Geen landschap, maar een tuin; Een wandeling door het Haags Gemeentemuseum

“Van musea wordt overal opwinding verwacht”, zei Rudi Fuchs in 1988 bij de opening van een nieuwe opstelling in het Haags Gemeentemuseum. “Maar die wens staat lijnrecht tegenover de geest en het gebouw van Berlage.” Als directeur streefde Fuchs naar rust en reflectie en ontpopte hij zich als een uitstekend binnenhuisarchitect. Na zijn vertrek blijken de financiële tekorten groot, maar heerst in het museum een weldadige rust. Sommige zalen zijn zelfs griezelig leeg.

Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41. Museum Paleis Lange Voorhout, Lange Voorhout 74, Den Haag. Geopend dinsdag t/m zondag van 11 tot 17 uur. Maandag gesloten.

Het Haags Gemeentemuseum ligt er prachtig bij. Een reiger zoeft over het met vergane leliebladeren bedekte water naar het dak van het museum, het geboomte staat in knop en van een afstand bezien lijkt het gele, bakstenen museumgebouw op te gaan in het blauw van de hemel. Ook de ijscoman is op zijn post. Zijn kar kwam vorige week nog ter sprake in de gemeenteraad, tijdens de discussie over het beleid van ex-directeur Fuchs, als iets wat je deze schat van een man zakelijk gezien nog niet zou toevertrouwen. Die opmerking kwam van PvdA-fractievoorzitter P. Heijnen. De ijscoman staat pal voor de ingang van het museum op het trottoir en heeft een mooi uitzicht op de glazen toegangscorridor, in de vloer waarvan een steen is aangebracht met de tekst: "Het Haags Gemeentemuseum van architect H.P. Berlage is op 29 mei 1985 bij het 50-jarig bestaan als kunstwerk in de collectie opgenomen'.

We bezoeken het architectonische Gesamtkunstwerk, zoals Fuchs Berlage's laatste meesterwerk wel heeft genoemd, naar aanleiding van de financiële tekorten die onder zijn bewind zijn gemaakt, in gezelschap van directiesecretaris Max Meijer. Hij treedt op als woordvoerder van de 160 medewerkers (inclusief part-timers) die in afwachting van de benoeming van de nieuwe directeur hun mond moeten houden. Overigens overweegt de interim-directie in het kader van een bezuinigingsoperatie het aantal formatieplaatsen van 119 terug te brengen tot 100.

Het eerste dat op deze zomerse zaterdagmiddag aan het museum opvalt is dat er vrijwel geen bezoekers zijn. Er heerst een weldadige rust, het daglicht glijdt de zalen in, het is alsof de schilderijen ademen. Eindelijk! Bij de opening van de nieuwe opstelling van de collectie moderne kunst, "Verzameling aan zee', in 1988, verklaarde Fuchs te streven naar rust en reflectie in het museum. Letterlijk zei hij: "Het museum is geen landschap maar een tuin. Dat is wat anders, dus, dan een spektakel waarin de enkele elementen verdwijnen in een veelkleurige draaimolen van effecten. Zoals bij een vuurwerk de pijl sissend maar onzichtbaar de zwarte lucht inschiet, dan openspat: een prachtige, wiegende bloem maar zonder details, een wolk zonder rand, die langzaam uiteenvalt en verdwijnt. (-) Nu, lijkt me, wordt van de musea overal opwinding verwacht, blockbusters - inderdaad die uit elkaar spattende wolk van vonken vuurwerk. Helaas zijn we terecht gekomen in een fase van de cultuur waarin alles groot en luidruchtig moet zijn. Die wens staat lijnrecht tegenover de geest van het gebouw van Berlage.'

