Saneringen in Japan ondermijnen geloof in groei

Groei is niet langer een geloofsartikel in Japan. De ene onderneming na de andere maakt saneringsmaatregelen bekend. Massaal ontslag blijft uit. Tot nog toe, althans. Over een half jaar is de rek eruit, schatten economen. Intussen werkt de overheid aan een nieuw plan ter stimulering van de economie.

Het noedel-eethuisje van Kazuko Yasuda in Zama, vlak naast het fabriekscomplex van Nissan, heeft nog geen klanten op dit middaguur. Yasuda-san luistert naar het verhaal van Tokie Tukada, die haar voor halve dagen helpt. Aandachtig meeluisterend roert het dochterje van Tukada-san in een grote pan op het fornuis. Op de vloer slaapt haar andere kind.

Tukada-san maakt zich zorgen. Haar man werkt bij een bedrijfje vlak in de buurt, dat onderdelen levert aan de grote autofabriek die dicht moet. Overwerk heeft hij al bijna niet meer. Zij is bang dat zijn baas ook moet sluiten. Yasuda-san begrijpt de zorgen van haar hulp. Bij haar komen ook wel arbeiders van Nissan eten, niet veel, de meesten zijn alleenstaanden, maar pas ernstig wordt het als toeleveranciers ook sluiten. Sommigen willen al dicht, weet ze. Tukada-san: “We zullen klanten verliezen”. Yasuda-san knikt.

Het was het gesprek van de dag in Japan toen Nissan onlangs bekendmaakte een van zijn vijf grote fabrieken te sluiten. Zwaar getroffen door de recessie in de auto-industrie maakt de tweede autofabrikant van Japan voor het eerst sinds 1951 verlies. Vijfduizend banen moeten verdwijnen en de fabriek in Zama, een stad van honderdduizend inwoners vlakbij Tokio, zal voorjaar 1995 definitief met de produktie stoppen. Een grote autofabriek dicht, dat is nog nooit gebeurd. De tijd dat groei een geloofsartikel was in Japan, bestaat niet langer.

Japanse bedrijven kampen met een reusachtig overschot aan personeel. Personeel dat ze massaal in dienst namen toen aan de luchtbel-economie van buitensporige speculatie geen eind scheen te komen en elk bedrijf vreesde voor een tekort aan mankracht. Economen schatten dat momenteel zeker één miljoen werknemers in Japan zit duimen te draaien: dat is een loonlast voor de bedrijven (conservatief geschat) van ten minste 300 miljard yen (vier miljard gulden) per maand. Tel daarbij de anderhalf miljoen oproepkrachten die thuis wachten en het lage officiële werkloosheidscijfer van 2,4 procent schiet omhoog naar 8 procent van de beroepsbevolking, hoger dan in Amerika.

De assemblagefabriek van Nissan in Zama, gesticht in 1964, was het succes-symbool van de Japanse auto-industrie. Het was een van de eerste waar robots in gebruik werden gesteld; prins Charles en prinses Diana kwamen de fabriek samen nog bekijken. Nu wordt het gebouwencomplex verkocht. Zo'n 2500 man personeel wordt overgeplaatst naar andere Nissan-fabrieken. Het grootste deel naar de gloednieuwe fabriek in Kyushu, negenhonderd kilometer zuidelijker, een ander deel naar de fabriek in Murayama, driehonderd kilometer noordelijker, die beide al moeten draaien op halve kracht.

In Zama blijven alleen de vijftienhonderd man in de machine-, gereedschappen- en elektrotechnische industrie van Nissan op het fabriekscomplex achter. Dat lot treft ook de vele kleine toeleveranciers, die zich de afgelopen tientallen jaren in het kielzog van Nissan in Zama hebben genesteld. De baas van zo'n bedrijfje, vlak achter de fabriek, zegt erop te rekenen orders van andere Nissan-fabrieken te krijgen. Nee, hij weet nog niet welke. Zijn naam mag niet in de krant en op de foto wil hij ook niet, weert hij schuchter af. Iets verderop in de straat moet een winkelier die lunchpakketjes verkoopt erom lachen: hij is er niet zo zeker van of de autofabrikant wel zo goed voor zijn toeleveranciers zorgt.

