Nederlanders zijn beleefd maar ook onbeschoft

Katie Goerke is Nederland nog niet vergeten. Als je tegen haar begint over Nederland zegt ze: zoute drop, stroopwafels, patat mèt en oliebollen. Of ze zingt "Lang zal ze leven' en "Ajax wint de wereldcup'. Toch praat ze nog maar een beetje Nederlands, het meeste is ze vergeten.

Katie is een Amerikaanse. Ze woont in New York en is computerprogrammeur bij een bank. Iets meer dan twintig jaar geleden ging ze als elfjarige in Nederland wonen, samen met haar ouders en haar broer en zusje. Haar vader had vrij van zijn werk genomen om biochemisch onderzoek te doen in Utrecht. Dus verhuisde het hele gezin vanuit het warme zonnige Californië naar een winderig kikkerlandje in Europa.

“Nederland ziet er heel anders uit dan Californië”, vertelt Katie. “De huizen staan bij jullie meestal dichter op elkaar en de straten zijn smaller. Mijn ouders hadden uitgelegd dat kinderen daarom altijd op straat spelen. Wij hadden een auto in Duitsland gekocht en daar reden we mee naar ons huis in Utrecht. Toen we er bijna waren en naar onze nieuwe adres zochten, moesten we stoppen vanwege een auto voor ons en toen kwamen er allemaal kinderen naar ons toe en die begonnen te joelen en op onze auto te bonzen. Dat was onze kennismaking met de Nederlanders - heel raar.”

Het begon dus al goed maar volgens Katie werd het nog gekker. “De volgende dag stonden mijn broertje en zusje de auto te wassen en toen kwamen er kinderen uit de buurt aanrennen en die riepen "Crazy Americans'! Dus mijn zusje en broertje renden zo hard als ze konden naar binnen en vertelden het aan mijn moeder. En die zei: "Ze willen gewoon vrienden worden.' Nou, daar hadden wij helemaal geen zin in. Ze scholden ons uit!”

Katie zat in de zesde klas van de basisschool De Beiaard. Het was een leuke school en Katie merkte dat dingen anders waren dan in Amerika. Als er iemand in de klas jarig was, werd er getrakteerd en in december was er het Sinterklaasfeest op school. Dat doen ze in Amerika niet. Ook andere dingen in Nederland vond ze heel bijzonder. “Soms zie je in Nederland een boerderij en daar staat op 1623 of zo”, herinnert Katie zich. “Zoiets ouds hadden we nog nooit gezien. Toen dat huis werd gebouwd was bijna heel Amerika nog van de Indianen.”

Natuurlijk was niet alles in Nederland even leuk en mooi. Als ze met de auto ergens naartoe gingen dachten mensen vaak eerst dat ze Duitsers waren vanwege hun Duitse nummerbord. Als ze merkten dat de familie Goerke uit Amerika kwam, werden ze meteen een stuk aardiger.

Nederlanders zijn aan de ene kant vaak beleefd en keurig maar ook onbeschoft, vindt Katie. “In de bus staan mensen wel op voor bejaarden maar als mijn moeder ergens achteruit wilde inparkeren, kwam er altijd iemand die heel brutaal dat plekje inpikte. Daar waren we altijd verschrikkelijk kwaad over.” Ook viel het op dat de huizen van vriendjes en vriendinnetjes keurig schoon waren maar dat diezelfde kinderen als ze buiten waren kauwgompapiertjes gewoon op straat gooiden. “Dat was voor ons heel raar”, zegt Katie. “In Californië is het net andersom. De huizen zijn binnen misschien iets rommeliger dan in Nederland maar bijna niemand gooit zomaar iets op straat want dan krijg je een bekeuring.” Wat wel beleefd is maar voor Amerikanen niet gewoon is dat Nederlanders iedereen een hand geven als ze ergens binnenkomen. Daar hadden ze bij haar thuis een hekel aan want dat vonden ze erg overdreven.

De familie Goerke woonde in een rijtjeshuis en als de kinderen naar school waren en de vader naar zijn werk, zat de moeder in haar eentje thuis. Dat vond ze helemaal niet leuk, want in Californië was ze gewend naar haar werk te gaan. Maar in Nederland had ze geen baan. Dat kon ook bijna niet, denkt Katie, want de winkels gaan om zes uur dicht en ze zijn soms op een doordeweekse middag ook dicht. In Amerika is alles veel langer open. “Mijn moeder was denk ik erg alleen en trouwens, mijn ouders vonden het ook vreselijk om in een rijtjeshuis te wonen,” zegt Katie. “Maar wij vonden het leuk, want als je naar buiten liep, was er altijd wel iemand in de buurt om mee te spelen. Het was misschien wel het leukste jaar van mijn leven.”