Een heerlijk tijdverdrijf; De cabaretteksten van Michel van der Plas

Frank Verhallen: Michel van der Plas, van veel te veel een spaarzaam deel. Uitg. Nijgh & Van Ditmar/Theater Instituut Nederland, 256 blz. Prijs ƒ 34,90.

“Van veel te veel een spaarzaam deel,” luidde ooit het motto dat Michel van der Plas meegaf aan zijn eigen werk. Hij was niet alleen bijna 45 jaar lang redacteur van het weekblad Elsevier waarin hij reportages, interviews en columns schreef, maar publiceerde ook dichtbundels, vertaalde romans, poëzie en toneelstukken (T.S. Eliot, Heinrich Böll, Paul Claudel), was samensteller van bloemlezingen en documentaire boeken, fungeerde als de gedienstige ghostwriter van roomse gezagsdragers als Luns en Alfrink, maakte interview-boeken met Godfried Bomans en Okke Jager, won als biograaf van Guido Gezelle bijna de AKO-prijs en schreef enkele van de populairste cabaret- en chansonteksten uit de naoorlogse geschiedenis: Tearoom Tango, Frater Venantius en de Stalmeester voor Wim Sonneveld en Zondagmiddag Buitenveldert en Sandra voor Frans Halsema. En, zegt hij in een zojuist verschenen boek over zijn werk: “Ik heb al die verschillende genres met evenveel plezier, toewijding en, naar ik zelf vind, deskundigheid beoefend.”

Michel van der Plas, het pseudoniem dat de jeugdige Ben Brinkel zichzelf aanmat omdat een kleinseminarie-student niet werd geacht onder eigen naam te publiceren, wilde eigenlijk iemand als Guido Gezelle worden: priester en dichter tegelijk. Zijn opleiding stond in het teken van volstrekte nederigheid - en hoewel hij uiteindelijk te speels en spotlustig was om die te voltooien, maakt het aan hem gewijde relaas duidelijk dat Van der Plas in zijn werk altijd iets nederigs heeft gehouden. Vooral in zijn cabaretwerk. Hij was nooit een man die wild om zich heen sloeg, die opstandige of ontluisterende teksten schreef. Hij blonk uit in elegante, vormvast verwoorde lyriek en treffende taalparodieën. Maar het waren altijd anderen die hem daartoe moesten aanzetten: eerst Sonneveld, die hem als cabaret-auteur ontdekte, daarna Frans Halsema en jarenlang ook de KRO-radio, waar hij de produktieve leverancier was van het succesprogramma Cursief. “Een heerlijk tijdverdrijf,” noemt hij het zelf. Een vlucht uit uit “een heel voorspelbaar, afgebakend leven (-) met zijn werk bij een degelijk weekblad en met in de vrije uren ook nog eens dat geploeter op al die serieuze literatuur”, zegt Gerard Cox.

Frank Verhallen, de auteur van Michel van der Plas, van veel te veel een spaarzaam deel, is cabaretrecensent bij Trouw en heeft het dan ook vooral over het cabaretwerk van zijn hoofdpersoon. Dat gaat ten koste van de aandacht voor 's mans journalistieke en literaire arbeid, maar heeft als voordeel dat er een gedetailleerd beeld ontstaat van de wordingsgeschiedenis van heel wat beroemde nummers. Zorgvuldig ontrafelt Verhallen hoe de Sonneveld- en Halsema-hits ontstonden en hoe er werd gewerkt voor de radio. Daarbij komen ook kleine en grotere wrijvingen over het auteurschap ter sprake, want de twee belangrijkste afnemers van Van der Plas hechtten eraan hun eigen inbreng ook in de credits tot uiting te brengen. Soms terecht, soms ten onrechte. Onthullend zijn de verhalen over Toon Hermans, die zijn bundel Dagboek, tussen mei en september (1976) anoniem door Van der Plas liet samenstellen, en hem later ook om repertoire vroeg. Toen hij een stapel teksten had ontvangen, zei Hermans: “Je begrijpt natuurlijk wel dat ik straks alle nummers van mijn programma op mijn eigen naam wil hebben.” Van der Plas ging daarmee niet akkoord, waarop de samenwerking werd beëindigd. Overigens heeft Toon Hermans intussen in een radioprogramma gezegd dat hij zich daarvan niets kan herinneren.

Het boek over Van der Plas bevat niet alleen veel feitelijke informatie, maar ook vijftig van zijn beste teksten, een bibliografie en een discografie - een voorbeeldig stukje cabarethistorie en helaas een afgesloten onderwerp, want sinds de dood van Halsema schrijft Michel van der Plas geen cabaretteksten meer. Hij werkt nu aan een biografie over Alberdingk Thijm.