Lijstje Brinkman 'flipperkast van ideeen'; Strijd Brinkman en Kok wie meest solide bezuiniger is

DEN HAAG, 19 MAART. De ambtenaren op het ministerie van financiën popelen. De brief met de eerste voorstellen voor de (verkiezings)begroting 1994 is gereed, maar de politiek leider van het departement is ziek en zonder de handtekening van minister Kok gaat de zogenoemde Kaderbrief niet de deur uit. De spanning op andere departementen neemt toe.

Het griepje van Kok heeft tot gevolg dat het ministerie van financiën wordt "overspoeld' met adviezen voor het oplossen van de budgettaire dilemma's. Het Centraal Planbureau en de Centraal Economische Commissie (de CEC is het belangrijkste ambtelijk adviescollege van het kabinet op sociaal-economisch terrein), hebben doorwrochte rapporten afgeleverd en sinds gisteren kan ook CDA-fractievoorzitter Brinkman aan de rij van kabinetsadviseurs worden toegevoegd. Op zijn lijstje "Lente 1993' presenteert Brinkman in totaal 61 “suggesties ter oplossing voorjaarsproblematiek 1993/1994 kabinet Lubbers III”.

Saillant is dat het lente-lijstje van de nieuwe partijleider een bijlage is bij een vertrouwelijke brief van de huidige partijleider aan de "amicae' en "amicique' van het CDA. Premier Lubbers spoort de CDA-ministers en staatssecretarissen aan om “10 tot 15 zeer aansprekelijke beleidsresulaten van het kabinetsbeleid te formuleren”. Veertien maanden voor de Tweede-Kamerverkiezingen in mei 1994 is voor het CDA de verkiezingscampagne begonnen.

Het lente-lijstje van Brinkman moet voorkomen dat het kabinet met "broddelwerk' de laatste begroting rond zou maken. Sinds het kabinet Lubbers/Kok ruim twee jaar geleden de zogenoemde Tussenbalans opmaakte, de ombuigingsoperatie van 17,5 miljard gulden, houdt de CDA-fractietop een lijst bij met alternatieve bezuiningsvoorstellen. “Wanneer het kabinet een puntje scoort schrappen we dat van de lijst”, zegt een prominent CDA-Kamerlid “en soms voegen we, in onze niet te stuiten creativiteit, een puntje toe”.

Het stuk van Brinkman bevat traditionele CDA-wensen, zoals vermindering van het aantal ambtenaren en bevriezing van hun loon, afschaffing van de isolatiesubsidies en overdracht van alle woningwetwoningen aan de corporaties (“doe de was de deur uit”, in de beeldspraak van Brinkman). Daarnaast doet de CDA-fractievoorzitter een aantal voorstellen die moeilijk liggen bij coalitiegenoot PvdA. Hij wil de uitgaven voor ontwikkelinssamenwerking koppelen aan de rijksuitgaven in plaats van aan het nationaal inkomen (lees: bezuinigen), de kosten voor asielzoekers moeten volledig worden opgebracht door PvdA-minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en de intensivering van het milieubeleid van PvdA-minister Alders kan volgens Brinkman in deze kabinetsperiode worden geschrapt.

In de wandelgangen van de Tweede Kamer werd de Lente-lijst van Brinkman gisteren door PvdA-Kamerleden getypeerd als “een flipperkast van ideeën” en ze vragen zich af of “Elco nou weer gaat roepen dat het speelkwartier voorbij is”. Het Kamerlid Melkert, financieel woordvoerder van de fractie, vindt dat de lijst een hoog "Financiën-gehalte' heeft. “Ik kom veel voorstellen tegen die door Financiën bijeen zijn gebracht. Lubbers had blijkbaar een nietje over en heeft Brinkmans lijstje toegevoegd aan zijn eigen brief”, schertst Melkert.

De lijst maakt duidelijk dat Brinkman met Kok de strijd aanbindt wie de meest solide bezuiniger is. De CDA-fractievoorzitter wil namelijk dat dat het kabinet vasthoudt aan de financiële doelstellingen van het regeerakkoord. Minister Kok - daarin gesteund door de CDA-ministers - vindt dat deze afspraken moeten wijken voor werkgelegenheid. In 1993 en 1994 daalt de werkgelegenheid met respectievelijk 17.000 en 7.000 arbeidsjaren, terwijl in de periode 1990-1992 de werkgelegenheid nog groeide met gemiddeld 77.000 arbeidsjaren per jaar.

De minister van financiën is tevreden wanneer de norm van de Economische en Monetaire Unie wordt gehaald. Om deze norm te halen, drie procent van het bruto binnenlands produkt, zouden bezuinigingen van ongeveer vijf miljard gulden genoeg zijn. Brinkman houdt vast aan bezuinigingen voor een bedrag van ongeveer negen miljard gulden waardoor het financieringstekort van het rijk volgend jaar kan worden teruggebacht naar 3,25 procent van het nationaal inkomen. De CEC vindt ook dat het kabinet negen miljard moet bezuinigen, maar in 1994 kan worden volstaan met slechts vier miljard "echt' (lees: structureel). De topambtenaren realiseren zich “dat bij het bezuinigen niet uitsluitend financieel-economische wenselijkheden doorslaggevend zijn. De bestuurlijke mogelijkheden tot realisatie vormen een randvoorwaarde.” De financiële normen moeten worden gehandhaafd, maar creatieve oplossen mag van de CEC. De topambtenaren voegen daar wel aan toe dat met ingang van 1996 alle bezuinigingen structureel moeten zijn.

De fifty-fifty-vuistregel (de helft structureel en de andere helft incidenteel, bijvoorbeeld eenmalige inkomsten uit de verkoop van staatseigendom), wordt gesteund door de CEC. In de Kaderbrief zal minister Kok waarschijnlijk vasthouden aan deze verhouding. Hij wil wel meer bezuinigen dan de vijf miljard gulden die nodig is om de de EMU-norm te halen, maar dit geld wordt via een lastenverlichting weer teruggeven. De prijs van arbeid (belasting- en premiedruk) moet omlaag in de strijd tegen de stijgende werkloosheid. Maar de bezuinigingen van Kok zullen een paar miljard gulden minder zijn dan die van de kabinetsadviseurs Brinkman en de CEC.