ANC'ers wennen alvast aan de ambassade in Den Haag

DEN HAAG, 19 MAART. Het was wel even slikken voor de ANC'ers Ebrahim Saley en Lorna Levy, toen ze onlangs de Zuidafrikaanse ambassade in Den Haag betraden, hetzelfde gebouw vanwaaruit tientallen jaren lang de apartheid uit alle macht is verdedigd. “Meteen na binnenkomst stond ik oog in oog met een groot portret van Jan van Riebeeck, het symbool van de blanke aanwezigheid in Zuid-Afrika”, herinnert Saley zich niet zonder afkeer.

Het was voor het eerst dat zij beiden en de 21 andere leden van hun delegatie formeel op een Zuidafrikaanse ambassade werden uitgenodigd. “De sfeer was wat gespannen”, zegt Levy. “Per slot van rekening zijn we jarenlang elkaars tegenstanders geweest. We probeerden er allen maar het beste van te maken.”

Toch is de kans niet denkbeeldig dat sommigen van diezelfde 23 ANC'ers in de nabije toekomst als diplomaat zullen worden aangesteld op de ambassade in Den Haag en dat ze zullen moeten samenwerken met een deel van het huidige personeel. De integratie van de Zuidafrikaanse buitenlandse dienst en de buitenlandse vertegenwoordigingen van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) zal vermoedelijk al binnen een jaar haar beslag krijgen.

Om de ANC-diplomaten in spe hun nieuwe métier vast wat in de vingers te laten krijgen, nodigde het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken de groep van 23 voor een cursus van tien weken uit naar Den Haag. Daar krijgen ze op het Instituut Clingendael sinds half januari les in internationale betrekkingen en in de kunst van het onderhandelen. Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking stelde een half miljoen gulden beschikbaar om het project, dat eind volgende week afloopt, te financieren.

De ANC'ers verkeren in een merkwaardige positie. Organiseerden ze tot voor kort nog allerlei anti-apartheidsbetogingen en maakten ze zich sterk voor een boycot van Zuid-Afrika op tal van terreinen, nu moeten ze de fijnere kneepjes van het diplomatenvak leren en zich het hoofd pijnigen hoe ze het beste investeringen voor hun land kunnen aantrekken.

Helemaal onbeslagen komen de ANC'ers niet ten ijs. “Vreemden in het buitenland zijn we niet. Tijdens de periode van de anti-apartheidsmanifestaties deden we veel internationale contacten op. Veel mensen hielpen ons bij onze strijd”, zegt Levy. “Maar nu worden er andere dingen van ons verwacht dan toen.”

Het merendeel van de 23 cursisten (16 mannen en zeven vrouwen) heeft zich vooral vanuit het buitenland verzet tegen de apartheid. Lorna Levy (52) bijvoorbeeld verblijft al sinds de jaren zestig met haar echtgenoot in Londen. Het echtpaar - beiden overigens blank - had zich in Zuid-Afrika ingezet voor de zwarte vakbeweging. Lorna's man zat in verband daarmee enige tijd in de gevangenis. In Londen zetten ze hun campagne tegen de apartheid voort. Nadat ze waren uitgeweken werd hun het staatsburgerschap ontnomen. Nog altijd hebben ze dat niet terug, al lijkt die dag inmiddels niet ver meer.

Ook Saley (36) vertoefde lange tijd buiten zijn land. Na de bloedige rellen in Soweto van 1976 vertrok hij naar Egypte. Acht jaar later keerde hij na een studie psychologie en antropologie terug, maar ondanks zijn blanke gelaatskleur bleek het moeilijke een passende baan te vinden. Saley kwam namelijk wegens zijn Aziatische afkomst voor veel vacatures niet in aanmerking. In 1987 ging hij ontnuchterd naar Nederland om daar zijn studie in de psychologie voort te zetten. Daarnaast werd hij actief in het ANC en de anti-apartheidsbeweging. Vorig jaar vestigde hij zich weer in Zuid-Afrika, waar hij kon vaststellen dat de zaken snel en ingrijpend waren veranderd.

Zowel Lorny als Saley is zeer te spreken over de cursus op Clingendael. De ANC'ers hechten vooral grote waarde aan de ontmoetingen die zijn geregeld met zakenlieden.

Over de toekomstige integratie van de ANC'ers in de Zuidafrikaanse buitenlandse dienst zijn Levy en Saley niet pessimistisch. “Op het ministerie van buitenlandse zaken realiseren ze zich dat er geen alternatief meer is”, zegt Levy. “Ze begrijpen dat we moeten samenwerken.”