Carnaval in Cadiz

Carnaval is een feest van het zuiden. Een buurman van mij heeft vroeger in Limburg in de mijnen gewerkt. Daar konden ze nog eens carnaval vieren, vertelde hij. En in plat Limburgs begon hij een lied te zingen, waar ik geen woord van verstond. 'Goeje mensen, daar in Limburg,' zei hij.

In Granada doen ze niet veel aan carnaval. Op straat merk je er niets van. Alleen kom je 's nachts wel eens een paar studenten tegen, die geschminkt en dronken langs de straat te zwerven.

In heel Europa wordt het mooist carnaval gevierd in Venetië. En in Cadiz, een havenstad die zuidelijker ligt dan Granada, aan de andere kant van Gibraltar aan de Atlantische kust. Het oude centrum van Cadiz is een schiereiland. Hoe je ook loopt, je komt steeds weer snel bij de zee terecht. Al meteen de eerste dag zijn de straten er volgepakt met mensen. Dan wordt er vooral gegeten: oesters en zeeëgels.

Je komt gewoon ogen te kort. Want alle kinderen verkleden zich. En niet maar een klein beetje, maar zo dat hun beste vriend of vriendin ze niet herkent. En ook veel grote mensen verkleden zich. Het hele jaar hebben ze aan hun kostuums gewerkt. Caranaval is nu eenmaal het belangrijkste feest.

Als je daar als gewoon mens tussendoor loopt, krijg je het gevoel dat je in de wereld van de fabels terecht bent gekomen, en ook in een andere tijd. Eigenlijk is verkleden niet het juiste woord. Wanneer je die mensen ziet, moet je aan een rups denken die zich heeft verpopt en vlinder is geworden. En, net als bij vlinders, duurt hun leven in betoverde vorm maar kort.

Zou het door de zee komen dat in Venetië en in Cadiz zo prachtig carnaval wordt gevierd? Beide steden staan tot aan hun navel in het water. Altijd is de geheimzinnige onderwaterwereld om de mensen heen.

In Cadiz heeft bovendien iedere straat, werkplaats of kantoor een zanggroep. Al die koren treden tijdens het carnaval op, in theaters, bioscopen, of waar dan ook. Meestal bestaat zo'n koor alleen uit mannen, en elk maakt zijn eigen carnavalslied. Dat is ieder jaar weer anders, en geeft commentaar op wat er gebeurt. Elk lid van het koor is heel kleurig verkleed, allemaal min of meer gelijk en toch een beetje verschillend. En meestal is er één man bij die zich als vrouw verkleed heeft. Want daar zijn ze in het zuiden gek op.

Het is een wonderlijk gezicht zo'n koor te zien. Ongeveer dertig mannen, zonderling uitgedost, staan op een kluitje en zingen om het hardst. Maar elk van hen zingt alsof hij alleen op de planken staat. Hij maakt gebaren en trekt gezichten, net of hij in zijn eentje het publiek moet amuseren.

En dat gaat de hele maand zo door.