Ik houd van vaklui die me goed bedriegen; Luk Perceval, leider van De Blauwe Maandag Compagnie

“Ik ben allergisch voor het zogenaamde ideeëntheater”, zegt Luk Perceval, regisseur van de Vlaamse Blauwe Maandag Compagnie. Ook theaterconventies als het doorbreken van de illusie en het najagen van vervreemding kunnen hem niet bekoren. “Theater staat of valt met het individu, met de persoonlijkheid van een acteur.” Percevals nieuwe regie, een rigoureuze bewerking van Drydens "All for love', is meer een ritueel dan een voorstelling.

All for love van De Blauwe Maandag Compagnie wordt van 24 t/m 27 maart gespeeld in de Stadsschouwburg in Amsterdam (res. 020-6242311). Daarna elders in Nederland t/m 9 april .

Te oordelen naar de Jugendstil entreehal is het Gentse Minnard-schouwburgje, zo genoemd naar de architect die het in het midden van de vorige eeuw neerzette, vaker verbouwd, maar vast en zeker nooit zo gortig als deze keer. Als de bezoeker de hal vol met in het Frans gestelde ge- en verboden eenmaal is gepasseerd, belandt hij in een wonderlijke samenloop van omstandigheden. Aan zijn voeten gaapt een modderige bouwput, boven zijn hoofd zweven kurketrekkergewijs de authentieke balkons. Tegenover de grijsbestofte spiraal van bepleisterde borstweringen hangt, ook al in het luchtledige, de toneellijst, eens zo hoog door het ontbreken van het podium, eens zo smal door die hoogte. En dat alles wekt nog maar de helft van de verbazing, want achter de lijst blinkt helder daglicht boven stuivende puinhopen.

In deze zelfs in onttakelde toestand nog elegante bonbonnière, zijn - tot het verval doorzette en bezegeld werd met voor de ramen getimmerde planken - revues en volkstoneel vertoond. Met het gebouw zelf wordt nu misschien die traditie bij gelegenheid in ere hersteld. Even voordat Luk Perceval glunderend van trots zijn bezoek door het puin heenloodste, heeft hij immers over zichzelf en zijn groep gezegd “het niet vasthouden aan één stijl als een eigenschap én als een kwaliteit” te beschouwen. Een gezelschap met één gezicht is volgens de regisseur oninteressant. Daarom maken zij de ene keer volksvermaak als Wilde Lea, over het Vlaamse "baancafé'-leven, en de volgende keer een voorstelling als All for love, begin deze maand in Gent in première gegaan en volgende week voor het eerst in Nederland te zien.

Eenmaal gerestaureerd zal de Minnard-bouwval een "empty space' zijn, een aan de omschrijving van theatermaker en -theoreticus Peter Brook beantwoordende ruimte. De toneellijst zal het middelpunt worden van twee aan weerszijden te bespelen zalen, waarin het publiek plaatsneemt op aan alle omstandigheden aan te passen tribunes. Behalve Minnard, dat Percevals Blauwe Maandag Compagnie, de "BMCIe', zes maanden per jaar naar eigen inzicht kan gebruiken, stelde de stad Gent ook een reusachtige repetitie- en kantoorruimte in het nabij gelegen en eveneens voor miljoenen verbouwde, voormalige volkshuis van Vooruit ter beschikking. Is het oorspronkelijk Antwerpse gezelschap in de eigen stad jarenlang aan het lijntje gehouden, toen het vorig jaar besloot zijn heil elders te zoeken regelde Gent de riante huisvesting binnen twee weken. Behalve met rivaliteit houdt het warme welkom uiteraard verband met de reputatie die de BMCie in nog geen tien jaar heeft opgebouwd.

Marionet

In 1984 maakte de acteur Luk Perceval (1957) samen met Guy Joosten, een van zijn leerlingen op de toneelacademie, zijn eerste zelfstandige voorstelling, De geschiedenis van Don Quichot. In de balans die hij vorig jaar onder de titel Accidenten schreef, memoreert hij wat daaraan vooraf ging: “Na vijf jaren Koninklijke Nederlandse Schouwburg was ik mentaal en fysiek ziek. Ik kon 's ochtends met moeite uit mijn bed omdat de gedachte aan alweer een repetitie zonder de minste vorm van creativiteit mij verlamde. Als marionet mocht ik "dienen' in historische reconstructies...”

