Nordholts "feiten' even plausibel als officiële ontkenningen; Twee waarheden van de Antillen; Is het mogelijk cliënt X een voorschot te verlenen, zodat hij in Nederland behandeld kan worden?

De ex-politieman kan niet praten; hij zegt dat hij moet denken aan zijn vrouw en kinderen. De oud-gevangenisdirecteur ontkent alle beschuldigingen en de reclasseringsman kan niet geloven dat er officieel beleid achter zit. Enige weken terug beschuldigde de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt de Antilliaanse autoriteiten van het "lozen' van criminele jongeren naar Nederland. Het enkele reisje naar het voormalig moederland zou sommigen door het luikje in de celdeur worden aangereikt.

Wie in Willemstad de uitspraken van de Nederlandse politiechef wil verifiëren, stuit op een muur van stilzwijgen en ontkenningen. De Antilliaanse minister Römer (justitie) heeft aangekondigd de aantijgingen van Nordholt zelf te zullen onderzoeken. Opmerkelijk was daarbij dat zij, net als later ook haar procureur-generaal Pieterz, bij voorbaat verklaarde dat het onderzoek niets zal opleveren. Dat hoeft niet per se te wijzen op vooringenomenheid. Römer en Pietersz en al die anderen die zeggen dat het onderzoek weinig zal opleveren, doen die uitspraak waarschijnlijk op basis van hun kennis van het Antilliaanse politiek-bestuurlijk systeem.

De Antillen beschikken over een bijna spiegelbeeldig Nederlands staatsapparaat. Alle organen van de klassieke, Europese, democratische rechtsstaat zijn er vertegenwoordigd: regering, volksvertegenwoordiging, adviesorganen, Rekenkamer, hof van justitie, openbaar ministerie, "sterke arm' en pers. Een vakbondvertegenwoordiger zegt trots dat men zelfs “koopkrachtplaatjes” berekent op het eiland.

Maar dit bestuursapparaat is ooit door Nederland op de eilanden ingeplant in een cultuur waar andere (Latijnsamerikaanse) regels heersen. Het Nederlandse systeem heeft geen wortels op de Antillen, netzomin als een potpalm wortelt in Nederlandse bodem. De Antilliaanse Staten controleren de regering niet, de Rekenkamer heeft al in geen tien jaar een rapport uitgebracht, en de rechterlijke macht (die voornamelijk uit Nederlanders bestaat) beziet met toenemend ongemak de praktijken van de Antilliaanse politie. Buitensporig gebruik van geweld, nepotisme of regelrechte corruptie zijn schering en inslag, maar worden nauwelijks of niet bestraft.

Achter de Westeuropese façade bloeit de Curaçaose samenleving met haar eigen mentaliteit en eigen wetmatigheden. Het moederland heeft zich in het verleden weinig bekommerd om zaken die scheefgroeiden: men wilde immers van de koloniale erfenis verlost worden.

Nu is deze gemeenschap sterk verspinterd langs raciale lijnen. Nakomelingen van zwarte Afrikanen, kleurlingen, Surinamers (opgedeeld in creolen en Hindoestanen), protestantse Nederlanders, Portugese joden, en zij die van andere eilanden of landen uit de buurt komen: al deze groepen leven strikt gescheiden naast elkaar. Het begrip “algemeen belang” strekt zich niet verder uit dan de leden van de eigen, weliswaar uitgebreide, familie. Politiek is overwegend een kwestie van het verlenen van diensten of betalen van geld. De cultuur wordt sterk bepaald door gevoelens van trots en schaamte. Schaamte zorgt ervoor dat “de vuile was niet buiten gehangen” mag worden. Men zwijgt bijvoorbeeld liever over de eigen mislukking in Nederland, maar ook over het collectieve falen van de Curaçaose samenleving.

Na het mislukken van de Toekomstconferentie vorige week, verklaarde de Curaçaose delegatieleider Dito Mendes de Gouveia dat de “arrogante” Nederlanders de eilanden hadden “beledigd”. Daarmee speelde Mendes in op gekrenkte gevoelens van trots, in plaats van het falen van de conferentie politiek uit te buiten als een overwinning.

