Laatste jaren warmste van de eeuw; KNMI meet verandering van klimaat

ROTTERDAM, 18 MAART. In Nederland is de temperatuur de afgelopen jaren zo hoog geweest dat er gesproken kan worden van "een klimaatverandering, passend in het beeld van een temperatuurstijging door het broeikaseffect'.

Dat concludeert het KNMI in zijn eerste klimaatrapportage die vanmiddag aan minister Maij-Weggen is aangeboden. Het KNMI ressorteert onder het ministerie van verkeer en waterstaat.

Het rapport "De toestand van het klimaat en van de ozonlaag in Nederland', noteert dat de vier warmste jaren van de eeuw in de laatste vijf jaar vielen. Zó warm waren de laatste jaren dat het niet langer waarschijnlijk is "dat de natuurlijke variabiliteit van een niet-veranderend klimaat zo'n groep van warme jaren teweegbrengt'.

Het is voor het eerst dat het KNMI zich zo stellig over een klimaatverandering in Nederland uitspreekt. Tot dusver werden de warme jaren van de laatste tijd als statistisch niet-significant afgedaan. Overigens acht men nog steeds niet het bewijs geleverd dat de waargenomen klimaatverandering een gevolg is van de gestaag stijgende concentraties broeikasgassen als kooldioxyde, methaan en lachgas. Het zou ook een natuurlijke klimaatschommeling kunnen zijn.

Vanaf het eind van de vorige eeuw tot in de jaren zeventig van deze eeuw schommelde de gemiddelde temperatuur in Nederland rond een constante waarde van 9,1 graad Celsius. De gemiddelde temperatuur over de laatste vijf jaar was in De Bilt 10,4 graden. Dat de vier warmste jaren van de eeuw zo dicht bij elkaar liggen wijst op een zekere samenhang, aldus het KNMI. In het wind- en neerslagklimaat zijn tot dusver geen systematische veranderingen aangetoond.

Satelliet- en grondmetingen wijzen uit dat ook boven Nederland de ozonlaag de laatste tien jaar een paar procent is afgenomen. Korte perioden met extra ozonvermindering konden steeds in verband worden gebracht met uitzonderlijke weersomstandigheden. Hardnekkige hogedrukgebieden kunnen de aanvoer van ozonrijke lucht tegenhouden. Belgische en Noorse meetreeksen aan ozon zouden "geen significante neerwaartse trend' vertonen, aldus het rapport.

Maar juist deze week hebben onderzoekers van het Belgische weerinstituut KMI in Ukkel toegegeven dat zij, na statistische verwerking van de uitzonderlijk lage ozonwaarden van januari en februari, die conclusie niet langer handhaven. Ook boven Ukkel wordt de ozonlaag nu significant dunner. Men plaatst de trendbreuk in 1991. Ook de Noorse onderzoekers zouden hun conclusies hebben aangepast.