Brussel vreest protectionistische cultuuromslag in de VS; Clinton preekt de vrije concurrentie maar treft sanctie op sanctie tegen EG

BRUSSEL, 19 MAART. Wat wil Bill?, begint de belangrijkste vraag in Brussel te worden. De Europese handelspartners raken volkomen uit balans van het allegaartje aan woorden en daden dat de nieuwe Amerikaanse president op de EG afvuurt. Terwijl Clinton in de ene speech na de andere de vrije concurrentie predikt, treft zijn regering sanctie op sanctie jegens Europa. Anti-dumping heffingen op staal, uitsluiting van Europese bedrijven voor Amerikaanse overheidscontracten, dreigementen jegens Airbus - Brussel snapt er niets meer van.

Zou de vrijhandels-ideologie in de VS z'n langste tijd soms hebben gehad? Na de val van de Muur is immers de noodzaak voor Amerika om het historisch ongelijk van het Oostblok te bewijzen, verdwenen. De Commissie durft het niet te zeggen, maar stilletjes wordt gevreesd dat Washington definitief de blik naar binnen heeft gericht. Zonder het Oostblok heeft de economische relatie tussen de geallieerden van destijds veel van z'n strategische vanzelfsprekendheid verloren.

De kans op een permanent gespannen handelsrelatie met de nieuwe Amerikaanse regering is de laatste weken snel gegroeid. En dat net op een moment dat de meest "Europese' aller Amerikaanse presidenten is aangetreden. De Amerikaanse EG-ambassadeur Dobbins zei begin deze maand dat de VS zelfs aan de Maastricht-normen voor de monetaire unie zullen voldoen als Clinton z'n bezuinigingsplannen kan uitvoeren. De president werkt bovendien aan een CO2-tax, investeert in scholing en gezondheidszorg en probeert de economie te stimuleren. Maar de tekenen dat Clinton dat wil bereiken door buitenlandse markten open te breken en de eigen markt te beschermen, beginnen steeds duidelijker te worden. Europa dreigt op zichzelf te worden aangewezen, net nu het voor de redding uit de recessie alle hoop op de VS heeft gevestigd.

Na een bezoek van commissaris Brittan aan Washington begin februari keerde de EG-delegatie al in mineur terug. Er had zich bij de Amerikanen een cultuuromslag voorgedaan. De onderhandelaars uit Democratische kring bleken vooral afkomstig van industrieën waar protectionisme voorop stond: textiel, auto's en media. De traditioneel liberale dienstensector was nauwelijks vertegenwoordigd. De nieuwe onderhandelaars waren hoofdzakelijk "typische yuppen'. “Van die verwende baby-boomers zonder geduld, voor wie alles altijd moest lukken”, merkt een betrokkene teleurgesteld op. Het nieuwe team bleek geheel gericht op de binnenlandse Amerikaanse economie en verdedigde vol vuur protectionische wetten als de "Buy American Act'. Heel anders dan de veel internationaler georiënteerde Republikeinse onderhandelaars rond Carla Hills. "Buy American' was bedoeld om het Congres en de bonden zoet te houden, zo was de houding destijds in het Bush-tijdperk. Voor het Clinton-team is Buy American echter een centraal uitgangspunt. Het vooroorlogse Amerikaanse isolationisme keert terug, zo somberden de EG-onderhandelaars in het vliegtuig terug.

Commissaris Brittan kreeg wel de belofte mee dat Clinton het Congres zou vragen de termijn voor een snelle goedkeuring van een GATT-akkoord te verlengen. Daarmee werd het politieke signaal gegeven dat de Amerikanen nog steeds het wereldvrijhandelsakkoord willen sluiten. Maar intern was de Commissie allerminst gerustgesteld. Clinton zou wel eens om een jaar verlenging kunnen vragen. Daarmee zou alle dynamiek uit de GATT-onderhandelingen zijn verdwenen. Trof het nieuwe team rond Mickey Kantor geen voorbereidingen om àlle tot dan bereikte resultaten in de Uruguay-ronde door te lichten? Een verlenging met een jaar zou neerkomen op het om zeep helpen van GATT, dat na 7 jaar onderhandelen toch al op sterven na dood is, zo is de heersende mening in Brussel.

Sinds de gang naar Washington begin februari is de stemming niet verbeterd. In het openbaar wordt het hoofd recht gehouden. De reacties op Amerikaanse maatregelen werden doelbewust sober, feitelijk en gepast scherp gehouden.