Het Antilliaans systeem kent zijn eigen sancties tegenover mensen die de ongeschreven regels overtreden: "represailles'. De weldenkende Curaçaoenaars die in het openbaar kritiek durven leveren op de misstanden, die de "vuile was' van het eiland buiten hangen, moeten oppassen voor deze tegenmaatregelen. Represailles kunnen variëren van gedwongen worden een kind van de kleuterschool te halen, tot het verliezen van een baan en nergens anders een andere aanstelling kunnen krijgen. Ten gevolge van die mogelijke represailles heerst er volgens sommigen op Curaçao angst en zelfcensuur.

In feite is een groot deel van de door Nederland beoogde maatregelen erop gericht deze clandestiene vorm van zelfbestuur uit te schakelen. Want Nederland bemoeit zich niet slechts met het kasboekje van de verschillende Antilliaanse eilanden, of met de bestrijding van internationale drugsorganisaties, maar ook welbewust met zogeheten eisen van rechtstatelijkheid, zoals openbaarheid van bestuur en de mogelijkheid van beroep tegen bestuurlijke beslissingen.

De betrokken ambtsdragers ontkennen ondertussen dat het overheidsbeleid is om criminele jongeren uit de gevangenis vrij te laten om ze vervolgens naar Nederland te sturen. De directeur van de gevangenis Koraal Specht noemt de uitspraken van Nordholt onbegrijpelijk, een officier van justitie kan zich niet voorstellen hoe het "lozen' dan precies zou gaan. En een Antilliaanse regeringswoordvoerder verklaarde dat “als er zoiets als een beleid was, dit terug te vinden moet zijn in de boeken.” Het heeft inderdaad weinig zin te zoeken naar een wet, een beleidsnota, een begroting, uitvoerende ambtenaren of een voor het deportatiebeleid verantwoordelijke bewindspersoon.

Interessant is wel dat Römer en anderen erop wijzen dat de dienst sociale zaken van het eiland over fondsen beschikt om mensen bijvoorbeeld te laten afkicken in Nederland. Daarnaast is al langer bekend dat buurtgenoten of familieleden op Curaçao bij tijd en wijle geld inzamelen om lastige, al dan niet verslaafde, jongeren naar Nederland te sturen. Maar, zo benadrukt de officier van justitie, dit alles heeft niets met overheidsbeleid te maken.

Plausibele verklaringen voor Nordholts verhaal zijn er intussen wel in overvloed. Zo wordt de volgende gang van zaken door betrokkenen voor goed mogelijk gehouden: een (fictieve) jongen, verslaafd en in het bezit van een strafblad, veroorzaakt veel problemen in zijn buurt. Op een zeker moment belandt hij in de cel. Familieleden en buurtbewoners bezoeken de zogeheten "barrio-leider', dat is de persoon in een wijk die voor een politieke partij stemmen werft. Hij is ook iemand die binnen het heersende patronage-systeem in ruil voor stemmen diensten verricht. De dienst die vandaag verlangd wordt, is dat de barrio-leider bij een minister regelt dat de lastige jongen voor een tijdje naar Nederland gaat, om af te kicken en een baan te vinden. De minister schrijft een kattebelletje naar een partijgenoot bij de dienst sociale zaken. Het briefje bevat geen directe opdracht, maar is geformuleerd als een verzoek om informatie. “Is het mogelijk cliënt X een voorschot te verlenen zodat hij in Nederland behandeld kan worden?” Voor de desbetreffende ambtenaar van sociale zaken betekent het briefje een rechtstreeks bevel, maar bij eventueel later onderzoek gaat de opdrachtgever altijd vrijuit. Omdat de gevangenis Koraal Specht overvol is, wordt de lastige jongen heengezonden en kan hij direct vertrekken naar Nederland. Hij kreeg zijn ticket als het ware door de gevangenisdeur aangereikt.

Degenen die Nordholts beweringen in twijfel trekken, kunnen heel goed de waarheid spreken: in het officiële (Nederlandse) systeem op Curaçao valt geen spoor bewijs te vinden voor beleidsmatige illegale uitzettingen. Tegelijkertijd kan het waar zijn dat Nordholt geen onzin verkocht heeft. Ook al omdat anderen - natuurlijk weer strikt off the record - bevestigen dat “het” voorkomt.

Omdat er twee normsystemen naast elkaar functioneren, het officiële Nederlandse en het informele eigen systeem, kennen de Nederlandse Antillen twee waarheden: de Nederlandse en de Antilliaanse. Of het Hirsch Ballin dan wel premier Lubbers in de voortgezette Toekomstconferentie over drie maanden zal lukken die twee met elkaar te verzoenen, blijft zeer de vraag.