Zuiniger door duurdere energie

Lee Schipper and Stephen Meyers with R.B. Howard and R. Steiner, Energy Efficiency and Human Activity, Past Trends, Future Prospects. Cambridge University Press, 1992; ISBN 0 521 43297 9 ƒ 104,20 (hardback)

Op staatskosten wordt ons via radio en tv regelmatig voorgehouden dat energiebesparing moet, zoal niet voor het geld dan toch voor het milieu. Daar zit heel wat in. Volgens Energy Efficiency and Human Activity kan in westerse industrielanden (OECD landen) zoals Nederland met behulp van bestaande technieken veel energie worden bespaard. De energie-efficiency bij de eindverbruiker kan, gegeven bestaande technische mogelijkheden, volgens Schipper en Meyers met zo'n 60% worden verbeterd. En bij toepassing van technieken die nu nog in de pijplijn zitten moet een nog hoger besparingspercentage te bereiken zijn.

Dit betekent dat we hetzelfde kunnen doen als nu met 40% of minder van de brandstof die we op het ogenblik gebruiken. Het lijdt geen twijfel dat het milieu daarbij zeer gebaat zou zijn. Maar leiden radio- en tv-spots ook tot zulke besparingen? Er is niets dat daarop wijst.

Wat wel helpt wordt door Schipper en Meyers kundig aangetoond. Hun boek bevat tijdreeksen van economische aktiviteit en energiegebruik sinds 1970. Dit zowel voor een groot aantal landen als per verbruikssector. De landen waarover veel gegevens worden gepresenteerd zijn: de Verenigde Staten, de voormalige Sovjet-Unie, Japan, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië en de Scandinavische landen. Ook over een aantal derde wereldlanden van China tot Mexico is Energy Efficiency and Human Activity informatief.

Goudmijn

De verzamelde tijdreeksen zijn een ware goudmijn. Zowel in de tijd als van land tot land zijn er aanzienlijke verschillen in energiegebruiksintensiteiten, -prijzen en overheidsinterventies. Deze maken het mogelijk empirisch gefundeerde uitspraken te doen over de factoren die de energie-efficiency bepalen.

Analyse van het verzamelde materiaal wijst uit dat er in de OECD landen sinds 1973 vier belangrijke factoren zijn die verbetering van de energie-efficiency in de hand werken. De eerste is de energieprijs. Deze vormt naar het zich laat aanzien de sterkste stimulans voor verbetering van de energie-efficiency bij eindgebruikers. In een flink aantal gevallen is op korte termijn het effect van een stijgende energieprijs beperkt.

Dit hangt in belangrijke mate samen met de traagheid waarmee inefficiënte goederen uit de markt worden genomen. Op wat langere termijn hebben energieprijsverhogingen echter een sterk effect. Zo laten Schipper en Meyers zien dat er zelfs een keurig lineair verband is tussen de benzineprijs en het aantal kilometers dat de doorsnee auto in een land uit de benzine haalt.

Een tweede belangrijke factor is een min of meer autonome technische ontwikkeling die, gegeven aanzienlijke energieprijzen, ook wanneer deze prijzen niet stijgen tot een zuiniger verbruik leidt. De derde efficiency-bepalende factor wordt gevormd door de eisen die overheden aan de energiezuinigheid van goederen stellen. En tenslotte dragen subsidies bij tot energiebesparing. De invloed daarvan is overigens bescheiden. Schipper en Meyers schatten bijvoorbeeld dat in West Europa de bijdrage van subsidies aan energiebesparing bij de verwarming van bestaande woningen niet meer dan 20% bedraagt.

De combinatie van deze vier factoren had het grootste effect in de periode 1972-1985. In die tijd verbeterde de energie-efficiency met 2,5% per jaar. Thans is de verbetering nog maar ongeveer de helft daarvan. De energieprijzen liggen relatief laag. Op het punt van strenge efficiency-eisen laten de overheden het goeddeels afweten. De subsidies stellen weinig voor. We moeten het in feite vooral hebben van de min of meer autonome technische ontwikkeling. Daarmee kunnen bijvoorbeeld in Nederland de overheidsdoelstellingen voor energiebesparing niet worden gehaald.

