Ondoordacht

FLEXIBILITEIT kan de Partij van de Arbeid niet worden ontzegd. De sociaal-democraten staan nu op de bres voor de bezitters van het eigen huis.

Fractieleider Wöltgens wil de kosten van woningonderhoud fiscaal aftrekbaar maken. Dat betekent in de praktijk dat de gemeenschap de helft van de rekening betaalt. Bezien vanuit de traditie van Troelstra, Drees en Den Uyl voorwaar een opmerkelijk initiatief. Wöltgens betoogde maandagavond dat hij met zijn voorstel de beunhazerij wil aanpakken en legale bouwvvakkers aan werk wil helpen. Dat zijn mooie doelstellingen. Dat vond CDA-fractieleider Brinkman ook. Hij reageerde dat het CDA altijd al had gewild wat de PvdA nu voorstelde.

Is dat zo? Waarom zweeg het CDA in zijn verkiezingsprogramma van 1989 dan in alle talen over de fiscale aftrek van onderhoudskosten? Ook de PvdA noemde dit punt toen niet, evenmin als D66. Zelfs in het verkiezingsprogramma van de VVD, de partij die toch zo graag op de bres staat voor het eigen-huizenbezit en daartoe een reeks plannen lanceerde, was van een fiscale aftrek van onderhoudskosten geen sprake. Blijkbaar lag in 1989 de herinnering aan de ervaringen van 1983-1986 nog vers in het geheugen. De fiscale aftrek voor de kosten van groot onderhoud en schilderwerk, zoals die toen gold, leverde de bouwvak nauwelijks extra arbeidsplaatsen op.

Het alternatief van een volledige aftrek van álle onderhoudskosten, zoals tot 1971 de praktijk was, kost de schatkist daarentegen handenvol geld. Een kabinet dat in één jaar tijd negen miljard gulden op de rijksbegroting moet bezuinigen, en drie miljard bij de sociale zekerheid en de gezondheidszorg, heeft geen ruimte voor dit soort fiscale cadeautjes. Van het belastingformulier wordt bovendien opnieuw een kerstboom van politieke invallen gemaakt. Vorige maand besloot de Tweede Kamer ook al om met terugwerkende kracht kamerverhuur te stimuleren met een fiscale vrijstelling. Nog even en de aktetas of andere franje die bij de belastingvereenvoudiging van de commissie-Oordt werd geschrapt, komt weer terug. En daarmee verandert het belastingstelsel opnieuw in een oeverloze poging om met fiscale regels het gedrag van de burger te beïnvloeden.

WAT DAN? Kan de aftrek voor het huizenonderhoud worden gefinancierd met een verhoging van het huurwaardeforfait, zoals ook in 1983-1986 gebeurde? Het is een politiek kansloze optie, en terecht. Er is geen enkele reden waarom een huizenbezitter die zijn woning niet opknapt meer belasting moet betalen ten behoeve van zijn buurman die dat wel doet. Fraudebestrijding en werkgelegenheid zijn mooie doelstellingen. Maar Wöltgens en Brinkman vechten, al is het rijkelijk vroeg, eerst en vooral om de gunst van de kiezers. Met ondoordachte plannetjes is de kiezer niet gebaat. Laat de belastingdienst iedereen een lagere aanslag opleggen en de bestedingsvrijheid leggen waar deze hoort: bij de individuen.