Plussers met kennishonger

Steeds meer ouderen nemen plaats in de collegebanken. Veel universiteiten bieden speciale cursussen aan. ""Ze hebben altijd alles voorbereid.''

"Witheet was ik, toen ik het las. Deze jongeren zouden niet aan de universiteit moeten studeren. Het is dom en onfatsoenlijk.'' Tessa Huibrechts (58) kan zich er nog over opwinden. Ze is secretaris van HOVO-Nederland, de organisatie die opkomt voor de belangen van het Hoger Onderwijs voor Ouderen. "Babel', het studentenblad van de letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, ging onlangs tekeer tegen oudere studenten als ""grijze, vaak al flink defecte, afbladderende senielen die zich kwijlend van Alzheimer en kennishonger onder ons hebben begeven''.

De Amsterdamse afdeling van de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen eiste rectificatie. Redactrice Ira van Dijk (22) van het studentenblad: ""Ach, het was geen serieuze beschouwing maar een column. Een overtrokken beeld van de werkelijkheid.'' Dat neemt niet weg dat er volgens haar soms wel degelijk wrijvingen zijn tussen jonge en oude studenten. ""Die ouderen hebben meer tijd. Ze bereiden zich heel goed voor en stellen veel vragen. De jongeren ergeren zich daaraan, omdat zij geen tijd hebben gehad om zich goed voor te bereiden en vooral aan de eerstkomende pauze denken.'' Andere studenten ergeren zich aan de grote voorliefde voor details van hun oudere medestudenten. Een student geschiedenis: ""Ze zeuren soms eindeloos door op een ondergeschikt puntje. En de docent is vaak niet in staat om daar weerstand aan te bieden.'' Rob Grootendorst (49), voorzitter van de vakgroep taalbeheersing vindt de aanwezigheid van ouderen een ""verrijking'' van de universiteit. De ouderen, zegt hij, zorgen ervoor dat het onderwijs juist ""minder schoolklasjes-achtig wordt''. ""Maar het is wel even wennen, ja. Met die paar aanschuivers moet je extra rekening houden. Het kennisniveau is zeer gemêleerd.''

À la carte

Aan de Universiteit van Amsterdam kunnen jong en oud tegen betaling van cursusgeld "aanschuiven' bij het reguliere onderwijs. Dat kan ook in Leiden, waar de Rijksuniversiteit spreekt van ""onderwijs à la carte''. Anders dan bij het reguliere onderwijs, gelden hier geen toelatingseisen. Daarnaast bieden universiteiten steeds meer speciaal op ouderen gerichte HOVO-cursussen aan, gefinancierd uit cursusgeld. De enige eis is dat de deelnemers ouder moeten zijn dan vijftig jaar.

Ans Joustra (41) heeft haar parttime baan te danken aan de ouderen: zij is coördinatrice van het onderwijs à la carte in Leiden. De drieduizend brochures die ze vorige zomer liet drukken, waren in september al op. ""Vorig cursusjaar hadden we bijna driehonderd studenten, dit jaar hebben zich al iets meer dan vierhonderd mensen ingeschreven.'' Voor tweehonderd gulden kunnen de deelnemers - gemiddeld 54 jaar oud - meedoen aan één van 38 cursussen. Met name filmgeschiedenis is populair; voor volgend jaar is een wachtlijst ingesteld. De letterenfaculteit heeft het aantal à la carte-studenten wel beperkt. Joustra: ""Het moet duidelijk een minderheid blijven. Er gelden maxima van tien tot vijfentwintig per college. Het reguliere onderwijs mag er niet onder lijden.'' De kleine winst van de cursussen wordt onder de vakgroepen verdeeld. Ook aan de Universiteit van Amsterdam loopt het storm voor aanschuifonderwijs. Op de advertentie die aan het begin van elk trimester verschijnt komen binnen enkele weken meer dan duizend reacties. Aangeboden worden tweehonderd vakken, in meer dan tien faculteiten. Bij de start drie jaar geleden schreven zich tweehonderd mensen in. Nu wordt gerekend op vijftienhonderd inschrijvingen. Een kwart van de deelnemers is ouder dan vijftig.