Pag.13: Brussel is het spoor bijster

Waar mogelijk werd benadrukt dat Clinton "uiteraard' in de eerste maanden van zijn presidentschap voor de binnenlandse bühne positie moet kiezen. Na een jaar campagne voeren als kampioen van de Amerikaanse economie zijn er immers verwachtingen gewekt. De uithaal van Clinton in Seattle voor een gehoor van Boeing-arbeiders naar Airbus werd als "retoriek' beschouwd, die niet in maatregelen hard is gemaakt. De anti-dumping heffingen op staal werden in Brussel weggewuifd als een erfenis van het vorige bewind.

Brussel klampte zich vast aan een speech die Clinton eind februari voor studenten van de American University in Washington hield. Daarin bepleitte hij economische samenwerking, verhief hij vrijhandel tot "prioriteit van de Amerikaanse veiligheid' en riep hij Amerikaanse bedrijven op “te concurreren en zich niet terug te trekken”. Dat klonk goed. Maar prompt daarna dreigde zijn handelsafgevaardigde Kantor Europese bedrijven van Amerikaanse overheidsopdrachten uit te sluiten (zie kader). Vervolgens provoceerde Kantor de EG opzettelijk door een onderhandelingsafspraak met Brittan plotseling af te zeggen - de sancties gaan “vrijwel zeker” vanaf maandag in, zo zette hij door. Dat leek weer nergens op.

Brittan ging woensdag in de tegenaanval, door de subsidies van Nasa en het Pentagon voor de Amerikaanse vliegtuigbouw aan te vallen. Tegelijk riep hij de VS op eindelijk duidelijkheid te geven over het handelsbeleid. Het zijn voorlopig proefstoten, bedoeld om te zien hoe de ander reageert. Het overleg tussen Delors en Clinton gisteravond had voor duidelijkheid moeten zorgen. Maar Delors toonde zich na afloop ronduit sceptisch. Het risico op een handelsoorlog is volgens hem niet vermeden. Brussel weet nog steeds niet waar het met Clinton aan toe is. Met argusogen wordt gekeken naar de onderhandelingen die Washington met Mexico heeft heropend over "aanvullende overeenkomsten' bij de North America Free Trade Agreement, die Bush nog sloot. Als de Clinton-yuppen dat snel en soepel afhandelen, haalt ook de Commissie verlicht adem.

Economie op dit niveau lijkt steeds meer op psychologie. Om resultaten in internationale onderhandelingen te behalen worden abstracties als "klimaat', "dynamiek' en "momentum' steeds belangrijker. De politieke ruimte is beperkt, zo weet iedereen. De recessie heeft de vaart uit het integratie-proces gehaald. Het Europese monetaire stelsel is zwaar aangeslagen. Ook Europese landen hebben een groeiende neiging de blik naar binnen te richten. De Britten haakten vorig jaar als eerste af met hun vertrek uit het EMS. De slepende "Maastricht'-ratificatie heeft de regering-Major verzwakt. De Bondsrepubliek was maandenlang geabsorbeerd door het "Solidariteitspact' en blijft maar gefixeerd op de integratie van de ex-DDR. Italië is in een intern corruptie-schandaal verwikkeld die het voortbestaan van de staat zelfs bedreigt. Halen de VS de Gatt niet definitief onderuit, dan is er een goede kans dat de nieuwe Franse regering dat zal gaan doen. Het lijkt het enige waar de Franse partijen het dezer dagen over eens zijn: het EG-oliezadenakkoord met de VS uit november deugt niet. Internationale tops à la G 7 boekten nauwelijks nog resultaat. Het EG-"groeiplan', waarmee Delors de lidstaten in Edinburgh trachtte op te zwepen, spreekt wegens gebrek aan gewicht weinigen tot de verbeelding. De fut lijkt uit het internationale vergadercircuit verdwenen, ten gunste van de nationale hemd en de nationale rok.

Zo bezien vrezen sommigen in Brussel zelfs het nakende einde van de traditionele band tussen de VS en Europa. De trans-atlantisch as die altijd als drijvende kracht achter de vrijhandels-ideologie heeft gefungeerd. Zet die ontwikkeling door dan groeit er een klimaat waarin het protectionisme nieuwe kansen krijgt. Er doemt dan een wereld op van zelfstandige handelsblokken: het Amerikaanse continent, Europa en Azië. Vrijhandel in de toekomst zou wel eens beperkt kunnen blijven tot het eigen gebied.