Poolse volgelverschrikkers zijn nog bonafide

Het eerste groen steekt de kop op, en wordt bedreigd door al wat veren heeft. Tijd voor vogelverschrikkers.

Inl Vogelbescherming Nederland 03404-377000

Het is begonnen toen ik vorig jaar augustus in de trein van Warschau naar Danzig zat. Nadat ik een paar uur uit het raam had gekeken, wist ik dat ik me niet had vergist: er waren daar nog vogelverschrikkers, in groten getale, in hun oorspronkelijke functie. Hoeveel vogelverschrikkers zijn er langs de lijn tussen Amsterdam en Rotterdam? Twee als het veel is en die staan daar dan nog met twijfelachtige bedoeling. In het land langs de spoorverbinding Warschau - Danzig staan er honderden, en zo op het eerste gezicht allemaal bonafide. Wat is in dit geval twijfelachtig, wat bonafide? Na mijn reis naar Danzig maakte ik in deze krant melding van de Poolse vogelverschrikkers. Daarop kreeg ik een aantal brieven met inlichtingen over vogelverschrikkers in andere landen en over boeken waarin het verschijnsel als zodanig werd behandeld. Ook hiervan deed ik in de krant verslag. Meer brieven volgden. Sommigen stuurden me tijdschriften, boekjes of boeken en ik bezocht een tentoonstelling.

Zo is het me van lieverlee duidelijk geworden dat de vogelverschrikker - op het Nederlandse platteland een betrekkelijk zeldzaam verschijnsel geworden - in de ziel van de mensen en niet alleen van de boeren voortleeft. Hoe komt het? Daarover zijn theoriën in omloop. Sommigen verdedigen de zienswijze dat de vogelverschrikker het laatste uit de kracht van de overtuiging opgerichte beeld van de Gekruisigde is: spontaan, buiten de instituten der godsdienst om. In de vogelverschrikker zou het onderbewuste van de gelovige zijn uitdrukking vinden. Het is mogelijk dat hier en daar van die vogelverschrikkers staan maar in algemene zin gesproken lijkt het me stug. Een andere theorie zegt dat we verder terug moeten gaan. De vogelverschrikker in het moderne Europa zou door en door atavistisch zijn en in primitieve landen van de derde wereld zijn natuurlijke gelijke vinden. Alweer "onbewust" zou de moderne of de betrekkelijk moderne Europeaan met de vogelverschrikker de boze geesten verdrijven. De staak met hoed en vodden hoort volgens deze zienswijze tot het gebied van droom en bijgeloof waaraan in onze contreien officieel geen praktische betekenis meer wordt ontleend, maar onofficieel des te meer.

Volgens de derde theorie hebben we in de vogelverschrikker te maken met een vorm van volkskunst. Deze beschouw ik als de gevaarlijkste theorie, die, als er meer verbreiding aan zou worden gegeven en tot gemeengoed werd, honderden twijfelachtige vogelverschrikkers zou veroorzaken. In zekere zin zou het dan met de vogelverschrikker gaan zoals het met St.Tropez is gebeurd, het "onbedorven Franse vissersdorpje". Of om een ander voorbeeld te noemen: de uit oerklei gebakken Italiaanse bloempotten, waarvan iedere kunstzinnige stadsbewoner er nu een op het balcon of in de tuin heeft. Wordt de vogelverschrikker op zo'n manier tot een uiting van volkskunst verheven - en dat risico is niet denkbeeldig - dan staan ze deze herfst nog in de étalages van de Bijenkorf. Mijn ervaring van het afgelopen halfjaar heeft me geleerd dat er een aantal liefhebbers en kenners van de vogelverschrikker is: een nu nog esoterisch gezelschap. Mijn instinct zegt me dat het niet hierbij zal blijven; dat er misschien al een vereniging voor de vogelverschrikkersbescherm- ing in oprichting is en dat daarna de allesverwoestende publiciteit zich ervan meester zal maken. Dan zal het met de bonafide vogelverschrikkers voorlopig gedaan zijn.