Sister Sledge: disco toen en nu bijna hetzelfde

Sister Sledge is terug. De diva's van de disco haalden onlangs opnieuw de hitparade met een gemoderniseerde versie van We Are Family. Leadzangeres Kathy Sledge gaf zelfs haar solocarrière op, om weer met haar zussen op tournee te kunnen.

Optredens van Sister Sledge: 19 mrt VIP's, Almelo (24u), 20 mrt It, Amsterdam (2u 's nachts), 21 mrt Binnenplaats, Vianen (22u) en Axis, Gemert (23.30u).

Bestond er ooit beter dansmuziek dan de discohits van Sister Sledge? In 1979 was geen avond in de disco compleet zonder We Are Family of Lost In Music. Deze klassieke popsongs werden bedacht en geproduceerd door Nile Rodgers en Bernard Edwards, die zelf furore maakten met hun groep Chic. We Are Family was meer dan een ordinair dansmuziekje, schrijft Charlotte Greig in haar boek over meidengroepen Will You Still Love Me Tomorrow?. “Het nummer benadrukte de traditionele waarden van het familieleven en de kerkelijke solidariteit binnen de zwarte gemeenschap. Als toonbeeld van succes en ambitie, belichaamde Sister Sledge de voordelen van een hechte familieband.”

Al op jonge leeftijd vormden de zusjes Kathy, Joni, Kim en Debbie Sledge een zang- en dansgroep naar het voorbeeld van The Jackson Five. In hun woonplaats Philadelphia brak het gouden tijdperk aan van de "Philly Soul", met plaatselijke favorieten als The Stylistics en The Three Degrees. De zusjes Sledge maakten eerst nog een valse start met het naïeve bakvissendeuntje Hot Pants Party, voordat ze "ontdekt" werden door Rodgers & Edwards. Rond de tijd dat John Travolta volle bioscopen trok als de aan dansen verslaafde discoboy in Saturday Night Fever, beleefde Sister Sledge een korte en hevige periode van succes. In Chicago organiseerden verontruste rockliefhebbers zelfs een protestdemonstratie, omdat ze vonden dat de discorage teveel aandacht opeiste van media en radiostations. De trend ging over en discosterren als Donna Summer en Tavares raakten spoedig in de vergetelheid. Sister Sledge kwam terecht in het "golden oldies'-circuit, totdat We Are Family eerder dit jaar opnieuw een hit werd in een opgepoetste, house-achtige versie van het remixerscollectief Sure Is Pure.

“Een comeback wil ik het niet noemen,” zegt Kathy Sledge nu, “want we zijn nooit gestopt met zingen. Drie jaar lang heb ik als solozangeres opgetreden, maar het is nooit te laat voor een familiereünie.” Met haar jongere zus Kim reist ze Europa af ter promotie van de cd The Very Best Of Sister Sledge, terwijl Debbie en Joni soortgelijke verplichtingen in eigen land vervullen. De komende tournee met begeleidingstape, vindt plaats in het discothekencircuit, dat doorgaans wordt bevolkt door schnabbelaars en bandartiesten. Deze zomer hoopt Sister Sledge terug te komen met een voltallig orkest.

Zingen is de gewoonste zaak van de wereld, voor vier zussen die hun goede oor voor meerstemmige harmonieën met de paplepel kregen ingegoten. “Ik was drie,” vertelt Kim, “toen mijn grootmoeder me bijbracht hoe ik een tweede stem moest zingen. Sindsdien is het een tweede natuur, om altijd te zoeken naar een partij die mooi klinkt bij Kathy's leadzang. Toen we er ook nog eens achter kwamen dat je er geld mee kon verdienen, stond onze beroepskeuze vast. Gelukkig zat het artiestenbloed in de familie, zodat onze ouders geen al te grote teleurstelling te verwerken kregen toen bleek dat er geen artsen of advocaten in hun dochters scholen.”

Toen het grote succes zich aandiende, beschouwde Sister Sledge zich het liefst als een soulgroep in de traditie van Gladys Knight & The Pips. “Als je goed naar Kathy luistert,” zegt Kim, “kun je horen dat ze veel van Gladys heeft opgestoken. De term disco vonden we te beperkt voor onze muziek, hoewel het natuurlijk prima was dat er overal ter wereld op onze nummers werd gedanst. John Travolta in Saturday Night Fever was niet zomaar een type dat door een scripschrijver werd verzonnen. We hebben die Travolta's overal zien dansen, in de clubs waar we optraden voordat disco tot een internationale trend werd uitgeroepen. Welbeschouwd is er niet zo veel verschil tussen het discopubliek van toen, en de jonge mensen die nu op house of techno gaan dansen. De electric slide-dans die door moet gaan voor de hipste dans van dit moment, is in feite niets anders dan the hustle van toen. Wij kunnen het weten, want we hebben menig lesuur op school gemist omdat we de nieuwste dans nog moesten instuderen.”

Kathy is zich pijnlijk bewust van de invloed, die popmuziek kan hebben op jonge luisteraars. “Toen Rodgers en Edwards ons Lost In Music voorlegden met de strofe 'I quit my nine to five', wilde ik dat in eerste instantie niet zingen. Stel je voor dat sommige van onze fans op het idee zouden komen om hun baan op te zeggen, omdat wij ze daartoe hadden aangezet. Later bedacht ik me dat ons publiek hopelijk uit weldenkende mensen bestaat, die zelf een afweging kunnen maken tussen de verplichtingen en de plezierige kanten van het leven. Elke artiest heeft de verantwoordelijkheid om over dat soort zaken na te denken. Als ik zo'n rapper als Ice-T tekeer hoor gaan, met al die schuttingwoorden en teksten over Cop Killers, dan voel ik me hopeloos ouderwets."