Ter Beek niet eens met Lubbers over vrijwilligers

VITEZ/ DEN HAAG, 18 MAART. Minister Ter Beek (defensie) voelt niets voor de suggestie van minister-president Lubbers om dienstplichtigen al in een vroeg stadium te laten beslissen over deelname aan militaire taken buiten het NAVO-verdragsgebied. Ter Beek zei dit gisteren na afloop van zijn bezoek aan het Nederlands-Belgische transportbataljon in Bosnië.

Ter Beek wees erop dat de dienstplichtigen na hun eerste opleiding bij opkomst goed getraind moeten worden op het Centrum voor Vredesoperaties in de Harskamp, voordat zij zich een idee kunnen vormen over wat hen te wachten staat.

“De dienstplichtige krijgt ook in de toekomst alle tijd om eens goed na te denken. In die praktijk zal geen verandering komen. Ik heb geen trek in dienstplichtigen die tegen hun vrije wil worden uitgestuurd. Dat gaat ten koste van de motivatie van de rest”, aldus Ter Beek.

In een brief, die Lubbers gisteren aan de Tweede Kamer zond, herhaalt deze zijn bezwaren tegen de huidige situatie, waarbij een dienstplichtige die zich als vrijwilliger voor vredestaken heeft gemeld, zich als het ware op de vliegtuigtrap nog kan terugtrekken.

“Het zal duidelijk zijn dat deze interpretatie van vrijwilligheid - bij alle aantrekkelijkheid ervan voor de betrokken persoon - het hachelijk maakt de beschikbaarheid van legereenheden met veel dienstplichtigen in het vooruitzicht te stellen.”

Pag 7: Dienstplichtige mag van Ter Beek afhaken

De minister-president zegt in zijn brief dat het er hem niet om gaat de eigen keuze van dienstplichtigen, de vrijwilligheid, te beëindigen, “maar om het omgaan met die vrijwilligheid (ja blijft ja), die het mogelijk maakt meer dan tot nu toe te kunnen rekenen op eenheden met een hoog gehalte aan dienstplichtigen”.

Ter Beek meent daarentegen dat de juridische status van een vrijwilligersverklaring in een vroeg stadium twijfelachtig is, omdat zij uit vrije wil getekend moet zijn. De ondertekenaar moet precies weten wat de consequenties zijn van zijn instemming, aldus de minister.

Hij weigerde gisteravond rechtstreeks commentaar te geven op de brief van Lubbers. Via een woordvoerder liet Ter Beek weten dat het sporadisch voorkomt dat dienstplichtigen na hun instemming nog afhaken. Volgens de woordvoerder is dit in de praktijk derhalve geen probleem. Bovendien moet niet de indruk ontstaan dat Nederland de beschikking zou hebben over veel meer troepen om voor VN-taken in te zetten.

Tijdens zijn bezoek aan Bosnië werd opnieuw duidelijk dat Nederland in elk geval niet in staat is om daar voor langere tijd gevechtseenheden naartoe te sturen, zolang het plan Vance-Owen over de opdeling van Bosnië niet is geaccepteerd. Ter Beek: “Acceptatie van dat plan moeten wij eerst afwachten. Het is nog te vroeg om te zeggen wat voor soort eenheden wij kunnen sturen. Nederland heeft de politieke bereidheid uitgesproken ook aan een nieuwe inzet van VN-troepen zijn bijdrage te leveren.”

Eerder had de minister al aangegeven dat het uitsluitend om ondersteunende eenheden zou gaan. Hij denkt daarbij aan genietroepen en andere technische eenheden die bij herstelwerkzaamheden kunnen worden ingezet. Volgens Ter Beek is de politiek nu aan zet en moet eerst duidelijk worden wat straks in Bosnië nodig is. Verbindingstroepen en het transportbataljon zullen in Kroatë en Bosnië blijven voor zover en voor zolang daar behoefte aan bestaat, zo zei de minister.