Moeilijke Mick en Pittige Penny

Libby Gleeson, Als je het lef hebt. Vertaald door Arno Bohlmeijer. Uitg. Van Goor. ƒ 27,50. Vanaf 12 jaar. Mies Bouhuys, Het kattemeisje. Met illustraties van Kenne Grégoire. Uitg. Koninklijk Theater Carré. ƒ 29,50. Vanaf ca. 12 jaar.

Hij is een lastpak, hij heeft een grote mond en is je kunt hem niet vertrouwen. Zij is jong en idealistisch, en strijdbaar. Ze ziet het als een uitdaging een mooi contact met hem op te bouwen en uiteindelijk vinden ze elkaar. Niet op het amoureuze vlak - dat zou niet volgens de regels zijn omdat zij zijn lerares is - maar als vrienden. De schoolopvoering van de musical Oliver fungeert als bindmiddel.

Deze geschiedenis is terug te vinden in de jeugdroman Als je het lef hebt, weer zo'n vlotte titel waarvan uitgevers schijnen te denken dat hij puberlezers aanspreekt. Schrijfster Libby Gleeson gaat niet zover dat ze het leven van de jongen, Mick, op één lijn stelt met dat van Oliver Twist, maar parallellen zijn er wel: Micks moeder is dood, en zijn vader, die vrachtwagenchauffeur is, ziet hij maar zelden, zodat we hem wel zo'n beetje als weeskind kunnen beschouwen. Dan is er zijn lerares, Penny, die zich over hem ontfermt als was zij Nancy in het verhaal van Dickens. En tot slot hervindt Mick z'n aanvankelijk zo onverschillig lijkende vader, zoals Oliver zijn grootvader vindt.

Gleeson hanteert in haar boek een dubbelperspectief, maar helaas werkt dat maar half. De lotgevallen van Moeilijke Mick worden afgewisseld met de ervaringen van Pittige Penny, die in een reeks brieven aan een vriendin beschrijft hoe het er op haar nieuwe school aan toe gaat. Dat had heel interessant kunnen zijn, ware het niet dat Penny's visie nauwelijks iets toevoegt aan die van Mick. Evenmin worden we veel wijzer omtrent haar motieven om juist in deze jongen zoveel te investeren, en dat lijkt de schrijfster ook niet echt te interesseren: het gaat haar duidelijk om Mick en diens onverwerkte verleden. Blijft de vraag: waarom dan nog voor een dergelijke opzet gekozen?

Dat zijn deelname aan de musical voor Mick uitdraait op een soort therapie willen we graag geloven, maar niet dat hij uiteindelijk door en door gelouterd bij het graf van zijn moeder in gezang uitbarst. Toegegeven, een dergelijk slot is geheel in de geest van de musical, maar helaas niet in de geest van de rest van het boek, dat ik ondanks diverse mankementen geboeid heb gelezen. Gleesons verhaal mag dan geen wonder van oorspronkelijkheid zijn, ze weet in ieder geval wel hoe ze het moet vertellen: ze hanteert een prettig leesbare geen-flauwekulstijl, waarin vooral de dialogen opvallen door hun ongekunsteldheid.

De educatieve dienst van Theater Carré in Amsterdam is al enige tijd bezig met het ontwikkelen van een zogeheten theaterlespakket voor middelbare scholieren. In aansluiting daarop schreef Mies Bouhuys een jeugddetective die zich afspeelt in en rond Carré, getiteld Het kattemeisje. Op deze manier kunnen de lezers "spelenderwijs' kennismaken met de theaterwereld, en inderdaad, het boek biedt een hoop informatie over de gang van zaken tussen en achter de coulissen, compleet met het nodige gekonkel en jalousie de métier. Of, zoals het in rood velours uitgevoerde omslag - dat een baldakijn voorstelt, met daarachter een stukje van het podium - al laat zien, er wordt een tipje van de sluier opgelicht.

Als detective kon Het kattemeisje mij maar matig bekoren - het is duidelijk niet Bouhuys' genre. De plot - de titelfiguur, die in haar rol als Het kattemeisje elke avond met succes optreedt in Carré, verdwijnt tijdens een ovatie en blijkt naderhand haar eigen ontvoering in scène te hebben gezet - is nogal ingewikkeld en, helaas, niet erg spannend. Dat laatste komt doordat er geen echte speurder is met wie we kunnen meeleven en -puzzelen. Dat daarnaast sommige personages wel erg voor de hand liggend worden getypeerd - wat te denken van een ambassadeur in wiens conversatie regelmatig woorden als "amice' en "kerel' opduiken - maakt dat Het kattemeisje nogal teleurstelt.