Ooggetuige: "Huambo is een stad van de dood'

LUANDA, 18 MAART. “Huambo is een stad van de dood, het is verstoken van leven”, zegt een vluchteling uit wat eens de tweede stad van Angola was. Volgens de Angolese journalist William Tonnet bestaat Huambo alleen nog maar uit ruïnes. “De stad is van de kaart gevaagd”, zegt hij.

Huambo is twee maanden lang het toneel geweest van hevige gevechten tussen het regeringsleger en troepen van de oppositiebeweging UNITA. De meeste inwoners zijn uit de stad gevlucht, toen het regeringsleger zich terugtrok. Op 6 maart, de gevechten duurden toen al 55 dagen, viel Huambo in handen van de UNITA-strijders. Hulporganisaties hebben sindsdien geprobeerd de stad binnen te komen, maar kregen geen toestemming van de Angolese regering, en ook niet van UNITA. Christophe Harnisch, de directeur van het Rode Kruis, noemde de strijd “een oorlog zonder getuigen”.

Tonnet, een verslaggever voor de Portugese televisie, bleef tijdens de gevechten in Huambo om ze op film vast te leggen. “Er zijn bijna geen mensen meer in de stad”, zei Tonnet bij zijn aankomst dinsdag op het vliegveld van Lissabon. “Huambo, waar eens 400.000 mensen woonden is verwoest en veranderd in een spookstad.” Tonnet sprak van massaslachtingen van families, maar kon niet zeggen hoeveel mensen om het leven zouden zijn gekomen. Volgens diplomaten van de Verenigde Naties zijn ten minste 15.000 mensen gedood en duizenden gewond geraakt. Zij baseren zich daarbij op niet-officiële rapporten van de Angolese regering en de UNITA.

De opnames van Tonnet laten angstige inwoners zien die vanuit hun huizen de gevechten gadeslaan. Tientallen zwaargewonde burgers en soldaten liggen op de grond. Bij sommigen zijn de ledematen afgerukt, bij andere zijn door hun verwondingen hun botten zichtbaar.

Tonnet ging in een militair hospitaal op bezoek, waar operaties zonder verdoving uitgevoerd moesten worden. Volgens één van de artsen werden in de gevechten chemische wapens gebruikt. Het ziekenhuis zou herhaaldelijk doelwit zijn geweest van bombardementen.

Tonnet verliet Huambo toen de regeringstroepen zich begin deze maand massaal terugtrokken. Samen met honderden andere vluchtelingen maakte hij een barre tocht van vijf dagen door oerwoud, struikgewas en over stoffige hoogvlaktes naar de stad Benguela aan de westkust. “Het was een moeilijke reis. De eerste dag liepen we 120 kilometer om zo ver mogelijk van de UNITA te vluchten. We liepen dag en nacht, we hadden honger en velen overleefden de tocht niet. We hebben ze moeten achterlaten.”

De afgelopen maanden is in Angola de burgeroorlog weer opgelaaid, die al voor de onafhankelijkheid van Portugal in 1975 was begonnen. In 1991 zorgde een vredesakkoord voor een tijdelijk staakt-het-vuren. Na de verkiezingen van 1992 begonnen de gevechten echter opnieuw. (AP, AFP)