Mooie benen is ook niet alles; Lokroep van Beroep van Fotomodel sterker dan ooit

“Voor minder dan tienduizend gulden kom ik mijn bed niet uit,” zou Linda Evangelista gezegd hebben. Nederlandse mannequins kunnen zich dergelijke boutades niet veroorloven. Hautain glimlachend, maar onvermoeibaar lopen deze weken honderden modellen de catwalk, op de prêt-à-porter shows in Parijs, de alternatieve modeweek in Londen, of de bescheidener presentaties van de Nederlandse couturiers. Voor honoraria die hemelsbreed verschillen.

Nederlandse modellen als Karin Mulder, Marpessa Hennink en Anja Henneman zijn op de modeshows in Milaan en Parijs the hottest thing since Van Gogh. De meeste meisjes uit het noorden hebben evenwel een probleem om het echt te maken op de catwalks van Chanel of Dior: hun benen zijn te dik. Dat is geen mythe of masculien vooroordeel, maar een professionele handicap. Haute couture valt nu eenmaal niet ideaal op Hollandse kuiten. Toch zijn benen ook niet alles, vertelt de Amsterdamse mannequin Pearl Mac-Nack: “Claudia Schiffer is het duurst betaalde model ter wereld.

Ze heeft nu een contract voor tien miljoen dollar met een cosmetica-gigant, ondanks haar verschrikkelijke x-benen.” Mac-Nack begon op zestienjarige leeftijd als fotomodel, werd snel mannequin en loopt nu al tien jaar nationale en internationale modeshows. Daar gelden andere normen dan in een studio, is haar ervaring. Voor de camera is mimiek belangrijk; op het podium gaat het om présence en flair. “Niet iedereen kan een kledingstuk showen, dat is een vak. Ik ben liever een goede mannequin dan een model met alleen maar een mooi gezicht. Voor de laatsten is de markt grilliger en onzekerder.” Die onzekerheid ziet Mac-Nack niet zelden uitlopen in tragedies. “Sommige fotomodellen schieten als een komeet omhoog, en een jaar later is het feest afgelopen en ontvangen ze een uitkering. Ik zie jonge meisjes vrolijk naar New York vertrekken en vijf jaar later terugkomen als wereldvreemde zombies.” Desondanks is de lokroep van het beroep fotomodel sterker dan ooit. Nooit eerder was het vak zo glamorous als nu. De status van de zogenaamde supermodellen is alleen vergelijkbaar met die van filmsterren uit de hoogtijdagen van Hollywood.

Linda Evangelista, Naomi Campbell, Christy Turlington en Cindy Crawford verschijnen niet alleen om de haverklap wereldwijd op de covers van de toonaangevende bladen, zij vormen tevens het middelpunt van de culturele jet-set. En ze verdienen veel geld - “Voor minder dan 10.000 dollar kom ik mijn bed niet meer uit”, zou Evangelista tegen Karl Lagerfeld gegeeuwd hebben. Geen wonder dat ieder jaar honderden jongens en meisjes bij Nederlandse modellenbureaus aankloppen. Dat was vijftien jaar geleden wel anders, herinnert Ulla Rossbach van het Amsterdamse agentschap "Ulla Models' zich. “Toen was er de tendens om alles wat met reclame en sex-appeal te maken had "vrouwonvriendelijk' te noemen. Het was not done om model te zijn. Nederlandse modellen waren toen absoluut niet carrièrebewust.” Nu werkt Rossbach met tachtig tot honderd professionele modellen.

Mannelijke modellen moeten ongeveer 1.85 meter lang zijn. Een aankomend vrouwelijk model moet aan bepaalde standaardeisen voldoen: ze moet langer zijn dan 1.75 meter, kledingmaat 36-38 hebben, en bij voorkeur de “supermaten” 91-59-91. Hoewel het beeld van de modellen wel aan het veranderen is. De hausse van de supervrouwelijke topmodellen à la Naomi Campbell en Linda Evangelista is vrijwel voorbij; nu zijn fragiele, hippieachtige meisjes à la Kate Moss - met een lengte van 1.64 - in. “Het belangrijkste is,” zegt Rossbach, “dat je als fotomodel stevig in je schoenen staat. De tol van succes is zwaar. Het werkritme is moordend en je bent geen meester over je eigen tijd. Vriendschappen op het werk zijn over het algemeen oppervlakkig en van korte duur.” Einddoel van ieder model blijft het buitenland, vooral Parijs, New York en Milaan. Modellen krijgen daar voor een modeshow tussen de duizend en zevenduizend gulden per dag. Als ze aan de slag komen ten minste, want mannequins uit de hele wereld verdringen zich op de audities.

Het komt voor dat tweeduizend meisjes vechten om een handvol plaatsen op de plankiers van Yves Saint Laurent, Gaultier of Lacroix. Maar het belangrijkst is toch het prestige, de status, en de daardoor hoge "verkoopwaarde'. De spectaculaire inkomsten moeten uiteindelijk komen van contracten met de reclame-wereld. Vergeleken met het buitenland zijn de gages in Nederland laag. Couturiers bieden hier hoogstens vijfhonderd gulden per dag, en verwachten bovendien dat de mannequins hun eigen schoenen en panty's meenemen. “De markt is relatief klein, en er is een groot reservoir van geschikte modellen,” verklaart Ulla Rosbach. Desondanks kost het Manja Magnin, moderedactrice van Avenue de grootste moeite om iedere maand weer goede modellen voor features in haar blad te vinden. Volgens haar stellen de Nederlandse agentschappen zich te passief op. “Er zijn in Nederland weliswaar veel modellen, maar het is moeilijk om bijzondere types te vinden. Mannen zijn al helemaal eenvormig. Allemaal macho's. Een kale dikkerd, of een bleke dandy met een sikje heeft niemand in voorraad.” Ondanks het cosmopolitische aureool van de modellenwereld treft het ook onaangenaam, onderstreept Magnin, dat donkere modellen in serieuze modereportages nog nauwelijks aan bod komen. In tegenstelling tot het buitenland is de Nederlandse markt wat dat betreft nog niet multicultureel ingesteld, meent ze. “Bladen als Margriet en Libelle boeken zelden een donker model, want dat is hun doelgroep niet. Die denken: de doorsnee Nederlander is blond, heeft blauwe ogen, en dat type zien we het liefst in ons blad. Bij de Elle, Marie Claire en Avenue is het iets beter, maar het houdt nog steeds niet over.”