"Integriteit maakt huiverig voor het politieke spel'; D66'er Wolffensperger acht verwijten aan zijn partij "totale onzin'

Wordt de Tweede Kamer bevolkt door specialisten, ambtenaren en politieke mieren? Wie naar de critici van het parlementaire bedrijf luistert, zou het bijna denken. In een serie vraaggesprekken dienen de generalisten uit de Kamer hun critici van repliek en schetsen enkele politieke hoofdlijnen. Vandaag: D66'er Gerrit Jan Wolffensperger.

DEN HAAG, 19 MAART. Met de Haagse politiek moge het volgens sommigen slecht gaan, met D66 gaat het prima. De oppositiepartij is er in geslaagd vrijwel alle goede posities te combineren die in de politiek mogelijk zijn. De partij staat structureel hoog in de opiniepeilingen, heeft een toevloed van nieuwe leden, bezit een populaire lijsttrekker in de persoon van Van Mierlo en heeft inmiddels ook een kansrijke opvolger: de vice-voorzitter van de fractie, G.J. Wolffensperger. Wolffensperger, Tweede-Kamerlid sinds 1986 en voordien Amsterdams wethouder, is een prominent jurist op het Binnenhof en een markant generalist in zijn fractie.

D66 bereidt zich volgens Wolffensperger voor op permanent andere partijpolitieke verhoudingen. Hij verwacht dat het nooit meer zal worden wat het was. “Het CDA wordt de grootste partij met daaromheen D66, VVD en PvdA die elkaar in omvang niet veel ontlopen”. Wolffensperger wil dat D66 regeert, het liefst in "paarse coalitie', met VVD en PvdA.

Maar is D66 wel in staat tot regeren? Ex-fractieleider L.J. Brinkhorst waarschuwt voor het “suïcidale gedrag” van D66 in een kabinet dat moeilijke besluiten moet nemen. Ook Wolffensperger kent de consequenties van regeringsverantwoordelijkheid. “We zullen ook besluiten moeten nemen die niet sympathiek zijn. Dat hoeft in de oppositie niet. Maar als D66 niet in staat zou zijn regeringsverantwoordelijkheid te dragen zou ze geen knip voor de neus waard zijn”.

Bij CDA, VVD en PvdA bestaat een zekere huivering om met D66 in zee te gaan. Deze partij zou onduidelijk zijn, vaag en, in de woorden van VVD-leider Bolkestein, "kampioen lastenverzwaring'. Wolffensperger vindt de verwijten “volslagen onzin”. “We hebben op sociaal-economisch terrein een heldere, maar geen extreme visie. In de huidige sociaal-economische cultuur van Nederland zitten ook veel elementen die we willen behouden. D66 verschilt op een aantal terreinen niet veel van het CDA”.

Wel vindt Wolffensperger “het té rigide om het financieringstekort heilig te gaan verklaren als dat ten koste gaat van een andere baken: de werkgelegenheid”.

Wolffensperger kan zich de onrust en irritatie bij de andere partijen over D66 goed voorstellen. “Andere partijen ontlenen hun bestaansrecht aan het verleden, aan tegenstellingen als arm-rijk, godsdienstig of niet-godsdienstig. Die tegenstellingen worden minder, andere partijen gaan steeds meer op D66 lijken”.

Maar wat is dan het fenomeen D66? De Amsterdamse D66-wethouder R. ten Have omschrijft D66 als “een manier van denken, een manier van doen”. Volgens Wolffensperger is kenmerkend dat D66 “met integriteit” probeert besluiten te nemen. “Die integriteit maakt ons soms huiverig voor het politiek spel met al zijn slangenkuilen”. Maar, zo voegt hij eraan toe, D66 heeft eveneens een sterke ideëele component. “Andere partijen hebben ook idealen maar D66 verheft niet één ideaal tot hoogste goed. Wij pretenderen niet zoals het socialisme of de christen-democratie een ideologisch sleuteltje in bezit te hebben waarmee we alle problemen kunnen oplossen”.

