Tot stof keert het leven weer

Museonder, in Het Nationale Park De Hoge Veluwe Nov t/m mrt dag. 10-17u, apr t/m okt dag. 9-17u. Inl 08382-1627.

“Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt!” De waarschuwende woorden waarmee Dante Allighieri zijn lezers ter helle voert prijken boven de ingang van Museonder, het eerste ondergrondse museum in Europa. Het museum is echter aanzienlijk minder onheilspellend dan bovenstaand citaat doet vermoeden. "Lichtvoetig educatief" geeft Museonder inzicht in bodemvorming, waterhuishouding en planten- en dierenleven onder de grond. Het Museonder - in nauwe samenwerking met het Haagse Museon tot stand gekomen - is de logische uitbreiding van het bezoekerscentrum De Aanschouw in het Nationale Park De Hoge Veluwe. Temidden van bossen, heidevelden en zandverstuivingen voorzag dit kleine natuurmuseum al jaren in informatie over flora en fauna van de Veluwe bovengronds. Aan de hand van het onontkoombare “uit stof is het leven ontstaan, tot stof keert het leven weer,” toont het Museonder hoezeer het bovenaardse leven verbonden is met de bodem. Via een lange donkere gang wordt de bezoeker naar beneden geleid. Direct naast de ingang bevindt zich een "grafmuur', die de kringloop van leven en sterven onder de grond laat zien. In de muur weggewerkte laden bevatten preparaten van konijnen in opeenvolgende stadia van ontbinding. Droogjes vermeldt de tekst: “Konijn: 8 augustus 1991 - 6 april 1992”. Een paar maanden na zijn overlijden rest er weinig meer dan een paar botjes. Boven zijn hoofd ziet de bezoeker het imposante, gedroogde, wortelstelsel van een honderddertig jaar oude beuk. In de vloer bieden met glasplaten afgedekte gaten een kijkje in verschillende dierenholen. Echte - weliswaar opgezette - vossen en muizen zijn in een diepe slaap verzonken. Periscopen geven vanuit een ondergronds perspectief een blik op het leven boven, waar "toevallig" een merel net een ongelukkige worm uit de grond rukt. Bodemprofielen tonen de fauna die in het ondergrondse van de Hoge Veluwe domicilie houdt: adders, hazelwormen, bosmuizen, kikkers en padden.

Via een bruggetje komt de bezoeker bij het tweede deel van de expositie over de geschiedenis van de bodem. Fossiele resten van wolharige neushoorns, wisenten, reuzenherten en bosolifanten tonen welke dieren in een grijs verleden op de Veluwe geleefd hebben. Audio-visuele middelen ontbreken niet in het Museonder. De geschiedenis van een zwerfkei wordt inzichtelijk gemaakt door een stellage waarop een speelgoed bulldozer een televisie voortduwt. Op het beeldscherm is te zien hoe de zwerfkei in Zweden door een gletsjer wordt opgepakt en - wanneer het ijs begint te smelten - vlak voor de deur van het Museonder wordt afgeleverd. Tegen de muur opgestelde stenen beginnen te praten als je ze aanraakt. Boer Brons uit Otterloo vertelt wat een klappersteen is en een Poolse stem verhaalt van de origine van een bakje zand. Het derde niveau van het Museonder staat in het teken van grondwaterstromen en waterbeheer in Nederland.

Op een door TNO ontworpen kaart - verlevendigd met knipperende lichtjes - is te zien hoezeer het grondwater in de Randstad is vervuild. Het water dat ter plekke uit de bodem van de Veluwe wordt opgepompt is drinkbaar, verzekert het bordje, maar de bruinige kleur doet weinig appetijtelijk aan. Eenmaal op het laagste punt van het Museonder aangeland, kan de bezoeker via een put een blik werpen op kolkende lava in het middelpunt van de aarde. Hoe onheilspellend het gerommel en het heuse trillen van de vloer ook lijken, de knullige videoinstallatie onderin de put doet ieder realistisch effect weer teniet. Een kunstwerk bij de uitgang ten slotte, legt de relatie met de buitenwereld. Via een buizenstelsel kunnen de bezoekers binnen communiceren met de mensen die zich bovengronds bevinden.