Veel belangstelling is er ook voor het "HOVO', in 1986 met 45 studenten begonnen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nu staan in totaal vierduizend ouderen ingeschreven bij een HOVO-cursussen, aangeboden in dertien hogescholen en universiteiten. HOVO-Nederland streeft nog naar uitbreiding van het cursusaanbod. Secretaris Huibrechts: ""Het tempo moet wel wat lager liggen dan in het reguliere onderwijs. Ouderen studeren tenslotte ook niet voor een diploma, maar voor het plezier. Ze grijpen een kans die ze vroeger niet hebben gekregen. Dat speelt vooral bij vrouwen. Vijfenzestig procent van de deelnemers is vrouw.''

Huibrechts signaleert twee ontwikkelingen die in de hand werken dat ouderen gaan studeren. ""De betaalde arbeid stopt eerder en aan de andere kant komt de noodzaak van hulpverlening door de zorgsector pas steeds later in zicht. Er is zo een nieuwe levensfase ontstaan tussen de 55 en 75 jaar. Die ouderen willen hun brede maatschappelijke belangstelling bevredigen - het liefst op hoog niveau.'' De levensverwachting nam in Nederland deze eeuw met twintig jaar toe. Mannen worden nu gemiddeld ouder dan zeventig, vrouwen bijna tachtig. De bevolkingsopbouw wordt zo "vierkanter': in het jaar 2000 zullen er evenveel mensen ouder zijn dan 45 jaar als jonger. Omstreeks 2010 zijn er ongeveer drie miljoen 55-plussers.

Mantelpakjes

Pauze in de cursus Privaatrecht aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. In de gang naast de - rookvrije - kantine steken twee stijlvolle dames in mantelpak een sigaretje op met hun ten minste 25 jaar jongere docent. ""Je krijgt op de universiteit ook al geen ruimte meer om er lekker eentje op te steken'', klaagt een van hen. In het midden van de kantine hebben twintig andere HOVO-studenten plaatsgenomen aan ronde tafels. Ze praten en lachen alsof ze een dagje uit zijn, geamuseerd bekeken door de jonge studenten.

""Op een dag haal ik nog wel mijn kandidaats", zegt de 57-jarige Nelly Los. Privaatrecht is haar eerste cursus. Vijfentwintig jaar geleden begon ze aan een rechtenstudie, maar doordat het "in de zaak' te druk was moest ze die afbreken. Na de dood van haar man pakte ze de studie weer op, al verzette haar dochter zich ertegen dat ze aan de cursus Privaatrecht zou deelnemen. ""Die zit in de laatste klas van de middelbare school en wil zelf rechten gaan studeren. Ze had het gevoel dat ik op haar terrein kwam. Maar inmiddels heeft ze zich ermee verzoend.''

Zojuist is het "Natrap-arrest' van de Hoge Raad behandeld. Een voetballer schopt een andere arbeidsongeschikt zonder dat de bal in de buurt was. Vraag aan de studenten is of voetballers meer risico's moeten aanvaarden dan andere mensen. ""Er staan tegenwoordig zulke grote belangen op het spel: ze móeten elkaar wel de grond intrappen'', meent een grijze man. ""Als je Gullit heet ben je niet meer veilig.'' Volgt een fel debat over het moderne voetbal. Docent Henk Westra (39) legt uit hoe het risico hier ligt: deze schop was abnormaal gevaarlijk. ""Dus als je met een normaal schopje iemand arbeidsongeschikt maakt, is dat toegestaan volgens de Hoge Raad?'', vraagt een van de heren. Westra knikt: ""Daar lijkt het wel op.'' Hilariteit. ""Wat heb je nou aan zo'n beperkte uitspraak?''