Pag 20: Kunstgrepen laten beurs economisch herstel tonen

In het hoofdkantoor in Tokio legt manager Masamichi Mogi uit dat de met Nissan via contracten of andere financiële banden geaffilieerde leveranciers in Zama aan de andere Nissan-fabrieken in het land zullen leveren. En de rest van de vele toeleveranciers? Hij weet niet meer dan dat er nog twee jaar is te gaan. “Misschien dat ze failliet zullen gaan.” En zit er voor de arbeiders van de Nissan-fabriek in Zama niets anders op dan te vertrekken? Ja, daar komt het wel op neer.

Massaal ontslag blijft tot nu toe uit in Japan. Maar vrijwel geen dag verstrijkt of een bedrijf maakt bekend dat het duizenden mensen kwijt wil door vervroegde uittreding, vermindering van nieuw, vervangend personeel of overplaatsing naar geaffilieerde bedrijven.

Daarbij lopen de auto- en de elektronica-industrie, de twee pijlers onder het Japanse wonder, voorop. Telecommunicatiegigant NTT wil nog eens 30.000 man extra kwijt. De staalindustrie, sterk afhankelijk van het wel en wee in de auto-industrie, heeft de afgelopen week ook saneringsmaatregelen aangekondigd. Staalgigant Sumitomo wil 2600 man overplaatsen, veertien procent van zijn personeelsbestand, NKK 3200 man (vijftien procent) en Kawasaki drieduizend man (zestien procent). Economen zeggen dat de problemen nog een half jaar op geaffilieerde bedrijven kunnen worden afgewenteld, daarna valt aan massaal ontslag niet langer te ontsnappen. Wie in Japan eenmaal in dienst treedt bij een bedrijf, verlaat dat doorgaans pas wanneer hij met pensioen gaat. Vandaar dat Japan geen arbeidsmarkt kent zoals het Westen. Elk voorjaar doet een nieuwe lichting personeel, pas van school of universiteit, haar intrede bij een bedrijf. Oudere werknemers, vooral zij die al heel lang met hart en ziel bij een bedrijf van naam werken en die nu worden verzocht maar thuis te blijven totdat ze worden opgeroepen, kampen opeens met psychische problemen. Japanse media meldden schrijnende voorbeelden: vrouwen die hun man verwijten dat hj wel en zijn collega's niet thuis hoeven zitten, mannen die vóór hun kinderen het huis verlaten en de hele dag doorbrengen in koffiehuizen of Pachinko-speellokalen, om 's avonds vóór hun kinderen weer thuis te komen. Of middelbaar kantoorpersoneel dat hoopte op de jaarlijkse promotie en werd overgeplaatst naar een fabriek, waarvan het 's avonds lichamelijk gebroken huiswaarts keert.

Fujitsu, na IBM de grootste computerfabrikant ter wereld, dat voor het eerst sinds 1949 verlies maakt, zal volgend jaar maar 300 nieuwe mensen in dienst nemen, tegenover nog 2200 dit jaar. Scholieren en studenten, die aanvankelijk de toezegging (niet-officiële garantie) kregen dat ze bij een bedrijf in dienst konden treden, horen nu plotseling dat het niet doorgaat. Een afgestudeerde aan de universiteit van Osaka ontving onlangs een briefje met de tekst: “Onze onderneming maakt verlies en heeft vele filialen moeten sluiten. We zouden u erg graag in dienst nemen, maar uiteindelijk hebben we geen andere keuze dan ons contract met u te verbreken”. Was getekend: een kappersketen. Ook banen bij de overheid zijn niet langer zeker. In de provincie Kyoto nam de politie 40 van de 43 aangetrokken scholieren alsnog niet in dienst. Bij de uitgang van de Nissan-fabriek in Zama wacht een cameraploeg van een commercieel televisiestation tevergeefs de arbeiders op die naar huis gaan. Wanneer de sirene van vijf uur 's middags gaat voor de dagploeg, komt er niemand opdagen. De arbeiders blijken later via een ander uitgang de fabriek al te hebben verlaten. Nissan is kennelijk de vele journalistieke belangstelling van de afgelopen dagen beu - en door de overvloed aan media in Japan is de journalistieke belangstelling altijd massaal. De tv-ploeg wil dan maar de verslaggever van deze krant interviewen. Wanneer het al donker is, verschijnt alsnog een verlate werknemer. Nee, ook hij wil zijn naam niet in de krant. Wel wil hij kwijt dat “zware tijden zijn aangebroken”. Hij moet mogelijk ook weg uit Zama, samen met een kleine duizend man kantoorpersoneel. Hij (34) is manager, heeft twaalf man onder zich, en zegt het niet erg te vinden te moeten verhuizen. Tenslotte is hij niet getrouwd, huurt hij een huis en kwam hij 3,5 jaar geleden al van een andere Nissan-fabriek. Wanneer hij weg moet? Hij heeft geen flauw benul en maakt zich snel uit de voeten. Hij moet nog een uur met de trein voordat hij thuis is.

