Nederland past grote broek gevechtspak in Bosnië niet

SARAJEVO, 19 MAART. Op enige afstand slaan de mortieren in bij het vertrek van minister Ter Beek donderdag vanaf het vliegveld van Sarajevo. Korte tijd moeten hij en zijn begeleiders in een bunker blijven wachten. Amerikaanse vrachtvliegtuigen houden de motoren draaiende als de vracht in acht minuten wordt gelost. De Oekraïnse piloot van minister Ter Beek neemt rustig de tijd: “De afspraak is dat ze niet op ons schieten. Daar moet je vanuit gaan anders word je hier gek, zegt hij, terwijl hij de motoren met veel zwarte rook laat warm lopen.

“Je ziet het hier zelf. Ik wil in het voormalige Joegoslavië geen dienstplichtigen die niet precies weten waar ze aan toe zijn. Het gaat dus niet alleen om vrijwilligheid maar ook om hun bereidheid langer dan een jaar of strak negen maanden in dienst te blijven. Dan zal je ze ook op beroepsniveau moeten betalen”, zegt generaal-majoor R. Reitsma in de met zandzakken versterkte wachtkamer.

Hij leidt de operatie van de landmacht in het voormalige Joegoslavië. Als er straks mogelijk drie divisies moeten toezien op uitvoering van het vredesplan voor Bosnië: een Russische, een Amerikaanse en een gemengde Europese divisie (minimaal 50.000 man) dan zal Nederland geen pantser-infanterie bataljon kunnen leveren. Volgens de landmachtstaf moet zo'n eenheid bijeengeschraapt worden. Zij zal eerst zes maanden moeten trainen en het zal onmogelijk zijn die eenheid over een langere periode af te lossen.

Nederland denkt nu aan het sturen van een aantal artillerie-batterijen met 155mm houwitsers naar Bosnië om de Europese divisie te steunen. “Artillerie heeft als voordeel dat je toch een goede klap kunt uitdelen en met fire-power aanwezig bent. Dat wil de politiek en dat kunnen wel wel leveren”, zegt generaal Reitsma. Hij haast zich om te zeggen dat dit slechts een van het kleine aantal opties is dat Nederland heeft. Daarnaast kan Nederland de verbindingstroepen en het gemengde transportbataljon daar afgeslankt laten en mogelijk genie-eenheden sturen. Hij moet toegeven dat een al te grote broek van het gevechtspak Nederland in Joegoslavië niet past.

Reitsma maakt zich niet alleen zorgen over voldoende dienstplichtigen voor eenheden voor het ex-Joegoslavië. Hij heeft hier gezien hoe effectief het is om te beschikken over reservisten. De landmacht wil onderzoeken of bij kortverbanders en oud-dienstplichtigen interesse bestaat om als reservist op te komen zoals in Canada, dat ook de afgelopen dagen het gepantserde escorte voor minister Ter Beek leverde. Reservisten zouden een jaar opkomen, hun recht op werk behouden en goed betaald worden. Dan heeft Nederland een grotere mogelijkheid om de ferme taal op politiek terrein en de verwijten aan bondgenoten dat zij te weinig doen in het voormalige Joegoslavië kracht bij te zetten.

Reitsma zal beroepsmilitairen die weigeren om uitgestuurd te worden de mededeling geven dat zij kunnen vertrekken. “We krijgen nu een heel andere taak: crisisbeheersing. Daarin moet je leren leven met onzekerheden, multifunctioneel zijn, training op verschillende terreinen kunnen krijgen en in andere landen. In het meest stoffige en hete terrein van Spanje bijvoorbeeld of van Griekenland wil ik zo snel mogelijk Nederlandse trainen. Bij ons was het tot nu toe om vijf uur einde oefening. Dat is er hier in Bosnië niet bij. Je kunt dat buiten horen. Dag en nacht.”

“De beroepsmilitair, de reservist en de dienstplichtige die bijtekent en vrijwillig gaat moet voor dit werk de mentaliteit van de Engelsen en Canadezen hier krijgen. Wij hebben nog een cultuur van compromissen zoeken, maar als de milities in Bosnië zich niet houden aan de afspraken van het vredesproces dan moet je geen pardon kennen. Die hardere aanpak zullen we moeten leren en uitvoeren. Daarom is het ideaal dat we op den duur eigen gevechtseenheden hebben die onze mannen van het transportbataljon en genisten kunnen bijstaan. Niet teveel plannenmakers voor een grootschalig conflict dat minder waarschijnlijk lijkt maar vechtersbazen die er niet voor terugschrikken vuur met vuur te beantwoorden.”