Duitse renteverlaging steun voor Brits pond

AMSTERDAM, 19 MAART. Zoals verwacht heeft de Bundesbank gisteren het discontotarief met een half procent verlaagd tot 7,5 procent. De Lombardrente bleef echter ongewijzigd op 9 procent. Dit was een lichte teleurstelling voor de financiële markten omdat zij verwachtten dat ook het Lombardtarief omlaag gebracht zou worden. Tegen dit tarief kunnen de banken in Duitsland lenen bij de Bundesbank indien de overige kredietfaciliteiten (disconto en speciale beleningen) niet voldoen. Het vormt derhalve de effectieve bovengrens van de geldmarkt in Duitsland. Bij dalende geldmarkttarieven heeft de hoogte van dit tarief echter geen invloed op de marktrenten. Het achterwege blijven van de verlaging van de Lombardrente nu, heeft dan ook alleen een psychologische betekenis. De Bundesbank geeft daarmee aan dat zij het, vanwege de nog hoge inflatie, rustig aan doet. Daarmee behoudt zij haar geloofwaardigheid op de financiële markten. Het lijkt waarschijnlijk dat de volgende keer de Lombardrente aan de beurt zal zijn. Door de renten stapsgewijs en één voor één te verlagen kan zij de verwachtingen van de markten effectief beïnvloeden. Dit zou niet meer mogelijk zijn indien zij beide tarieven tegelijkertijd in enkele grote stappen omlaag zou brengen. Met de gekozen strategie blijven de markten hopen op verdere renteverlagingen. Dat blijkt met name uit de termijncontracten voor de rente. Deze impliceren een daling van de geldmarktrente van 7,8 tot 6 procent binnen een half jaar.

De valutaire situatie binnen het EMS maakte het mogelijk dat de Nederlandse, de Belgische en de Deense centrale bank de rentestap van de Bundesbank geheel of gedeeltelijk konden volgen. De Franse centrale bank kon dat echter niet vanwege de druk op de franc in verband met de verkiezingen op 21 en 28 maart. Ondanks het feit dat de Fransen de renteverlaging van de Bundesbank niet hebben gevolgd, werd de Franse franc zwakker. De maximaal toelaatbare afwijking van de spilkoers is echter nog niet bereikt, maar de verwachting is dat dat niet lang meer zal duren, wat impliceert dat er weer geïntervenieerd moet worden.

Het Britse pond, dat niet meer deelneemt aan het wisselkoersmechanisme, reageerde wat weifelend nadat minister van financiën Lamont zijn begroting dinsdag bekend had gemaakt. Enerzijds was de financieringbehoefte met 50 miljard pond hoger dan verwacht. Bovendien zal het Verenigd Koninkrijk over vijf jaar nog een tekort hebben van 3,8 procent van het bruto binnenlands produkt, wat meer is dan volgens het verdrag van Maastricht is toegestaan. Dit gaf een negatieve impuls. Anderzijds bleef een renteverlaging uit, wat positief is voor het pond. Bovendien werd gisteren bekend dat de werkloosheid niet met 20000 was gestegen, zoals verwacht, maar met 22000 gedaald. Het einde van de langdurige Britse recessie lijkt daarmee definitief bevestigd. De valutamarkthandelaren gaan zich steeds meer realiseren, dat verdere renteverlagingen in Engeland steeds minder waarschijnlijk worden, terwijl de rente in continentaal Europa door de groeivertraging daar juist nog wel zal afnemen. Het renteverschil, nu nog in het nadeel van de Britten, neemt daarmee af. De koers van het pond liep hierop vooruit en steeg de afgelopen week per saldo ongeveer 5 cent in waarde.

Bron: Economisch Bureau ING Bank