Advies: Maak van Waddenzee nationaal park'

DEN HAAG, 19 MAART. De Waddenzee moet een nationaal park met internationale dimensies worden. Dat adviseert de voorlopige commissie Nationale Parken aan staatssecretaris Gabor (natuurbeheer).

Voorzitter van de commissie, oud-Kamerlid C.F. Kleisterlee, stelt daarbij vast dat de status van nationaal park zich niet verdraagt met onder andere gasboringen. De oliemaatschappijen willen die boringen volgend jaar hervatten. “Dat zou in strijd met het beleid”, zegt Kleisterlee, “want nationale parken zijn er om het natuurbehoud te versterken.”

De commissie geeft de staatssecretaris in overweging onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het hele Waddengebied -van Den Helder tot Esbjerg- samen met Duitsland en Denemarken tot internationaal park te verheffen. “In deze context”, aldus de commissie, “zou de Nederlandse Waddenzee een nationaal park kunnen worden met een geheel eigen, grootschalig karakter, aansluitend op en aanhakend aan de parkenstatus van het Duitse en Deense gebied.”

De commissie is zich er van bewust dat in de Waddenzee vele belangen een rol spelen en wijst erop dat een nationaal park weliswaar een meervoudige doelstelling kent, “maar dat het primaat steeds de natuur is en blijft”. “De regering”, aldus Kleisterlee, “moet natuurlijk de verschillende belangen tegen elkaar afwegen, maar in tijden van economische recessie, zoals nu, zie je dat ze uiterst flexibel wordt.”

Gabor had om advies gevraagd, omdat de voorlopige lijst van nationale parken -ruim twintig in totaal- te veel gelijksoortige gebieden bevatte. Vooral bos en hei waren oververtegenwoordigd, terwijl er te weinig afgesloten zeearmen of typische beekgebieden op stonden. Aan dat verlangen is de comissie nu tegemoetgekomen door niet alleen de Waddenzee, maar ook de Oosterschelde en het Lauwersmeer op de lijst van potentiële parken te plaatsen. Als het Lauwersmeer ooit die status krijgt, moeten de militaire oefeningen ophouden of tot een minimum worden beperkt.

Andere gebieden die de commissie aan de lijst wil toevoegen, zijn het stroomdal van de Drentse Aa, de Gelderse Poort achter Nijmegen in rivierenland en de Oude Venen in Friesland. Over de Oostvaardersplassen in Flevoland waren de leden niet eenstemming.

Drie andere gebieden zouden van de voorlopige lijst kunnen worden afgevoerd. Dat zijn Terschelling, Montferland en het duingebied De Zilk-Noordwijk. Nederland telt nu drie nationale parken "nieuwe stijl', zoals bedoeld in een regeringsnota uit 1975, Schiermonnikoog (sinds 1989), Dwingelderveld in Drenthe (1991) en de Weerribben in de Kop van Overijssel (1992). De Biesbosch is nog steeds "nationaal park in oprichting'.

Een nationaal park is “een aaneengesloten gebied van ten minste 1.000 hectare, bestaande uit natuurterreinen, zoals wateren en/of bossen, met een bijzondere wetenschappelijke gesteldheid”. Belangrijkste doel is de natuur in zo'n gebied extra aandacht te geven, zonder de mens te weren. Nota's en brochures spreken van “mogelijkheden om mensen ervan te laten kennisnemen (voorlichting en educatie) en ervan te laten genieten (reecreatie)”.

Alle voorgestelde nationale parken maken deel uit van de ecologische hoofdstructuur, een samenhangend en duurzaam netwerk van natuurlijke en half-natuurlijke terreinen. Dit netwerk is de ruggegraat van het Natuurbeleidsplan van de regering.

Vanouds had Nederland al drie nationale parken-oude stijl: de Kennemerduinen, de Hoge Veluwe en de Veluwezoom. Daarvan voldoende de eerste twee niet aan de voorwaarde dat ze vrij toegankelijk moeten zijn.