De marionet werd leider van een opmerkelijk gezelschap dat drie jaar na het ontstaan al subsidie ontving (1,8 miljoen gulden sinds 1991) en dat jaar na jaar met vaak twee produkties tegelijk werd uitgenodigd voor het Theaterfestival. In 1989 en 1990 kreeg het de Festivalprijs voor respectievelijk Lars Noréns Nachtwake en Eugene O'Neills Strange Interlude. In de festivaleditie van vorig jaar was Wilde Lea te zien; voor haar vertolking van de titelrol ontving Els Dottermans de Theo d'Or. Mede-oprichter Guy Joosten had de groep toen al verlaten, hij werd begin 1992 benoemd tot "Oberspielleiter' bij het Hamburgse Thalia Theater.

Ook All for love is in België weer enthousiast ontvangen. Aan John Drydens oorspronkelijke stuk All for love or the World Well Lost uit 1678 herinneren slechts de titel, het vijfvoetige versschema en het verhaal over Antonius' fatale liefde voor Cleopatra: in opdracht van Perceval schreef de dichter Benno Barnard een geheel eigen versie. In de inleiding van de tekstuitgave schrijft Perceval dat het stuk "geen verhaal (over) hartstocht en dood in augustus van het jaar 30 voor Christus' is. Volgens hem gaat het "voorbij aan geschiedenis' en is het "een mythische partituur, een ritueel met als hartslag een totaliteit van geluid.'

Graal

Die visie heeft een uiterst sobere enscenering tot gevolg gehad. Op een vrijwel kale toneelvloer, waarboven in het halfduister een grote, blauwe luchter hangt, zijn de acteurs overgeleverd aan hun eigen spel. Volgens de regisseur weerspiegelt het statische karakter van de bijna drieënhalf uur durende voorstelling de ontwikkeling die hij doormaakt. “Niet in de zin dat ik stil zou staan, wel in de zin van het weglaten van het overbodige. Ik wil het over de essentie, over mijn essentie hebben.” En als antwoord op de blik van zijn bezoeker voegt hij daaraan toe: “Ik bewonder Peter Brook die in simpele observaties over de theatrale ruimte kan verduidelijken wat zijn graal is; ik kan hooguit stamelen dat mijn evolutie neerkomt op het steeds meer willen zeggen met steeds minder middelen.

“Mijn enige criterium is of een tekst mij raakt, een ander ijkpunt heb ik niet. Hoewel ik bij voorbeeld van mening ben dat alle toneel politiek is, zie ik geen moment hoe ik er invloed mee zou kunnen uitoefenen, het is geen propaganda-instrument. De opkomst van het Vlaams Blok vervult mij met afgrijzen, maar tegenover de geestelijke verwarring van de aanhangers kan ik op toneel "slechts' een figuur als Antonius stellen. Dat wil zeggen een mens op zoek naar evenwicht, naar rust, naar democratie en een mens die ten slotte struikelt over zijn eigen te grote schoenen. Tussen zijn wens, aan het begin van het stuk, te sterven en zijn dood aan het slot, beleeft hij alle angsten die, als ze de overhand krijgen in een samenleving, gevaarlijk worden. Racisme is tenslotte de angst het weinige dat men aan vrijheid heeft kunnen realiseren te verliezen. In die verkapte, metaforische en verstopte betekenis is All for love onder meer een anti-racistisch stuk, maar de mensen om wie het gaat bereik je daar uiteraard niet mee.”

Zijn "de grote vraagtekens over het leven waarmee ik rondloop' de reden waarom Perceval "een tekst aan publiek wil vertellen', de vorm van zijn ensceneringen is meestal afhankelijk van "het temperament van het moment.' “Ik probeer te achterhalen waarom ik gefascineerd ben door een stuk, om het weg te gooien en op zoek te gaan naar de manier waarop ik dezelfde aantrekkingskracht door acteurs kan laten oproepen. Els Dottermans geeft Cleopatra inderdaad heel expressieve momenten, die niet "functionalistisch' zijn, niet stroken met het adagium less is more en die zelfs niet passen bij de stijl van de voorstelling, maar als het spel mij raakt, dan mag het van mij best inconsequent zijn.

“Het gaat me niet om mijn eigen gelijk of mijn eigen concept. Vroeger bij de Koninklijke Nederlandse Schouwburg was het concept heilig. De eerste repetitie vertelde de regisseur welk stuk wij gingen spelen, hij las het voor, toonde het decor en wees aan op welke kruisjes op de vloer je welke tekst moest zeggen. Alles was van tevoren bedacht: dodelijker kan het niet. Of het met het verleden te maken heeft, weet ik niet, maar ik ben allergisch voor het zogenaamde ideeëntheater. Voor mij gaat het om menselijkheid, ontroering, humor.”

