"Bewijslast omgekeerd bij vuile grond'

AMERSFOORT, 19 MAART. Drs. H.J. van Herwijnen, oprichter en directeur van de Vereniging Eigen Huis, is furieus. “Zoals de zaak er nu voorstaat, moet niet de officier van justitie aantonen dat ik een boef of fietsendief ben, maar moet ik aantonen dat ik géén boef of fietsendief ben. Die omkering van de bewijslast is volkomen in strijd met ons rechtsstelsel en dus onaanvaardbaar.”

Van Herwijnen gebruikt het beeld van de "boef' of "fietsendief' om zijn gal te spuwen op een element in de nieuwe Wet Bodembescherming, waarvan de parlementaire behandeling gisteren is hervat. Volgens het wetsvoorstel van minister Alders (milieubeheer) kunnen gedeputeerde staten de eigenaar van een stuk vervuilde, al dan niet bebouwde grond bevel geven de bodem schoon te maken. Aanvankelijk stond deze mogelijkheid zonder restricties in het wetsvoorstel, later zijn daar enkele voorwaarden aan toegevoegd.

Volgens de jongste tekst kan een grondeigenaar aan een saneringsbevel ontkomen als hij drie dingen aantoont: dat hij met de veroorzaker(s) van de vervuiling geen duurzame rechtsbetrekking heeft gehad, dat hij part noch deel heeft gehad aan de verontreiniging en dat hij er ook niet van op de hoogte is geweest of redelijkerwijs had kunnen zijn.

Deze voorwaarden hebben Van Herwijnen echter niet kunnen bevredigen, integendeel: “Als het voorstel in deze vorm wordt aangenomen, zou dat een zeer gevaarlijke precedentwerking hebben, juist door die omkering van de bewijslast. Daarom vertrouwen we er op dat de Kamer dit punt zeker zal corrigeren.”

Als directeur van Eigen Huis, met 365.000 leden een van de grootste Nederlandse verenigingen, heeft Van Herwijnen speciaal de belangen van huiseigenaren-bewoners op het oog. Die zouden gedwongen kunnen worden vervuilde grond naast en onder hun woning te laten verwijderen, een operatie die per geval honderdduizenden guldens kost. “Zo iemand gaat onherroepelijk failliet”, zegt Van Herwijnen, “te meer omdat hij zich tegen dergelijke tegenslag nergens kan verzekeren.”

Volgens hem zal de gedupeerde ook nimmer kunnen aantonen dat hij niet van de vervuiling op de hoogte is geweest: “Stel dat ik vijf jaar geleden een huis kocht dat nu op vervuilde grond blijkt te staan. Dan zou ik voor alle 365 dagen van al die vijf jaren een alibi moeten hebben. Dat is natuurlijk uitgesloten en daarom beschouwen we het wetsvoorstel in zijn huidige vorm als hoogst onrechtvaardig.”

Eind februari heeft Van Herwijnen de Kamercommissie voor milieubeheer schriftelijk op de kwestie geattendeerd. Later heeft de directeur naar eigen zeggen van één comissielid, een CDA'er, mondeling bijval gekregen: “Die vertelde me dat ook hij het onrechtvaardig vindt als de eigenaar-bewoner van een huis op die manier voor het blok zou worden gezet.”

Gisteren gaf vooral de VVD'er Te Veldhuis van grote reserves blijk, vorige week in de Kamer was het mevrouw Schimmel van D66 die het onderwerp in kritische zin aanroerde. Over de voorwaarden die worden gesteld om aan verplichte schoonmaak te ontkomen, vroeg ze: “Kan de minister uitleggen of een volstrekt onschuldige eigenaar door deze voorwaarden werkelijk gevrijwaard wordt voor een saneringsbevel?” Van een wijzigingsvoorstel namens een meerderheid van de Tweede Kamer is het echter niet gekomen.

In totaal zijn nu ongeveer veertig amendementen op het wetsvoorstel ingediend. Eén daarvan, afkomstig van de regeringspartijen PvdA en CDA, wil dat gemeenten voortaan alle door bodemvervuiling onverhandelbare woningen opkopen. Daarbij mag het geen verschil maken of de grond door de gemeente zelf dan wel door een bouwondernemer of projectontwikkelaar is uitgegeven. Minister Alders wilde die laatste categorie van de regeling uitsluiten, maar een meerderheid van de Kamer verzet zich daartegen. Deze meerderheid wordt voluit gesteund door de Vereniging Eigen Huis, die vooraf druk heeft gelobbyd, zowel in woord als geschrift, om het zover te krijgen.

Op dit punt moet Van Herwijnen dus een tevreden man zijn. Maar hij houdt nog een slag om de arm onder het motto "eerst zien, dan geloven': “We mogen aannemen dat de regering het amendement overneemt, want zo hoort het. Maar we zijn pas tevreden als het ook werkelijk gebeurt.”