Moeizame strijd leven en dood in ballet Eagling

Ter gelegenheid van het honderdste sterfjaar van Tsjaikovski gaat er bij Het Nationale Ballet vanavond een programma met drie balletten op muziek van deze componist in première. Van artistiek leider Wayne Eagling is Ruins of time te zien, het eerste ballet dat hij voor het gezelschap maakte sinds hij anderhalf jaar geleden aantrad.

Danser Clint Farha ligt als in een knoop op de grond, een knie krult achter een arm. In die positie tillen twee collega's hem op, zijn lichaam klapt onmiddellijk neerwaarts, terug naar de grond. “Hooghouden en draaien, zo natuurlijk mogelijk draaien”, zegt choreograaf Wayne Eagling tegen de dragers, maar hoe vaak zij hun pogingen ook herhalen, het gesjor en de grimassen van inspanning worden er niet minder op. “Geen zorgen, jongens” zegt Eagling: “We hebben nog drie dagen.”

Ruins of time luidt de titel van het eerste ballet dat Wayne Eagling maakt sinds hij anderhalf jaar geleden aantrad als artistiek leider van Het Nationale Ballet. Minder dan een week voor de première moet hij nog vijf minuten maken van de zeventien die het stuk gaat duren. Dat is krap, zeer krap, maar hij is de kalmte zelve. Goedlachs vraagt hij zijn dansers soms onmogelijke posities in te nemen, en even goedlachs blijft hij nu en dan met een opmerkelijke koppigheid volhouden dat het onmogelijke mogelijk moet zijn. Ook later, als de studio-repetities ten einde zijn en die op het toneel beginnen, blijft hij temidden van de heksenketel onverstoorbaar aanwijzingen geven.

Het eerste waarover Eagling (42) naderhand op zijn kamer in het Muziektheater praat, is niet het verontrustende tijdsgebrek - “Die ruins of time!” grapt hij - maar zijn inspriratiebron. Behalve de achttiende-eeuwse Engelse dichter en graveur William Blake is dat de onlangs overleden danser Rudolf Noerejev. “Mijn ballet gaat over hem, en over alle mensen die stierven vóór het hun tijd was. Het gaat dus over wat hun dood ons doet, niet over de doden zelf. Mijn broer en zus zijn op jonge leeftijd omgekomen bij een vliegtuigongeluk, maar ik had nog nooit aan een graf gestaan, zoals bij Rudolf. Het heeft me aangegrepen, het verdriet dat al die mensen hadden, het verlies van zo'n belangrijk mens. Ik heb hem goed gekend en had hem nog gevraagd hier Strawinsky's Petroushka te komen dirigeren tijdens het laatste Nieuwjaarsgala, het dirigeren was immers zijn tweede carrière geworden. Voor mij was hij het toonbeeld van vitaliteit.”

Eaglings benoeming, in 1990, tot artistiek leider van Het Nationale Ballet wekte de nodige verbazing. Hij was destijds nog danser bij het Britse Royal Ballet en nauwelijks bekend als choreograaf: de première, vanavond, van zijn eerste in Nederland gemaakte ballet wordt dan ook met spanning tegemoet gezien. Het debuut heeft niet plaats in de ideaalste omstandigheden. Aanvankelijk zou oud-artistiek leider Rudi van Dantzig een bijdrage leveren aan het ter gelegenheid van de honderdste sterftejaar van de componist samengestelde Tsjaikovski-programma, maar ziekte verhinderde dat. Vijf weken geleden besloot Eagling het gat in zijn programma zelf te vullen, al moet hij zich meten met Balanchine, wiens Piano Concerto no. 2 wordt uitgevoerd, en met Edouard Lock. Frankenstein, dat Eagling jaren geleden maakte en dat Het Nationale Ballet deze zomer op het repertoire neemt, is door zijn besluit niet het eerste ballet dat van hem hier te zien is.

Eagling: “Dit is mijn visitekaartje, ja. Ik had een ander kunnen vragen, maar die had ik dan met hetzelfde gebrek aan tijd opgezadeld. Als daardoor het ballet minder was geworden, had die choreograaf misschien geen kans meer gekregen hier - en voor mij komt er hoe dan ook nog wel een nieuwe gelegenheid. Het is bovendien goed om onder druk te staan, anders had ik misschien nog weer anderhalf jaar gewacht. Voor de dansers is het trouwens 't lastigst. Zij krijgen nauwelijks tijd zich het ballet eigen te maken.”

De choreograaf heeft het zijn dansers bovendien met opzet niet gemakkelijk gemaakt. Hij heeft bewust gewild dat Ruins of time "moeizaam' oogt. “Het partner- en tilwerk is zwaar. Ik wil niet dat het er gemakkelijk uitziet, het moet eruit zien als een gevecht. Het leven is ook strijd. Daarom moeten ze vechten tegen hun eigen technische capaciteiten, en tegen de uitputting. De dansers moeten het gevoel krijgen dat het leven uit ze wegvloeit, het stuk gaat ten slotte over de dood.”

De paar fragmenten die op het toneel gerepeteerd worden, tonen Farha als hoofdfiguur die door tientallen, net boven het toneel zichtbare handen van het corps de ballet “als door een rivier” het leven wordt binnen geleid. Het corps verdwijnt later, rollend over een hellend vlak, in "het graf', de orkestbak. Tegelijkertijd dansen drie mannen en vijf vrouwen “tijdens momenten van hoop, vreugde en vitaliteit' op het toneel, "de Hades'.

Eagling zegt “niet zonder betekenis” te kunnen werken, louter abstracte passen bedenken kan hij niet. Toch staat de betekenis van iedere scène van dit ballet hem minder helder voor ogen dan van vroeger werk. Bladerend door een boekje van William Blake citeert hij een regel uit een brief die deze stuurde aan een vriend wiens kind overleden was: “The ruins of time builds mansions in Eternity”. Blakes werk bracht hem ertoe “voor het eerst beelden als uitgangspunt” te nemen. Hij toont mystieke gravures vol engelen, goden en aardse wezens, omgeven door symbolen. En een plaatje van vrouwehoofden zonder lijf, een beeld dat hij 's middags inderdaad kopieerde door de vrouwen te vragen slechts hun hoofd te tonen en hun lichaam achter dat van Farha te verbergen.

“Er dansen vijf vrouwen in dit stuk, omdat Noerejev op het laatst verzorgd werd door vijf vrouwen. Nu verzorgen ze Clint. Om mijn stuk te kunnen waarderen is het niet nodig dit te weten, maar het zou mooi zijn als het publiek in de beelden herkent wat ik erin gezien heb. Dezelfde ontroering en hetzelfde verdriet. En het besef dat als je iemand verliest, je die persoon niet ook hoeft kwijt te raken.”