Dat tv- en radiospots effect zouden hebben op het gedrag van energiegebruikers kan uit Energy Efficiency and Human Activity niet worden afgeleid. Wel dat de, vergeleken met tien jaar geleden, lage energieprijzen een ontsparend effect hebben op dat gedrag. Door de relatief lage prijzen gaat de thermostaat gemakkelijker een graadje hoger en wordt de auto naar verhouding meer gebruikt.

Groeiend energiegebruik

Energy Efficiency and Human Activity maakt tevens duidelijk waarom ondanks alle energiebesparing het totale energiegebruik in OECD landen blijft groeien. In grote lijnen is de oorzaak een combinatie van twee factoren: economische groei en een toenemende voorkeur voor energieslurpende aktiviteiten. Een treffende illustratie daarvan vormt het verkeer, waarvan het energiegebruik sinds 1973 explosief is gegroeid. Verantwoordelijk voor deze groei zijn hoofdzakelijk drie factoren. In de eerste plaats het toenemende aantal kilometers dat door mens en vracht wordt afgelegd. In de tweede plaats de verschuiving van verhoudingsgewijs energie-efficiënte transportmiddelen zoals schip, trein en bus, naar minder efficiënte zoals auto en vliegtuig.

Vrachttransport per spoor kost in OECD-landen per ton-kilometer ongeveer één-derde van de energie die het vervoer per vrachtwagen met zich meeneemt. Per persoonkilometer is in Europa een trein vijf tot tienmaal energiezuiniger dan een vliegtuig. Niettemin winnen vliegtuig en vrachtwagen terrein op de trein.

Een derde factor tenslotte vormt de opvallende ontwikkeling in de energie-efficiëncy van personenauto's die in de OECD-landen het merendeel van het personentransport voor hun rekening nemen. Per kilometer gerekend zijn auto's sinds 1973 een stuk zuiniger geworden. Niettemin is in West-Europa per persoon-kilometer het energieverbruik sinds 1973 niet gedaald. De consument is zwaardere auto's gaan kopen met meer vermogen. De bezettingsgraad van auto's is teruggelopen en men zit meer in de file.

Dergelijke fenomenen doen zich ook op andere punten voor. De efficiency-verbeteringen van koelkasten zijn teniet gedaan doordat mensen grotere koelkasten zijn gaan kopen. En efficiency-winsten bij elektronische apparatuur zijn gecompenseerd door groeiende hoeveelheden toeters en bellen. Een extreem voorbeeld daarvan hangt ons nog boven het hoofd. Het gaat hier om de high definition (hd)tv. Daarmee kan men de baardharen op het gezicht van onze minister-president beter waarnemen. Het energiegebruik van zo'n hd-tv ligt volgens Schipper en Meyers een factor tien hoger dan dat van de huidige standaard tv. De EG heeft dan ook een gouden kans om door het afblazen van hd-tv eindelijk eens echt iets aan energiebesparing te doen.

Voormalige Oostblok

Hoewel de meeste cijfers en beschouwingen van Schipper en Meyers betrekking hebben op de OECD-landen, zijn ze ook zeer informatief over de situatie in het voormalige oostblok en in het zuiden van de wereld. De mogelijkheden voor efficiencyverbetering bij eindgebruikers blijken daar nog belangrijk groter te zijn dan in de westerse industrielanden. Het benutten daarvan is niet alleen vanuit milieuoogpunt belangrijk. Ook de economische positie van de betrokken landen zou er krachtig door worden versterkt.

Na dit alles is het niet verwonderlijk dat Energy Efficiency and Human Activity uitloopt in een krachtig pleidooi voor hogere energieprijzen en strenge overheidseisen aan de energie-efficiency van goederen. Geluiden uit de Verenigde Staten lijken erop te wijzen dat dit daar niet voor dovemansoren is gesproken. Nu de rest van de wereld nog.