Directeur Jonkhart: Overheid kan niet zonder expertise; NIB cruciaal in industriebeleid

ROTTERDAM, 19 MAART. Wie de Nederlandse overheid ziet omgaan met zijn zelfscheppende industrie kan bijna niet anders dan concluderen dat er sprake is van meer geschreeuw dan wol. De overheid bezat het geld niet om Fokker een (tijdelijk) zelfstandig voortbestaan te garanderen of om een DAF uit handen van de bewindvoerders te houden. Bij Philips in Eindhoven en bij Hoogovens in IJmuiden zal er tegen beter in gehoopt worden op een mentaliteitsverandering in Den Haag.

Over de kansen daarvoor en de richting van de industriepolitiek heeft deze week president-directeur van de Nationale Investeringsbank (NIB), prof.dr. M.J.L. Jonkhart, zich uitgesproken in het kader van het de presentatie van het NIB-jaarverslag.

De NIB, waarin de staat meerderheidsaandeelhouder is, speelt bij de bepaling van het al dan niet redden van bedrijven een cruciale rol, temeer omdat ook alle grootbanken via commissarissen meekijken in de keuken van de NIB. “In de afgelopen tijd is nog eens duidelijk geworden dat de overheid niet zonder onze expertise kan. Eigenlijk is de NIB een beetje van iedereen en dat is een mooie rol”, zo zei Jonkhart, zonder enige triomf overigens, want uit zijn betoog bleek dat de NIB ook vaak haar expertise beschikbaar stelt aan bedrijven die moeilijke keuzes moeten maken.

De NIB is zelf overigens een produkt van een duidelijke keuze, namelijk voor een terugtrekkende overheid. De banden tussen overheid en NIB zijn steeds losser geworden. Vroeger was de NIB op de eerste plaats de verstrekker van staatsgegarandeerde leningen, nu zijn die leningen steeds in omvang teruggelopen terwijl de eigen activiteiten zijn gegroeid. De staatsgegarandeerde leningen maken nu nog maar een klein deel van de besognes van de bank.

De NIB richt zich nu vooral op langlopende financiering en het adviseren en verstrekken van risicokapitaal. Die duidelijke keuze is goed uitgepakt. Op eigen kracht heeft de NIB elf jaren van winstontwikkeling laten zien. Jonkhart verwacht er dit jaar twaalf van te maken. De bank scoort dankzij een hoog eigen vermogen (10,5 procent van het balanstotaal) op het gebied van kredietwaardigheid (AA+ in vaktermen) en de baten-kostenverhouding is met drie op één uitzonderlijk: dubbel zo goed als bijvoorbeeld een ABN Amro.

Toch blijft de NIB zich nadrukkelijk bezighouden met het Nederlandse industriebeleid. Jonkhart constateert in ons land een herlevende belangstelling voor de industrie. “Eigenlijk is het jammer dat de belangstelling pas komt wanneer het minder goed gaat met een aantal grote en kleinere bedrijven,” constateert hij spijtig. Hoe slecht het gaat heeft hij onderzocht: het optimisme onder 250 middelgrote en grote ondernemingen over zaken als winst en orderportefeuille is de afgelopen tien jaar nog niet zo laag geweest.

Jonkhart vindt dat de huidige versterkte aandacht voor de industrie eigenlijk te laat komt. “In goede tijden moet actief worden gebouwd aan de industrie. Het zogenaamd redden van bedrijven in moeilijkheden is het paard achter de wagen spannen.” Dat betekent volgens hem niet dat de overheid nu werkeloos moet toezien. “De overheid moet private partijen in slechtere tijden te hulp schieten met risicokapitaal, op voorwaarde dat er bedrijfseconomische redenen zijn om zo'n bedrijf open te houden.”

Dat mag volgens Jonkhart de regering er niet van weerhouden tegelijkertijd de structuur van de economie te versterken. Hij wil zonder het overheidstekort te laten stijgen budgettaire verschuivingen aanbrengen ten gunste van het bedrijfsleven, de technologische ontwikkeling en de infrastructuur. “De grote vraag op dit moment of wij in staat zijn verder te komen dan het uitspreken van beleidsprincipes alleen. Put your money where your mouth is”, aldus Jonkhart.

Op zich weet Jonkhart uit ervaring het antwoord op zijn grote vraag wel. “Ik heb gezien dat de overheid voor het openhouden van bedrijven geen geld kan vinden op de begroting. Het geld dat daarvoor nodig is, moet bespaard worden op andere zaken en dat merken veel meer mensen, c.q. kiezers, direct.”

Over het verbeteren van de economische structuur maakt hij zich geen illusies. “Als ik zie waar de politiek de opbrengst van de voorgenomen beursgang van de PTT aan wil spenderen. Van dat geld worden geen investeringen gedaan. Dat gaat echt op aan salarissen. Dan denk ik: zoek het maar uit.”

Jonkhart kondigde aan verder te werken aan zijn eigen bank met mogelijk zelfs buitenlandse overnemingen van portefeuilles van noodlijdende banken of participatiemaatschappijen. Daarmee kan de NIB verder op zegetocht, terwijl in Eindhoven en IJmuiden de zorg voor de normale bedrijfsuitoefening groeit.