Belgische gouverneur verlaagt rente in een handomdraai; Goochelen met de rentevoet

BRUSSEL, 19 MAART. Alfons Verplaetse, de 62-jarige gouverneur van de Nationale Bank van België, is een uiterst vriendelijke man, met een ontwapende manier om de dingen te zeggen zoals ze volgens hem zijn.

Hij heeft net uitgelegd dat de Belgische staatsschuld inderdaad uitzonderlijk hoog is (meer dan 120 procent van het bruto nationaal produkt), maar dat daar tegenover staat dat de Belgen ook uitzonderlijke goede spaarders zijn, zodat hij als econoom niet direct wakker ligt van de schuldenberg, als de bode binnenkomt met een briefje. “Ach, de Bundesbank verlaagt haar disconto met een half procent”, zegt hij, en zijn pretoogjes schitteren: “Wat wilt ge dat wij eens zullen doen?”

Even later, na telefonisch overleg met zijn collega Duisenberg van De Nederlandsche Bank, blijkt de Belgische discontovoet met een kwart procent te worden verlaagd tot 7 procent en het centrale rentetarief met 0,1 procent tot 8 procent.

Vorige week verlaagden België en Nederland de rente ook al. “Ge ziet dat het rap gaat met het overleg tussen Amsterdam en Brussel. Schlesinger (de president van de Bundesbank) zou er nog een complex van krijgen”, zegt hij glimlachend als hij de kamer weer binnenkomt.

Erg onder de indruk lijkt Verplaetse niet van het besluit van de Bundesbank. De Lombard-rente, die ongewijzigd blijft, is oneindig veel belangrijker dan het disconto. Desondanks ziet hij de grote koppen in de kranten al voor zich. De aandelenbeurs van Frankfurt zal tevreden zijn. En collega Schlesinger, die hij de dag daarvoor nog heeft gesproken op een "road show' van de Belgische regering voor beleggers in Frankfurt, zal ongetwijfeld felicitatietelegrammen ontvangen van regeringsleiders.

Maar daarmee is de “grandioze psychologische” betekenis van de disconto-verlaging dan ook wel geschetst. Gevraagd om het directe "mechanische' effect te meten van de disconto-verlaging op de economische groei, komt Verplaetse, snel rekenend, toch al gauw uit op een effect van “nul komma nul”.

Gouverneur Verplaetse is een man die het klappen van de zweep kent. Vrijwel zijn gehele werkzame leven heeft hij doorgebracht bij de Nationale Bank. Met uitzondering van de periode 1982-1987: tijdens die “grootse” jaren was hij als kabinetschef van premier Martens de architect van een ingrijpend herstelprogramma.

Pag.13: "Emu-norm handhaven'

De regering-Dehaene is juist dezer dagen op zoek naar bezuinigingen die 70 miljard frank moeten opleveren. De komende twee jaar zal zo'n 120 miljard frank gevonden moeten worden, om uiteindelijk in 1996 op een financieringstekort van 3 procent uit te komen, de norm die toegang geeft tot de derde fase van de Europese Monetaire Unie (EMU).

Verplaetse wil niet inhoudelijk ingaan op bezuinigingsmaatregelen die de regering volgens hem moet nemen. Maar hij hoopt en verwacht wel dat België “meer” zal doen dan Clinton in de VS en de Duitsers met hun Solidariteitspakket. Minister Maystadt (financiën) heeft al gezegd dat hij de tijdelijke "crisisheffingen' die de Duitsers hebben vastgelegd in hun akkoord, “interessant” vindt, en dus mogelijk ook geschikt voor Belgisch gebruik.

Vasthouden aan die "Maastricht-norm' van 3 procent is voor België van essentieel belang, zegt Verplaetse. Door de economische terugval hebben de meeste EG-lidstaten hun tekort juist zien oplopen in plaats van verminderen. Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om de norm van 3 procent te versoepelen. Er is zelfs gesuggereerd dat België met zo'n voorstel zal komen als het deze zomer voorzitter wordt van de EG.

