Sterren in Andromedanevel zijn "zuiniger' dan bij ons

Hete sterren in de Andromedanevel verliezen veel minder massa dan zulke sterren in ons melkwegstelsel. Dat is ontdekt door een vijftal astronomen, onder wie de Utrechtse astronoom Henny Lamers, die vorig jaar de Andromedanevel hebben bestudeerd met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop. Het geringere massaverlies van de sterren is opmerkelijk, omdat de Andromedanevel erg veel op ons melkwegstelsel lijkt en men dus zou verwachten dat de sterren zich op eenzelfde manier gedragen.

De Andromedanevel is evenals ons melkwegstelsel een roterende platte schijf van gas- en stofwolken en ruwweg honderd miljard sterren. Met zijn afstand van ruim twee miljoen lichtjaar is het één van de meest nabije sterrenstelsels. Toch is het zelfs op die afstand niet eenvoudig om er afzonderlijke sterren in te onderscheiden. Met behulp van de Hubble-telescoop is het nu gelukt om van twee heldere, hete sterren in het stelsel de ultraviolette straling te meten en het spectrum van deze sterren met grote precisie te bepalen.

De twee sterren hebben een oppervlaktetemperatuur van 30.000 tot 40.000 graden (ter vergelijking: het zonsoppervlak heeft een temperatuur van 5800 graden). De temperatuur is zo hoog dat gassen in de atmosfeer van de sterren de ruimte in worden geblazen. Vanuit de twee sterren waait in alle richtingen een krachtige sterrewind. De snelheid van die wind bedraagt volgens de metingen van de astronomen 2600 en 2950 km per seconde, wat vergelijkbaar is met de snelheden die zijn gemeten bij soortgelijke sterren in ons melkwegstelsel. Maar het tempo waarin de twee sterren gas verliezen ligt tienmaal zo laag (Astrophys. J. 400, p. L35).

Niet bekend

De hoeveelheid materie die een ster aan het einde van zijn leven nog over heeft, is van grote invloed op de allerlaatste levensstadia van zo'n ster. Lichte sterren sterven een rustige dood. Zwaardere sterren zwellen eerst nog flink op alvorens uit te doven. En nog zwaardere sterren eindigen hun bestaan in een gigantische explosie. Als er in het Andromedastelsel gemiddeld méér zware sterren overblijven, is er dus ook meer van deze explosies te verwachten.