Slogans

Het heeft volgens Perceval met die visie op theater te maken dat hij na vier jaar spelen met ad hoc-formaties dringende behoefte kreeg aan een ensemble. En ook het beeld van de Blauwe Maandag Compagnie als "een selecte club waarin men moeilijk geraken kan' houdt ermee verband. “Theater staat of valt met het individu, met de persoonlijkheid van een acteur. De individuen maken de groep, zoals ze ook de politiek maken: slogans doen dat niet. Van iedere acteur heb ik in samenspraak een "investeringsplan' opgesteld, een verzameling uitspraken over zijn of haar talent en potentiële mogelijkheden en over de manier waarop die het beste uit de verf kunnen komen. Ik probeer het vermoeden van wat in de acteurs aanwezig is waar te maken. Ik wil, kortom, het verhaal dat ik vertel en dat altijd met mijzelf te maken heeft, confronteren met grote persoonlijkheden: daarin schuilt voor mij het belang van toneelmaken.

“Het toneelbeeld van All for love is kaal om de acteurs alle vrijheid te geven. We begonnen met rekwisieten, met kippen zelfs, omdat dieren altijd zo stom kunnen staren naar mensen die geëxalteerd doen over de levensvragen - maar ik heb alle illustraties successievelijk verwijderd om een ruimte te scheppen waarin het verhaal niet alleen alles kan zijn wat het is, maar meer dan dat - een ruimte waarin plaats is voor meerduidigheid en tegenstrijdigheid. Ik ben me bewust van de inspanning die ik van het publiek vraag, maar ik heb ervoor gekozen die inspanning nog te vergroten door geen pauze in te lassen.”

Gebedstekst

“All for love is geen voorstelling, maar een ritueel, een ritueel van afscheid. We hebben geen leentjebuur gespeeld bij folklore of exotisme, want daarin telt het individu niet, maar het collectief. Zoiets biedt zich niet consumptief aan, met een pauze en nog een staartje voorstelling na. De vorm leent zich wel voor individuele pauzes: als mensen tussendoor weglopen om een sigaret te roken, vind ik dat best. De sfeer van de voorstelling moet indringend genoeg zijn om de draad zo weer op te kunnen pakken.

“In de eerste plaats is er de taal, van Barnard, met een eigen ritme, jambisch, het is een gebedstekst, even bezwerend en kunstmatig, die de toehoorder in een andere stemming kan brengen. Daartoe dient ook de belichting, die, om het zo te zeggen, een eigen evolutie heeft, van donker naar blauw, naar groen, rood, helder en kil. En de kroonluchter, het centrum, de totem, die scheefhangt omdat het ding ouder is dan de mensheid. En Cleopatra en de haren, die de Egyptische spiritualiteit vertegenwoordigen, zijn steeds of vaak naakt, terwijl de Romeinse esthetiek juist blijkt uit het nadrukkelijke gekleed-gaan.”

Het is Percevals bedoeling geweest het spel in All for love “zoveel mogelijk te ontdoen van situatie en psychologie.” Het spel moet volgens hem resultaat zijn van “innerlijke concentratie.” De observatie herinnert hem aan de misvatting die velen huldigen: “Er zijn theatermakers die het verheven woord "zijn' bezigen in verband met toneel, maar je bént juist niet, als acteur, je spéélt dat je bent. De acteur herbeleeft een vorm - deels met behulp van techniek, van concentratie, intuïtie en authenticiteit, maar het is elk geval een vorm van bewust gedrag voor een publiek. De acteur is een priester die zijn kazuifel aantrekt en toneelspelen is liegen.”

Het tegenovergestelde van het "zijn' op toneel, de permanent doorbroken illusie, de voortdurend nagejaagde vervreemding, kan Perceval evenmin bekoren. Dat soort toneel is “als een regisseur die in een vraaggesprek over zijn werk vertelt: machteloos.” “Ik houd van ambachtslieden die mij goed bedriegen. Het cynische commentaar van acteurs die voortdurend laten weten dat we juist niet in ze hoeven te geloven, is per definitie oninteressant. Dat soort spel heeft zijn kunsthistorische waarde gehad, maar heeft op zichzelf geen kwaliteit. Ik wil juist acteurs zien die naveteit bezitten, geloof, kinderlijkheid. Zodat het irreële reëel wordt op het moment waarop ik lachen of huilen moet. Kwetsbaar zijn is niet in je neus peuteren op toneel en je schaamte tonen omdat je er überhaupt staat. Kwetsbaar is de clown die een salto mortale maakt en het gevaar loopt zijn nek te breken.”