Brutaal zonder excuses

Emigré, Magazine for Graphic Design, nr. 25: Made in Holland. ƒ 24.50. Distr. Island International Bookshop, Athenaeum en Nijhof & Lee, Amsterdam, abonnementen Bruijl & van de Staaij, Meppel. Dutch Graphic Design: 1918-1945, Alston W. Purvis, ƒ 110,-, distr. Valeton & Henstra, Amsterdam.

Voor veel buitenlanden, Amerika voorop, is Nederland het Mekka van de grafische vormgeving. Het nieuwe nummer van het Californische tijdschrift Emigré is er aan gewijd. Het maakt deel uit van een duidelijke hausse: vorig jaar organiseerde de Newyorkse kunstacademie Cooper Union een tentoonstelling over grafische vormgeving in Nederland, en het Massachusetts College of Art doet dat binnenkort ook; het blad Print besteedde er zijn kerstspecial aan; en onlangs verscheen het boek Dutch Graphic Design 1918-1945 van de Amerikaanse verzamelaar Alston W. Purvis. In Nederland zelf opende minister d'Ancona vorige week een grote overzichtstentoonstelling hierover, met een fraaie en omvangrijke publikatie van Paul Hefting en Kees Broos, in De Beyerd in Breda.

Emigré is de aanvoerder van de brat pack in de Amerikaanse grafische vormgeving. Het heeft een onmogelijk formaat en is vaak nagenoeg onleesbaar. Als tijdschrift en podium balanceert het op de rand tussen toegepaste kunst en autonome kunst. Dat deze provocaties vaak heftige reacties uitlokken bij het grafische establishment, bleek toen Massimo Vignelli, een gevestigde ontwerper van klassieke snit, in een recent interview in Print flink uithaalde naar deze "typografische vuilnis'. In nummer 23 antwoordt hoofdredacteur Rudy Vanderlans alleen door zijn eigen criteria te omschrijven: "Als iets mij interesseert ga ik erop af en probeer er meer van te weten te komen. Natuurlijk moet het werk met veel toewijding en integriteit zijn gemaakt en moet het een zekere originaliteit hebben. Of het hiermee "goed' design is, laat ik aan U over.'

Emigré heeft altijd een sterke link gehad met Nederland: diverse Nederlandse ontwerpers hebben er gewerkt, er is bijvoorbeeld een themanummer gewijd aan Piet Schreuders en bovengenoemd nummer 23 bevatte een stuk van de Nederlandse typograaf Gerard Unger (over leesbaarheid). Deze special - waarvan in ieder geval de teksten wèl heel goed leesbaar zijn - is zelfs n Nederland gemaakt, onder redactie van grafische vormgevers Vincent van Baar en Armand Mevis en cultuurhistoricus Gerard Forde. Over hun selectie schrijven ze in de brutale Emigré-stijl: "Zo we al criteria hadden, waren dat jeugd, vitaliteit en een sterke en persoonlijke stem. De daaruit voortvloeiende keuze is dus divers, niet representatief en vooral subjectief - waarvoor wij ons niet verontschuldigen.'

Om er toch een lijn in te brengen kregen sommige deelnemers een thema: zo maakte de groep Joseph Plateau een portfolio over film omdat zij boven een bioscoop werken. Ko Sliggers, die met ontwerpen is opgehouden om chef-kok te worden in café-restaurant Dudok in Rotterdam, schrijft een kookrubriek, met recepten waar het water je van in de mond loopt. Ook is Roelof Mulder vertegenwoordigd, die onlangs de eerste Designprijs Rotterdam won. Op de "centerfold' figureert Gert Dumbar, nestor voor veel van deze jonge ontwerpers, op zijn oude Franse motor. Daarnaast zijn er interviews met Armand Mevis, Lex Reitsma, Mart Warmerdam en een "inquisitie' met Irma Boom. Vraag aan haar: denk je dat er iets "typisch Nederlands' is aan jouw werk? Het antwoord, even bondig als geestig: "Het wordt gesubsidieerd!'

Deze keuze is uiteraard niet volledig, maar wel degelijk representatief voor de stroming die Emigré interesseert: subversief, vernieuwend, niet gauw bereid grenzen te aanvaarden. Maar van een hechte gemeenschap van geestverwanten is geen sprake. Op de achterkant staan onder de kopjes "Concurrenten!' en "Collega's?' korte citaten hierover genoteerd. Michiel Uilen doet de treffende uitspraak: "Uiteindelijk wil ik lid van de club zijn, terwijl ik dat anderzijds natuurlijk helemaal niet wil!'