Westra noemt de deelnemers aan het HOVO ideale studenten. ""Het eerste college viel me vies tegen. Ik haalde het eind op m'n tandvlees. Ze hebben altijd alles voorbereid en stellen heel kritische vragen. Ze willen er het maximale uithalen.'' Hij geeft de ouderen dezelfde les als eerstejaars studenten, maar wel ontdaan van allerlei ""ballast''. ""Het tempo ligt iets lager, maar niet veel. In de propedeuse is het massaal rammen en hier kun je wat dieper op sommige dingen ingaan.''

Ziek en zwak

Het HOVO aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, onderdeel van het Studium Generale, schreef dit cursusjaar vijftienhonderd vijftig-plussers in. Tweemaal zoveel als vorig jaar. Een vijfde van de deelnemers heeft een vooropleiding op HAVO-niveau of lager. De helft is ouder dan vijfenzestig. Ze betalen driehonderd gulden voor een cursus en honderd gulden voor een lezingencyclus. De onderwerpen variëren van "informatica en computers' tot "secularisatie'. Coördinator Leo Stello (45) vindt het jammer dat het negatieve beeld van ouderen nog lang niet verdwenen is. Stello: ""Toen wij in 1988 begonnen, regende het publikaties waarin ouderen werden afgeschilderd als mensen die knaagden aan de fundamenten van onze verzorgingsstaat. Ziek, zwak en hulpbehoevend. Niemand vertelde erbij dat de overgrote meerderheid van de ouderen tot op hoge leeftijd zelfstandig blijft, zich gezond en vitaal voelt en nog van alles wil ondernemen. Bijvoorbeeld studeren.''

Even kijkt Stello wanhopig. Hij herhaalt de vraag: wat is het economisch nut van HOVO? Hij denkt na. ""Het is eigenlijk een tegencultuur. In onze samenleving luidt het motto: young is beautiful. En in de jaren zeventig spraken de onderwijsideologen nog wel over permanente educatie, maar in de no-nonsense jaren tachtig ging het alleen maar om her-, bij- of omscholing. De ouderen telden niet meer mee. Tot ze eind jaren tachtig zelf om onderwijs gingen vragen. Ik hoop dat over een aantal jaren bedrijven en instellingen weer gebruik gaan maken van hun inbreng. De vorm waarin is nog niet duidelijk.''

Tijdvulling en verrijking

Een 75-jarige deelnemer ziet HOVO als ""tijdvulling en verrijking''. Hij volgt al jaren ""cursusjes in alles wat met de maatschappij te maken heeft''. De man - die zijn naam liever niet in de krant wil - komt uit een laaggeschoold milieu en heeft zelf alleen lagere school gehad. ""Ik hoor nu dingen waar ik tien jaar geleden absoluut geen weet van had. Het leuke is dat je steeds weer iets van wat je leert in de krant terugvindt.'' Nee, hij wil niet "aanschuiven' bij de normale colleges. ""Dan ben je er dag en nacht mee bezig. Het tempo is veel te hoog.''

Volgens secretaris Tessa Huibrechts heeft het HOVO ook een belangrijke sociale functie. ""Dat is ook de reden waarom ze niet aan de Open Universiteit studeren. Dat is een eenzaam avontuur.'' Eind 1992 stonden bij de Open Universiteit twaalfhonderd 55-plussers ingeschreven, twee procent van het totale aantal studenten. Lid van het college van bestuur drs. J.A.J. Krosse ziet initiatieven als HOVO echter niet als concurrentie: ""Ze zijn een aanvulling. De universiteiten zien hun studentenaantallen teruglopen en dit is een gat in de markt. Onze cursussen kunnen de mensen in hun eigen tempo en op hun eigen wijze doen, dat blijft belangrijk.'' Voor ouderen die, na een aanschuifcollege of een cursus, nòg verder willen studeren.