Kleur bekennen in Marokkaans jongeren-opvangcentrum

Nederland moet deze week laten zien hoe buitenlander-vriendelijk het is. Onder het motto "Nederland bekent kleur' worden in het hele land ontmoetingen, tentoonstellingen, shows en multiculturele maaltijden gehouden.

AMSTERDAM, 18 MAART. De organisatoren hadden "ouders' willen uitnodigen om te praten met van huis weggelopen jongeren, maar op de uitnodiging hadden ze per ongeluk "ouderen' geschreven. Zou het daarom zijn dat gisteren in Amsterdam maar vijf mensen kleur kwamen bekennen in het Marokkaanse jongerenopvangcentrum Darna?

Negen jongens verblijven er momenteel. Allemaal Marokkaans, reden waarom de instelling niet wordt erkend door het ministerie van WVC, dat tegen categorale opvang is. De gemeente Amsterdam gelooft er wel in en subsidieert de veertien plaatsen voor weggelopen jongeren en de zes Marokkaanse groepsleiders.

Mimoun Loukili heeft in 1986 in Darna gewoond, nu is hij er groepsleider. “De jongens komen hier via een andere instelling of ze worden geplaatst door de kinderrechter. In de maximaal negen maanden dat ze blijven, proberen wij het contact met de ouders te herstellen. Verder worden ze zoveel mogelijk gestimuleerd naar school te gaan.” Bij sommigen lukt dat goed, maar Abdoul bijvoorbeeld is vorige maand van school getrapt. “De schuld van de school”, bromt hij vanonder zijn Chicago-Bulls baseball-petje.

Als het buiten donker wordt, gaan de jongens aan tafel. Het is de maand van de Ramadan, die moslims gebiedt te vasten en zich seksueel te onthouden van zonsopgang tot zonsondergang. De tafelgesprekken gaan in Nederlands en Arabisch door elkaar - “Wil jij nog thee?” “La, shokran.”

Op de tv verliest PSV kansloos. Het laat de jongens koud. De dag ervoor werd Ajax uitgeschakeld en dat vonden de meesten prachtig, zegt Anouar. Abdoul was wel voor Ajax. Toen ze niet verder kwamen dan 1-0 is hij naar buiten gerend. “Ik wilde vechten, zo boos was ik. Toen Ajax vorig jaar kampioen was - boem boem.” Dat vond hij mooi, dat had dit jaar weer moeten gebeuren. Ja, zegt Anouar, dan kon hij weer winkels plunderen in de Leidsestraat. Nee, nee, helemaal niet, protesteert Abdoul met een scheef lachje.

Anouar (17) woont sinds januari in Darna. Eind 1991 liep hij weg bij zijn moeder. Marokkaanse jongens, legt hij uit, hebben niet alleen te maken met een generatiekloof maar ook nog eens met een traditiekloof. Hij is geboren en getogen in Nederland, zit nu in de vierde klas van het HAVO en spreekt Algemeen Beschaafd Nederlands, al hebben anderhalf jaar welzijnswerk hun sporen nagelaten in zijn woordkeuze. “Als je jong bent wil je je grenzen verleggen. Als je moeder steeds dingen verbiedt, raak je gefrustreerd en met die frustraties kun je nergens naartoe.”

De problemen van de jongens komen op veel punten overeen en dat is de reden dat Darna heil ziet in het apart opvangen van Marokkaanse jongens. Meestal hebben ze met hun moeder in Marokko gewoond, terwijl hun vader in Nederland werkte. Daar hadden ze veel zelfstandigheid, maar zo gauw ze in Nederland komen, worden ze kort gehouden door hun vader. “Marokkaanse ouders vinden dat de Nederlandse maatschappij veel te veel verleidingen biedt aan de jongens”, zegt groepsleider Jamal el- Ahmedi. Bovendien blijkt de vader, die altijd zo belangrijk scheen als hij in de vakantie naar Marokko kwam, in Nederland minder voor te stellen. De jongeren verliezen hun respect voor hem en komen in opstand. Alle jongens om de groepsleider heen knikken.

Otman, klein en ernstig, is weggelopen omdat hij van zijn stiefmoeder altijd moest schoonmaken. Zoveel, dat hij problemen kreeg op school. Nu is hij bijna zeventien en zit nog in de tweede klas van het VBO. Hij wil nooit meer terug naar huis.

Via gespleten gezinnen, uitgaansmogelijkheden en zoenen op straat, komt het gesprek op het ritueel van de ontmaagding. Een van de groepsleiders weidt er over uit, tegenover hem houdt M'Barek zijn handen op zijn oren om in hemelsnaam maar niet te horen wat hij zegt. Otman en Rachid giechelen en Mohammed zegt streng dat hij is gekomen om over discriminatie te praten. De jongens hebben het gevoel dat ze als Marokkanen permanent verdacht zijn. “Als op straat een groepje Nederlandse jongens loopt, denken mensen dat ze naar het voetbalstadion gaan”, zegt Anouar. “Als ze een groepje Marokkanen zien, denken ze dat het een bende is.”