Metaalmoeheid

OM TE ZEGGEN dat "de metaal' plat ligt is wat sterk uitgedrukt. Tot nu toe sluiten de acties aardig aan bij de Nederlandse volksaard: bescheiden en met mate. De stakingen zijn vandaag weliswaar iets uitgebreid, maar van ontwrichting is nog geen sprake. Er wordt behoedzaam geopereerd. Acties aan de ene kant, informeel overleg tussen werkgevers en bonden aan de andere kant.

Inmiddels wordt wel meer en meer duidelijk dat het conflict in de metaal niet langer de WAO betreft als wel de positie van de vakbond bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Daarmee is de inzet verschoven van een materieel naar een principieel punt waardoor de oplossing moeilijker wordt. Dat blijkt ook wel uit het mislukken van het informele overleg van afgelopen woensdagavond. De compromisteksten die beide partijen na zes uur overleg elk afzonderlijk hadden geproduceerd, verschilden ogenschijnlijk weinig van elkaar. Het compenseren van het "WAO-gat' had er met een beetje goede wil mee kunnen worden geregeld. Maar waar in de tekst van de vakbondsonderhandelaars de betrokkenheid van de bonden was gegarandeerd, ontbrak deze in de tekst van de werkgevers.

Wat kan er nog per CAO worden geregeld en wat niet? Anders gezegd: wat leent zich in deze tijd van individualisering, decentralisatie en demassaficatie nog voor collectieve regelingen? De discussie speelt al langer en heeft door de WAO-maatregelen slechts extra actualiteitswaarde gekregen. Aanvankelijk stonden de bonden op het standpunt dat op bedrijfstakniveau afspraken gemaakt dienden te worden over het aanvullen van de door wettelijke ingrepen verlaagde WAO-uitkering. Nu reppen zij over het in de CAO opnemen van een dringende aanbeveling waarin werkgevers worden opgeroepen samen met de vakverenigingen een voorziening te treffen. De draai van de collectieve regeling (op bedrijfstakniveau) naar een regeling per onderneming is dus al gemaakt. Waar het nu nog om gaat is of de vakbonden in deze ondernemingsgewijze aanpak nog een rol van betekenis spelen of niet.

DAT DE BONDEN hebben afgezien van de bedrijfstakgewijze benadering is een goede stap voorwaarts. Het WAO-drama is voor een belangrijk deel juist veroorzaakt door het collectieve karakter van de regeling waardoor het afwentelingsmechanisme op volle kracht kon draaien. Het introduceren van een semi-collectieve aanvullingsregeling in de WAO zou daaraan niets veranderen. Dat kan slechts als de verantwoordelijkheden komen te liggen op de plek waar de arbeidsongeschiktheid speelt: in de ondernemingen zelf. Een analyse waar bonden in andere sectoren nog niet van zijn overtuigd getuige de opstelling van de ambtenarenbonden die nog steeds een collectieve reparatieregeling nastreven.

Op het moment dat voorzieningen buiten de CAO, maar per onderneming worden geregeld neemt bijna automatisch de invloed van de collectief georiënteerde vakbond af. Voor de betrokkenen is dat wennen. Maar het is een onvermijdelijkheid die voortvloeit uit een onomkeerbaar proces van decollectivisering.