Carrousel

Fuchs' streven naar rust moet veel Hagenaars merkwaardig in de oren hebben geklonken, omdat het in het Gemeentemuseum aan rust nooit heeft ontbroken, zoals het aan rust ook nooit heeft ontbroken in andere musea in meestal iets minder grote steden waar eveneens niet veel meer te beleven valt dan het bekijken van de eigen collectie. Maar de wethouder die Fuchs in 1987 naar Den Haag haalde, J. Verduyn Lunel van Groen Links, was het ermee eens. Bij dezelfde gelegenheid in 1988 zei de wethouder: "Deze omstandigheden van culturele politiek, die nu sterk toenemen (-) maken het museum tot tentoonstellingsmachine, tot carrousel op de kermis. Dat levert energie op, maar ook roofbouw; en net zoals men, in de landbouw, de akker met overleg gebruiken moet, zo moet het museum zorgvuldig met zichzelf omgaan.'

De bezoekersaantallen daalden dramatisch. In 1981 trok het museum (inclusief het Haags Historisch Museum) nog 270.000 bezoekers en in 1988 (ook inclusief het Haags Historisch Museum en mede dankzij tentoonstellingen over Mondriaan en de Haagse School) 311.000 bezoekers. Daarna zakte het bezoekersaantal naar 120.000 in 1989 (toen het museum zes maanden gesloten was) en in 1990 naar 100.000. In 1991 steeg het aantal bezoekers weer naar 124.000 maar het afgelopen jaar kwamen er zelfs niet meer dan 96.000 mensen, inclusief de bezoekers van het nieuwe Paleis aan het Lange Voorhout.

Het belangrijkste wapenfeit van Fuchs in Den Haag is, afgezien van de organisatie van tentoonstellingen, de herinrichting van het museum. Hij heeft zich daarbij ontpopt tot een uitstekend binnenhuisarchitect. Zeker wat de moderne kunst betreft is de herinrichting geslaagd te noemen. Wie na een kaartje te hebben gekocht rechts de trap op loopt en boven linksaf slaat, komt terecht in wat de mooiste zaal van het museum is geworden, met vroege landschappen van Mondriaan. De hele bovenverdieping is verder aantrekkelijk vormgegeven met de collectie moderne schilderkunst, met een centrale rol voor de latere Mondriaans. Helaas waren al die tijd dat er sprake is geweest van verkoop van enkele topstukken, de twee schilderijen waar het allemaal om ging, Harlekijn en Sibylle van Picasso, niet te zien. Het schijnt dat tijdens de commotie twee jaar geleden geen enkele bezoeker naar de schilderijen heeft gevraagd. Gelukkig is de verkoop inmiddels van de baan en de beide schilderijen zullen binnenkort weer uit het depot worden gehaald en op zaal worden gehangen, terug bij het enige schilderij van Picasso dat onder Fuchs was te zien, Vrouw met mosterdpot.

Hoekigheid

Het enige onderdeel van de herinrichting van de afdeling moderne kunst dat niet erg geslaagd te noemen valt, zijn de aankopen, schenkingen en permanente bruiklenen die onder Fuchs een groot deel van de eerste verdieping in beslag hebben genomen. Luciano Fabro, Jannis Kounellis, Donald Judd, A.R. Penck, Arnulf Rainer, Joseph Beuys en Georg Baselitz - het zijn misschien allemaal genieën, maar hun opdringerige werk past gewoon niet in de subtiele hoekigheid van Berlage's Gemeentemuseum.

Ook op de herinrichting van de muziekafdeling valt wel wat af te dingen. Om te beginnen zijn de zalen hier griezelig leeg. De inhoud van de vroeger zo rijk gevulde vitrines is verhuisd naar de depots, die trouwens wel voor studiedoeleinden toegankelijk zijn. De muziekafdeling lijkt na de herinrichting eigenlijk nog het meest op één grote stijlkamer, een Haagse salon waarin over enkele uren een huisconcert zal worden gehouden. Wel een verbetering is het prentenkabinet van de muziekafdeling; er is nu een mooie tentoonstelling te zien van muziekprenten met de titel "Een soet geluyt voor dronckaerts en sotten'.