Van de 2500 arbeiders van Nissan in Zama die straks worden overgeplaatst - gemiddelde leeftijf veertig jaar - is driekwart getrouwd. Een deel zal zijn gezin moeten achterlaten, omdat schoolgaande kinderen niet één-twee-drie op een andere school kunnen worden geplaatst. Vaders die alleen vertrekken krijgen eenmaal een verhuistoelage van 160.000 tot 240.000 yen (2300 tot 3400 gulden), afhankelijk van hun rang, plus een keer per maand een gratis treinkaartje voor een weekendje thuis. Gaat het gezin mee, dan varieert de toelage van 220.000 tot 400.000 yen, waarvan het nieuwe vloerbedekking en andere noodzakelijke dingen kan kopen. De bedrijfsvakbond van Nissan zal met de verhuizing wel instemmen, verwacht men op het hoofdkantoor in Tokio. Hooguit zal de bond tegen de hoogte van de toelage sputteren.

Werknemers zullen in het verre Kyushu een beter huis kunnen kopen, omdat daar de prijzen lager zijn. De helft van de arbeiders in Zama heeft een eigen huis. Maar zal het grote aanbod van huizen de prijzen in Zama niet doen inzakken dan? Makelaar Kunihiro Uehara in Zama verwacht van niet. Nissan behartigt zelf de onroerend-goedzaken voor zijn personeel en zal heus niet de leegkomende huizen allemaal tegelijk in de verkoop doen, maar geleidelijk. Dat voorkomt een prijzenstrop, meent hij. En Zama, gelegen in een rivierdal, is volgens hem een aantrekkelijke woonplaats voor mensen uit het nabije Tokio en Yokohama. Dat neemt niet weg dat door de economische neergang wel degelijk de klad in de woningmarkt zit. “Over de recessie lazen we tot nu toe in de krant, door de sluiting van Nissan merken we die nu aan den lijve”, zegt Uehara-san met een grimmig gezicht. Dat Japan wordt geconfronteerd met een van de ernstigste economische crises na de oorlog, is op de beurs van Tokio, normaal gesproken de barometer van de conjunctuur, niet te merken. Daar stijgen sinds kort de koersen weer, alsof het economische herstel nabij is. Maar de stijging is kunstmatig. De financiële autoriteiten pompen miljarden in de beurs om de koersen op te krikken. Cynici spreken van de Price Keeping Operation, vernoemd naar de Peace Keeping Operation, de Japanse deelname aan de VN-vredesmissie in Cambodja.

Met de koersmanipulatie is tot nu toe al een bedrag gemoeid van 2,8 biljoen yen (een slordige 40 miljard gulden), geld dat afkomstig is van semi-publieke fondsen (in feite spaargelden en pensioen- en verzekeringsgelden van de Postspaarbank, 's werelds grootste spaarpot). De kunstmatig hoge koersen moeten bedrijven in staat stellen de waarde van hun effectenbezit te verhogen, zodat ze dit boekjaar, dat eindigt op 31 maart, met minder slechte resultaten kunnen afsluiten - de benarde banken voorop. Daarbij is de banken bevolen niet massaal aandelen te verkopen. De maatregelen moeten voorkomen dat een financiële vertrouwenscrisis uitbreekt en het publiek een "run' op de banken begint. Om te beletten dat de beurs in april alsnog in elkaar klapt, is voor die maand nog eens 6,6 miljard yen uit de semi-publieke fondsen gereserveerd. Hoog spel, zeggen waarnemers. Want als herstel uitblijft en de beurs toch keldert, zullen de fondsen op de aan hen toevertrouwde spaargelden fatale verliezen maken.

Anderen menen dat het zo'n vaart niet zal lopen. De Japanse besparingen vormen een reusachtige buffer die het land in een veruit superieure positie plaatst tegenover het door de recessie aangeslagen Westen. Moeiteloos kan Japan zich nog eens een mega-injectie veroorloven die het laatste, ongekend grote stimuleringspakket van 150 miljard gulden van vorig jaar herfst overtreft. Met man en macht wordt daaraan gewerkt. Volgende maand moet het klaar zijn, vlak voor premier Kiichi Miyazawa president Clinton bezoekt. Het plan komt alleen te laat voor Zama.