Verplaetse werpt tegen dat België - met zijn hoge staatsschuld en zijn relatief hoge financieringstekort van 6,9 procent vorig jaar - niet in de positie verkeert om het initiatief daartoe te nemen. Dat zou onmiddellijk een “psychologische” weerslag op de financiële markten hebben, met groot gevaar voor de frank. België moet daarom vasthouden aan de doelstellingen, zegt Verplaetse. Dat neemt niet weg dat sommige andere landen het voortouw zouden kunnen nemen.

Verplaetse ziet in 1997 vijf landen (Benelux, Duitsland en Frankrijk) overstappen naar de derde fase van de EMU (met een centrale munt). Zo ontstaat er een Europa van twee of misschien wel drie snelheden. Dat is politiek gezien misschien jammer, maar financieel-economisch het enige realistische scenario, zegt Verplaetse. “Een Europa van de twaalf, ge moet er naar streven. Maar please, please, zo zal dat niet gaan hè”.

Niet het gemiddelde van de EG, maar het gemiddelde van de best presterende EG-lidstaten zullen de snelheid van de EMU bepalen. De anderen mogen daar aan vastkleven, op twee voorwaarden. De eerste is dat ze het zelf willen. De tweede dat ze aan even strenge eisen voldoen als de landen van de kopgroep. Daar mag geen politiek handje klap aan te pas komen.

De beslissing om met een kopgroep van 5, 6 of 7 landen van start te gaan is wel een politieke. Verplaetse wijst er op dat bij die overweging zal worden gekeken naar alle economische en financiële aspecten en niet alleen naar het criterium van het financieringstekort. “Als één land er een half procentje onder zit, dan gaan we toch niet zeggen: dan gaat Europa niet door”. Het Verdrag van Maastricht laat alle ruimte open om die politieke afweging te maken. “Daarom is het ook zo'n verschrikkelijk goed verdrag”, aldus Verplaetse, die overigens van mening is dat de op te richten Europese Centrale Bank in Bonn moet worden gevestigd. “Ik heb niets tegen Amsterdam. Ik ben alleen voor Bonn”.

Heeft de discontoverlaging van gisteren vooral “psychologische” betekenis, hetzelfde geldt in de ogen van Verplaetse voor het "groei-initiatief', waartoe op de EG-top in Edinburgh werd besloten. “Ik ben er voor”, zegt hij, “maar België heeft niet veel middelen” om de economische bedrijvigheid te stimuleren. En dat geldt volgens hem voor verreweg de meeste EG-lidstaten. Japan is het enige land dat budgettair gezien in staat is om de economie te stimuleren, zegt de bij het gesprek aanwezig voorlichtster. “En Luxemburg en ook een klein beetje Denemarken”, vult de gouverneur aan met een zucht. “Men moet dat natuurlijk doen. Men moet een gebaar maken. Maar.....”

Verplaetse staat sowieso sceptisch tegenover de mogelijkheid om de huidige malaise te overwinnen door als overheden geld te pompen in de economie. “Ik ben een groot voorstander van markteconomie, sociaal gecorrigeerd, maar zonder grote transferten die op basis van allerlei plannen worden gegeven.

Kritiseert de bankpresident daarmee onder andere de oprichting van het zogenoemde cohesiefonds van de EG, bedoeld om de armste lidstaten in staat te stellen aansluiting te vinden bij de EMU? “Ik zeg alleen maar dat ik een tendens bespeur in de EG om in die richting te gaan. Ik begrijp ook wel dat er een zekere politieke prijs moet worden betaald binnen de EG. Maar dat moet wel serieus zijn. Men moet geen pogingen gaan ondernemen om vanuit een bureacratie de economie gaan plannen, en daarmee in feite inefficiency gaan subsidiëren”.