati vormen voorbeelden van een subtiele verweving van instrumenten en orgel.

Als in het langzame intermezzo het orgel wordt uitgedaagd door de koerende hoorn en de elegische strijkers lijkt een dramatischer verwerking in het verschiet, maar nee: Keuris houdt zijn betoog vloeiend elegant en de extase blijft binnen de perken, enigszins te vergelijken met de Amerikaanse romantische stroming binnen de minimal music.

Franco Donatoni is in zijn Feria uit 1982 veel scherper in zijn klankpaneling voor vijf trompetten (pittig schetterend), vijf zachte echofluiten en het interrumperend orgel. Het is jammer dat Donatoni de opdracht om een stuk voor het vernieuwde orgel te schrijven heeft teruggetrokken. Keuris' muziek is wel buitengewoon verfijnd decoratief, maar zeker minder inventief avantgardistisch, en dat is juist Donatoni's kracht. Organist Leo van Doeselaar vormde de spil van het concert en nam een zeer gewaardeerd aandeel in scherp omlijnde vertolkingen. Riccardo Chailly toonde zich een meer dan conscentieus dirigent. In Diepenbrocks Elektra suite bracht hij een typisch Italiaanse toets aan, zwierig helder, minder zwaar op de hand dan bij ons gebruikelijk en het orkestspel was ronduit magistraal in Alban Bergs Sonate, op. 1 voor orkest bewerkt door Theo Verbey. Wat deze werken bijdroegen in een informatieve C-serie is weer een geheel andere zaak.