Bolsjoi orkest boeit met Sjostakovitsj

Concert: Symfonie Orkest van het Bolsjoi Theater. Dirigent: Alexander Lazarev. Solist: Michail Zinman, viool. Programma: Rimsky-Korsakov: Russische Paasfestival-Ouverture; Glazoenov: Vioolconcert; Sjostakovitsj: Achtste Symfonie. Gehoord: 18/3 Doelen Rotterdam. Herh.: 19/3 Utrecht.

Wie hoort spreken over iets dat de eeuwen heeft getrotseerd denkt daarbij wel het allerlaatste aan een symfonie-orkest. Toch gaat het roemrijke verleden van het Bolsjoi Theaterorkest terug tot 1776 en daarmee zou het wel eens het oudste nog bestaande ensemble ter wereld kunnen zijn. Een tweede bijzonderheid van dit Russische orkest is dat het 300 leden telt, waardoor in elke formatie een optimale bezetting kan worden gecreëerd. Daarbij houdt het nog vast aan vroeger gebruikelijke opstellingen van de instrumentengroepen, met de celli direct naast de eerste violen.

Maar het opmerkelijkst is de haag van contrabassen links achteraan zodat de diepste strijkersklank precies van de andere kant komt dan men tegenwoordig gewend is. Of het nu daaraan lag of aan een perfect gevoel voor klankverhouding bij dirigent Alexander Lazarev, opvallend was dat de klankmenging met blazers en slagwerk nooit uit balans dreigde te geraken. Met onmiskenbaar gevoel voor theater besprong deze Lazarev in De Doelen het rostrum om zonder verwijl aan het spektakel van Rimsky's Paasfestival-ouverture te beginnen. Verder dan de constatering van een springlevend orkest met een heldere open totaalklank kon het publiek toen nog niet komen, hoewel het van meet af aan geïmponeerd was. Glazoenovs Vioolconcert, goed maar zeker niet bijzonder gespeeld door Michail Zinman, deed zelfs even vrezen dat subtiele toonvormingen zouden uitblijven.

Sjostakovitsj's verpletterende Achtste symfonie leerde echter wel anders. “De Zevende en de Achtste zijn mijn requiem” zei Sjostakovitsj eens. Het enorme klankspectrum dat hij in 1943 nodig heeft om het oorlogsgeweld muzikaal te beschrijven reikt van de beklemmendste verstilling tot de meest angstaanjagende orgieën van geluid, de laatste vaak keer op keer opnieuw aanzwellend na schijnbare luwten.

Na het succes van de Zevende heeft men met deze Achtste niet goed raad geweten en nog altijd is zij de minst gespeelde van Sjostakovitsj' symfonieën. Zij duurt een uur en dat is lang voor zoveel pathos. Toch is het luisteren gisteren geen ogenblik te veel geweest voor het gehypnotiseerde publiek. De ontlading van de spanning na het troosteloze slot stelde Lazarev secondenlang uit. Ook daarin toonde hij gevoel voor theater.