Literaire schoolhelden

Lichtelijk nerveus werpen Mark (16), Maarten (15) en Harry (16), leerlingen van het College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout, nog een snelle blik op hun lijst met vragen. Ze staan in de coulissen van de Jan Steenzaal in het Haagse Congresgebouw en krijgen een laatste instructie van Cees Grimbergen, bekend talkshowleider van jongerenprogramma's op de televisie. ""Ik ben reserve'', fluistert Harry, ""mocht een van de twee flauwvallen dan kan ik zo inspringen.'' Intussen hebben op het podium Mensje van Keulen, Maarten 't Hart en Boudewijn Büch in de klaarstaande fauteuils plaatsgenomen. De zaal is gevuld met zo'n vijfhonderd scholieren. ""Mijn vader is leraar Nederlands en schrijver'', verklaart Maarten, gevraagd wordt waar zijn belangstelling voor literatuur vandaan komt. En Mark zegt: ""Zijn vader is mijn leraar en hij stimuleert ons.'' Goed, concludeert gespreksleider Grimbergen na deze korte introductie, ""het is tijd voor een warm, menselijk interview''. Mark en Maarten kijken gehaast op hun blaadje en vragen aan Mensje van Keulen: ""Schrijft u volgens een vast plan of uit de losse pols?''

Voor de derde keer werd tijdens de Boekenweek in het Congresgebouw Bulkboek's "Dag van de Literatuur' gehouden. Ruim zesduizend scholieren uit alle delen van het land waren ervoor met bussen en treinen naar Den Haag gekomen. Dat hadden er gerust meer kunnen zijn. De animo onder scholen was zo groot dat er geloot moest worden. Dertig schrijvers en dichters, onder wie Hella Haasse, Bart Chabot, Joost Zwagerman, F. Springer, Diana Ozon, Yvonne Keuls, Hubert Lampo, A.F.Th. van der Heijden zijn present om met jongeren te discussiëren, voor te lezen uit eigen en andermans werk, en om samen met collega-schrijvers ondervraagd te worden door scholieren.

Zoals in de Jan Steenzaal de hele dag gebeurt. ""Mijnheer Büch, we gaan nu over tot het diepte-interview'', zegt Mark als het gesprek op gang is gekomen en de ergste zenuwen verdwenen zijn. ""Wij zijn lezers, maar ook televisiekijkers. In uw boeken komt u altijd zo depressief over, maar op de televisie ben u zo vrolijk. Het lijken wel twee verschillende mensen.'' Büch klapt naar voren in zijn stoel en grijpt naar zijn hoofd. ""Nee, dat is dezelfde persoon'', roept hij met aangedikte ergernis de zaal in. ""De Vara heeft me toch niet ingehuurd voor een zelfmoordshow? Natuurlijk hing ik af en toe buitengewoon depressief tegen zo'n beeld aan op het Paaseiland. Maar dat knippen we er later gewoon uit.''

Alle zalen, gangen, trappen en bars en foyers zitten vol scholieren, bij de kraam van een Haagse boekhandel is het dringen. Het programma, waar evenals in de Boekenweek het thema "Het leven geschreven' centraal staat, loopt de hele dag door en wordt afgewisseld met cabaret, film, theater, muziek en een boekenveiling. Boven aan de centrale trap is een redactielokaal ingericht waar deelnemers hun belevenissen of andere zieleroerselen aan de computer kunnen toevertrouwen. Wendy (17) van het Saenredamcollege in Alkmaar, heeft zojuist een in het Engels geschreven gedicht ingeleverd. ""Ik heb het al een tijdje geleden geschreven'', vertelt ze, ""toen ik liefdesverdriet had. Ik beschrijf daarin dat je altijd iemand nodig hebt die van je houdt.'' Wendy is met de hele zesde klas van het Atheneum naar Den Haag gekomen. Ze schrijven allemaal van tijd tot tijd gedichten.

's Morgens hebben ze Jules Deelder gezien (""Ik had hem scherper verwacht''), Bart Chabot (""Overweldigend'') en Marijke Höweler (""Best wel aardig''). Ook al ziet Wendy de schrijvers nu in het echt, ze vindt toch dat de afstand blijft. ""Ik had gedacht dat ze hier rond zouden lopen en dat je ze gewoon kon aanspreken.'' Het maakt voor haar niet zoveel uit of ze ze nu hier in een zaal ziet of thuis voor de televisie.

Merel (16) en Ward (17) van het Murmellius Gymnasium in Alkmaar en Sjoerd (17) van de Marianum Scholengemeenschap uit Groenlo zijn het daar helemaal niet mee eens. Zij vinden het juist zo spannend om al die beroemde schrijvers nu eens in levende lijve te zien. Maar zij drieën hebben ook het voorrecht dat ze als genodigden het "heiligdom' van de Bourgognezaal in mogen, waar ze samen met alle schrijvers, cabaretiers en musici een broodje kunnen eten. Zij hebben meegedaan aan de songtekst-wedstrijd en tot hun verbazing behoorden ze tot de vijftien genomineerden. Uiteindelijk zullen tien songs door gerenomeerde musici op CD gezet worden. ""Er waren wel vijfhonderd inzendingen'', vertelt Merel. ""Ik wist niet dat zoveel andere kinderen ook teksten schreven.'' Zelfs van haar schoolgenoot Ward wist ze het niet, ze kwamen elkaar tegen voor de deur van de directeur toen ze vrij gingen vragen om naar deze dag te gaan. De songtekst van Merel gaat over de oorlog in het voormalige Joegoslavië. ""Ik had beelden op CNN gezien die zo gruwelijk waren en soms moet ik die gedachten van me wegschrijven.'' Ward heeft een tekst geschreven over een jongen die voor de trein springt. ""Ja, ik heb dat wel eens meegemaakt'', zegt hij voorzichtig, ""we wonen vlak bij de spoorlijn.'' Terwijl ze zitten te praten dwalen hun blikken de Bourgognezaal door, op zoek naar hun helden. Sjoerd heeft al een handtekening van Joost Zwagerman en Boudewijn Büch. Ward zegt: ""Daar heb je Jules weer.'' Ze zijn het er alle drie roerend over eens: als je de mens achter de schrijver een beetje leert kennen zet dat aan tot lezen. ""Zo'n Hella Haase'', zegt Merel, ""dat vind ik zo'n fantastische vrouw, zo beschaafd. Ja, dat spreekt me wel aan. Ik heb echt het gevoel dat ik van haar iets kan leren.''