Kunstnijverheid

Allerdroevigst is het gesteld met de afdeling kunstnijverheid, waarvan de herinrichting door geldgebrek nog steeds niet is voltooid. Welke sponsor wil zich over de kunstnijverheid ontfermen? Het was de bedoeling dat de collectie, waarvan de opstelling op de begane grond onder Fuchs moest wijken voor tijdelijke tentoonstellingen, zou worden verplaatst naar de in de jaren zestig tegen het oorspronkelijke gebouw van Berlage aangebouwde Schamhart-vleugel, zo genoemd naar de architect. Maar daar is het nooit van gekomen. Na een tentoonstelling met schilderijen van Karel Appel in 1991 sloot deze vleugel, waar vroeger ook het Nederlands Kostuummuseum was ondergebracht, en was alleen nog vorige zomer enkele weken geopend voor een tentoonstelling van het Engelse kunstenaarsduo Gilbert & George. Interim-directeur J.L. Locher heeft aangekondigd een deel van de collectie kunstnijverheid, met name het Chinese porselein, weer terug te plaatsen op de Mulierzaal, op de begane grond in het hart van het museum, opdat het publiek voor dit onderdeel van de collectie de weg naar de Stadhouderslaan weer zal weten te vinden.

Naijleffecten

De financiële tekorten zijn, zoals gezegd, gigantisch. Volgens de bruto cijfers uit de jaarrekeningen gaat het bij een jaarlijks budget van 12 miljoen gulden om achtereenvolgens 2 miljoen gulden in 1987, 1,6 miljoen in 1988, 1,2 miljoen in 1989, 1,4 miljoen in 1990, 1,4 miljoen in 1991 en 1,8 miljoen plus een opschoning van de balans van 1 miljoen in 1992. Overigens had het museum in de jaren 1981-1985 een bezuinigingsoperatie achter de rug van in totaal structureel 3,3 miljoen gulden, waarvan de zogeheten naijleffecten onder Fuchs nog voelbaar waren.

De belangrijkste tentoonstellingen onder Fuchs waren in 1989 van A.R. Penck en Per Kirkeby, in 1990 van Arnulf Rainer, Kees Verwey en Jannis Kounellis, in 1991 van Jack B. Yeats, Karel Appel alsmede de kunstnijverheidstentoonstelling "Al het zilver', en in 1992 van Royden Rabinowitch, Immendorf, Gilbert & George, Barry Cooke en Sol Lewitt. In het nieuwe Paleis aan het Lange Voorhout was vorig jaar de openingstentoonstelling Het Interieur te zien, nu loopt daar de tentoonstelling van beelden van Karel Appel.

In afwachting van gemeentelijke straf- of compensatiemaatregelen heeft de interim-directie alvast een op afstandelijke toon gesteld bedrijfsplan gemaakt. Het beleid had een "inhoudelijk dilemma' onder Fuchs: "enerzijds was er de wens om zich te concentreren op de eigen collectie, anderzijds werd naar buiten toe gezocht naar een dynamische betrokkenheid met de internationale kunstwereld - met name van de moderne kunst. Een museumbrede, voor ieder duidelijk herkenbare werklijn was hierdoor afwezig'. Het bedrijfsplan lijkt verder voor de god der zuinigheid te zijn geschreven, met zinnen als "Er worden drie hoofdbudgethouders aangewezen. (-) De hoofdbudgethouders kunnen binnen hun budgethoudersschap sub-budgethouders aanwijzen'.

Het museum maakt zich op voor een grote tentoonstelling over Mondriaan die voor eind 1994 op het programma staat en een expositie over kunstschatten uit Koeweit die wellicht deze zomer te zien is. Ook neemt het museum zich voor jaarlijks minimaal een tentoonstelling te maken uit een voor een groot publiek aantrekkelijk collectieonderdeel, bijvoorbeeld de grafiek van M.C. Escher.