Wolffensperger raakt geprikkeld bij de vraag of hij nu definitief in de voetsporen van Van Mierlo treedt. “Dat kroonprinsen-gedoe wordt van buitenaf gemaakt. Ik word er wel moe van als men denkt dat je in de Kamer per definitie het hoogste ideaal hebt om zelf politiek leider te worden”. Wolffensperger mist de “brandende ambitie” van partijgenoot Brinkhorst die zegt beschikbaar te zijn voor een ministersfunctie in een kabinet met D66. “D66 moet zorgen dat er in de fractie voldoende mensen zitten die de continuïteit kunnen waarborgen als Van Mierlo zou weggaan”. Maar hij “sluit niet uit” de taak van Van Mierlo over te nemen als de partij hem vraagt. D66-leider Van Mierlo heeft al gezegd in hém de meest aangewezen opvolger te zien als hijzelf onverhoeds “onder de tram zou lopen”. Wolffensperger: “Ik realiseer me dat ik terecht ben gekomen in een situatie waarin niet alleen mijn eigen voorkeuren maar ook de belangen van de partij een rol spelen. Wie van Mierlo opvolgt, zal er een verdomd zware klus aan hebben”.

De huidige twaalfkoppige D66-fractie is volgens sommigen met veel juristen en weinig economen eenzijdig is samengesteld. Het D66-hoofdbestuur pleit morgen op de Algemene Ledenvergadering in Amersfoort voor instelling van een stemadviescommissie om een "evenwichtige kandidatenlijst' op te stellen. Wolffensperger steunt dit. “Als er een grotere fractie komt, zul je ook de pluriformiteit van die fractie moeten versterken en disciplines spreiden. De commissie is er niet om te zeggen wie we wel of niet lusten in de D66-fractie maar wat het fractieprofiel moet zijn”. Wolffensperger vindt dat leden van zijn fractie zowel specialist als generalist moeten zijn. “Je moet de kennis hebben om weerwerk te bieden aan het kabinet en je moet ook in staat zijn je werk op ledenvergaderingen uit te leggen, om over de schutting van je eigen portefeuille heen te kijken”.

Wolffensperger combineerde drie jaar lang (1973 tot 1976) het lidmaatschap van zowel D66 als de PvdA. “Ik heb D66 altijd gezien als de partij die de rol kon spelen die me voor ogen stond. Toen het idee van een Progressieve Volkspartij verdween, heb ik ook het lidmaatschap van de PvdA opgezegd”. Hij bekijkt de overlevingsstrijd van de PvdA “zonder enig leedvermaak”, al praat hij over de terugkeer van Van der Louw met een glimlach. Van der Louw pleitte afgelopen zondag op een slecht bezochte bijeenkomst voor een paarse coalitie. “Het deed me denken aan een door secularisering zwaar getroffen kerkgemeente, met Van der Louw als dominee”.

In de verhouding tussen D66 en de PvdA komt inmiddels steeds meer "spanning'. PvdA-voorzitter Rottenberg heeft de D66-wethouders “kleine rampjes” genoemd en zegt dat D66 niet tegen kritiek kan. Wolffensperger geeft toe dat zijn partij gevoelig is voor kritiek. “Niets menselijks is D66 vreemd. Wij vinden het vervelend als anderen kritiek op ons hebben maar aanvaarden dat als complicatie van het politieke bedrijf”, aldus Wolffensperger die de kritiek echter voorspelbaar vindt. “De PvdA mikt voor een deel op hetzelfde electoraat en zit in doodsangst, terwijl D66 populair is. De PvdA zet zich af tegen ons af. Er zal de komende tijd nog wel eens wat vaker iets onaardigs worden geroepen, en niet alleen door de PvdA”

Maar Wolffensperger maakt zich “echt boos” als hij spreekt over de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. “Als ik zie hoe die fractie hier bezig is, schrik ik me rot. Er heerst een totale koersloosheid”. Hij vindt dat de PvdA-fractie zich op het terreinen als criminaliteit en vreemdelingenbeleid twijfelachtig gedraagt. “De achterban is boos over criminaliteit, maar de voorhoede vindt dat de PvdA progressief moet blijven. Ik was boos toen de PvdA-fractie zei dat dat twee in één cel niet slecht is. De VVD mag dat van mij zeggen maar een progressieve partij als de PvdA moet genuanceerd blijven”, zegt Wolffensperger met nadruk in zijn stem. “In de PvdA-fractie is bij criminaliteit en illegalen de stem van de Telegraaf te veel leidraad geweest, en haar idealen te weinig”.