Wild west

Op de parkeerplaats van het gerenommeerde John Hopkins academisch ziekenhuis in Baltimore werd in februari vorig jaar een medicus halfdood aangetroffen in de kofferbak van zijn auto. Op weg naar huis beroofd onder bedreiging van een vuurwapen, in elkaar geslagen en voor dood achtergelaten. Twee maanden later werd een studente geneeskunde op de campus van de universiteit aangevallen en verkracht.

Misdaad is geen onbekend verschijnsel op Amerikaanse campussen. Ook al zijn het in de ogen van het publiek nog vaak serene oases van academische rust, in werkelijkheid is het campusleven lang en breed "gesocialiseerd' wat betreft verschijnselen uit het echte leven als hard-druggebruik en criminaliteit. Daarbij is zware misdaad zoals boven beschreven nog wel uitzonderlijk: in 1992 werden op het terrein van 3.500 colleges en universiteiten dertig moorden gepleegd, 1.000 verkrachtingen en 1.800 gewapende overvallen en berovingen. Veel frequenter waren relatief lichte vergrijpen als inbraak (32.127 maal gerapporteerd) en auto- en motordiefstal (8.981 keer).

Deze nauwkeurige cijfers zijn afkomstig uit een jaarlijkse misdaad-rapportage, die universiteiten en colleges dit jaar voor het eerst hebben uitgebracht. Ze moeten dat doen op grond van de Student Right to-Know and Campus Security Act die president George Bush in 1990 ondertekende, na een intensieve lobby om de veiligheid op campussen te vergroten. De wet, sinds september vorig jaar van kracht, verplicht alle onderwijsinstellingen die geld ontvangen van de federale overheid misdaadcijfers te publiceren ten behoeve van personeel en studenten. Een onderzoek van The Chronicle of Higher Education wees in januari uit dat de meeste instellingen de wet getrouw uitvoeren, zij het met grote onderlinge verschillen. Grote, welgestelde instituten brengen lijvige brochures uit met misdaad-informatie die uitgedeeld wordt aan iedereen die op de campus woont of werkt. Armlastige colleges publiceren een nieuwsbrief of stellen de gegevens op verzoek beschikbaar.

Inmiddels is, ondanks alle waardering voor de nieuwe openbare informatie, ook de kritiek losgebroken op de wet. Grootste bezwaar is dat de statistieken helemaal geen betrouwbaar overzicht geven van campusmisdaad omdat diefstal en vandalisme buiten beschouwing worden gelaten. ""Natuurlijk moet je weten dat er op een campus wel eens een moord wordt gepleegd'', zegt Michael Callahan, directeur van campusbeveliging van Bentley College, ""maar onze grote problemen zijn vandalisme, diefstal en loos brandalarm.'' Bovendien houdt de rapportage evenmin rekening met omvang en ligging van een campus - waardoor de statistiek als vergelijkingsmateriaal veel waarde verliest.

En is er eigenlijk sprake van toename van misdaad op de campussen? Ook over die fundamentele vraag lopen de meningen uiteen. Dave Stormer, onderdirecteur van campusbeveiliging van Pennsylvania State University, vond tijdens een grote schoonmaak van zijn kantoor een misdaadrapport uit 1972: het gaf aan dat in dat jaar op zijn campus 1.032 relatief zware misdaden waren gepleegd. Vorig jaar was dat cijfer 1.018.

Sommige universiteiten hebben inmiddels wel extra maatregelen genomen. Ze hadden vrijwel allemaal al een eigen bewakingsdienst, maar de University of Maryland-Baltimore County en Towson State University hebben als extraatje politiehonden ingeschakeld. Towson State heeft daarnaast inbrekersalarm bevestigd in de muren van de campusgebouwen. Helaas: nog voor het eerste semester voorbij was, hadden brooddronken studenten ze uit de muren geramd. Studentenjool. De "gesocialiseerde' campussen hebben dus toch nog steeds hun eigen, kenmerkende criminelen.

(The Chronicle of Higher Education)