Niemand wordt onsterfelijk door futloosheid; Oorlog en revolutie bij Sallustius, Caesar en Cicero

Gaius Sallustius Crispus: De oorlog met Iugurtha (Bellum Iugurthinum). Vert. J.B.W. Polak. Uitg. Meulenhoff, 158 blz. Prijs ƒ19,90. Rome in revolutie - Documenten van Caesar, Cicero en andere ooggetuigen 50-46 v. Chr. Vert. Hedwig W.A. van Rooijen-Dijkman. Uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 260 blz. Prijs ƒ39,50 of ƒ55,- (geb.).

"Schitterende daden van de geest zijn even onsterfelijk als de ziel', vond de Romeinse historicus Sallustius (86-34 v. Chr). Daarom - maar ook omdat hij teleurgesteld was in het politieke leven - wijdde hij zich na de moord op zijn vriend Caesar aan de geschiedschrijving. Met zijn historische monografieën wilde hij de Romeinen een spiegel voorhouden: hebzucht en blinde ambitie hadden de eens zo trotse Senaat en het Volk van Rome verzwakt, en slechts weinigen bekommerden zich nog om de publieke zaak, de res publica. "Wie onder onze burgers', vraagt hij retorisch in de inleiding van zijn Bellum Iugurthinum, "wedijvert bij de hedendaagse moraal niet in rijkdom en verkwistingen, maar in rechtschapenheid en vlijt met zijn voorouders?'

In De oorlog met Iugurtha, na lange tijd herdrukt in de ouderwets-gedragen vertaling van Johan Polak, beschrijft Sallustius hoe de Romeinen bijna ten onder gingen in de strijd tegen de koning van het Noordafrikaanse Numidië (111-104 v. Chr). Het is een verhaal over barbaarse guerilleros, onmachtige legeraanvoerders en corruptieschandalen waarbij de smeergeldaffaires in modern Italië verbleken. Sallustius maakt duidelijk dat de Romeinen meer tegen zichzelf dan tegen Iugurtha vochten. De gevestigde aristocratie was te verdeeld om fatsoenlijk leiding te geven, en het was dan ook een niet-adellijke bevelhebber die Rome uiteindelijk zou redden: Gaius Marius, wiens no-nonsense toespraak tot de volksvergadering ("Niemand wordt onsterfelijk door futloosheid') het hoogtepunt van Sallustius' verhaal vormt.

Door de gedetailleerd beschreven gevechtshandelingen en de kwistig rondgestrooide exotische namen is De oorlog tegen Iugurtha misschien minder toegankelijk dan Sallustius' andere beroemde monografie, over de samenzwering van Catilina. Maar de lange heldere zinnen (vol met klassiek geworden wendingen) en het innemende moralisme van Sallustius maken de Iugurtha ook de moeite waard voor wie geen Numidiër van een Numantiër kan onderscheiden.

Rubicon

Een brief van Sallustius aan Caesar in Gallië (geschreven in 50 v. Chr, toen de roep om een sterke man in Rome steeds krachtiger werd) opent Rome in revolutie, een verzameling vertaalde ooggetuigeverslagen van de burgeroorlog tussen de legeraanvoerders Caesar en Pompeius. Het verhaal loopt van het moment dat Caesar met zijn legers de Italische grensrivier de Rubicon overstak tot zijn glorieuze overwinning op Pompeius en zijn clemente houding tegenover de conservatieve senatoren van het vijandige kamp. Grote stukken van Caesars eigen Verslag van de Burgeroorlog worden afgewisseld met de privé-correspondentie van de redenaar-politicus Cicero, die in de eerste maanden van 49 v. Chr. maar geen partij kon kiezen tussen de snel terrein winnende Caesar en zijn politieke vriend Pompeius.

De ego-documenten van Caesar (gesteld in de voor hem kenmerkende derde persoon enkelvoud) zijn zakelijk en strategisch, de brieven van Cicero geanimeerd en openhartig. "Een hele Ilias van ellende hangt ons boven het hoofd', schrijft hij op 28 februari aan zijn vaste correspondent Atticus. Maar waarover hij zich vooral zorgen maakt is zijn eigen hachje. Brief in brief uit vraagt hij zich af wat de beste koers is voor een vredelievend republikein, en smeekt hij om begrip voor zijn weifelachtigheid. Cicero rijst op als een man vol zwakheden, een Romeinse draaikont ("Ik weet wél wie ik moet ontvluchten, niet wie ik moet volgen'); maar misschien valt hem dat niet te verwijten: de tijden waren onzeker, de nieuwsvoorziening was primitief, en een verkeerde beslissing leidde naar Scylla of Charibdis.

Rome in revolutie is een geslaagd voorbeeld van een thematische bronnenpublikatie die niet alleen historisch maar ook literair interessant is. De teksten zijn goed vertaald en uitvoerig geannoteerd, met noten onder aan de bladzij en overzichtskaartjes achterin. Het geheel is onberispelijk uitgegeven in de chique Baskerville-serie van Athenaeum, en doet verlangen naar meer: alleen Cicero al schreef bijna achthonderd brieven, waarvan nog maar een tiende in het Nederlands vertaald is.