Antwoord

Alles wat goed is beschouw ik als het resultaat van vakmanschap en talent.

Zoals door de heer Martin Stam, wiens brief in deze krant staat afgedrukt, wordt aangetoond: hier begint het vraagstuk. Wat is goed? Wat is vakmanschap? Wat is talent? Alle objectieve maatstaven ontbreken en derhalve begint hier het meningsverschil. Ik ben de heer Stam er erkentelijk voor dat hij het zo beheerst en talentvol aanpakt. Niettemin: hij verwijt me dat ik me op een elitair standpunt stel. Ik beschouw zijn verwijt als een compliment. Men kan niet elitair genoeg zijn, mits het daarbij democratisch toegaat, want alleen zo komen we tot de hoogste eisen waaruit dan weer de beste prestaties ontstaan. Niemand is aan het begin van zijn reis de toegang tot de Olympus ontzegd; niemand hoeft te worden uitgelachen of straf te krijgen als hij halverwege de klim blijft steken, zolang het maar duidelijk blijft dat de klimmer zijn uiterste best heeft gedaan en zich niet achter smoesjes verbergt. Zo is het met taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis, en zo is het ook met de kunst van het schrijven.

Dat de wereldliteratuur nog altijd niet op sterven ligt is te danken aan het legioen der docenten - in mijn lagere-schooltijd waren het "juffrouwen' - die de kinderen van het analfabetisme redden. Ik zie de mijne nog voor me: juffrouw Rutgers, een engel in een grof gebreide jumper, die mijn buurjongen in de bank om te beginnen leerde hoe hij zijn kroontjespen over het papier kon laten glijden zonder dat het puntje in een houtvezeltje bleef steken en daardoor een inktvlek wierp waar een haaltje moest worden getrokken. Deze jongen die Jacques heet, heeft het ver gebracht, hij is rijk geworden maar niet door zijn pen. Hij heeft een heel ander talent waarvan de kiem niet door juffrouw Rutgers tot ontwikkeling is gebracht.

Ik heb Hans Freudenthal, de wiskundige, eens horen uitleggen wat het verschil is tussen het Nederlandse en het Amerikaanse onderwijs in de kernfysica. Op onze universiteiten verschijnt op de eerste dag voor de eerstejaars de jongste assistent, de amanuensis van de magnetron bij wijze van spreken. In de Verenigde Staten krijgen ze meteen Edward Teller, vader van de waterstofbom, voor de klas. De eerste methode wekt nonchalance en verveling; de tweede prikkelt eerzucht en leerlust. Is de eerste methode democratisch? Ik zou niet weten waarom. Is de tweede elitair? Nee, die methode is juist democratisch omdat alle eerstejaars al op de eerste dag in gelijke mate au serieux worden genomen, ook terwijl het vast staat dat ze niet allemaal de vader van de volgende bom zullen worden.

Zo hoort het ook te gaan met het schrijven van wat als literatuur is bedoeld. Voorzover ik weet houden de lessen in deze vorm van schrijven op nadat de kinderen verlost zijn van het opstel. Als ze gaan studeren moeten ze scripties maken die - dat hoor je een enkele keer - uitmunten door erbarmelijkheid. Het leren schrijven van literatuur is hoofdzakelijk een kwestie van spelenderwijs uitgevoerd zelf-leren (zelfwerkzaamheid had ik geschreven als dit woord niet knarste). Neem een voorbeeld aan Céline, zoals de Amerikaanse studenten Teller voor ogen hebben. De Reis naar het einde van de nacht is ook een soort waterstofbom, en hoe lang heeft de schrijver niet gewerkt aan wat hij zijn "muziekje' noemde.

Een talent zie ik nu (straks weer anders) als de produktielijn in een fabriek die door de eigenaar zelf tot ontwikkeling is gebracht. Zijn ervaringen en inzichten dienen tot grondstof en daarna bepalen de machines wat eruit komt. Daarbij valt veel te leren maar niet alles. Kromme beeldspraak kan vermeden worden maar daaruit ontstaat niet de zekerheid dat er scherpe metaforen voor in de plaats komen. Zoals we zien: hier zijn krom en scherp tegenstellingen, en niet krom en recht. Aan de produktielijn wordt de beeldspraak geleverd door een machine die - ook voor de schrijver onverwacht - plotseling een laserstraal werpt en daardoor tussen ogenschijnlijk zeer ongelijke mensen of dingen een overeenkomst toont die nog door niemand was gezien. Het wonder van het talent is nu dat deze machine beter werkt naarmate ze zichzelf vaker in gebruik heeft gesteld.

Dit alles is geen direct antwoord op de brief van de heer Stam. Het schrijven van wat als literatuur wordt beschouwd is niet noodzakelijk de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Uit die formule hebben we veel wartaal zien ontstaan. Ik ben van mening dat schrijven ook, of in eerste aanleg vooral bestaat uit een zorgvuldig uitkienen. Het is een precisiewerk als dat van een horlogemaker, onder andere. Dat valt in ieder geval te leren. Van wat er verder bij komt kijken blijf ik minder zeker.