Katholiek Nederland al decennia in crisis

ROTTERDAM, 18 MAART. Drie vacante bisschopsvacatures. Een kardinaal die steeds meer de indruk wekt de greep op de Nederlandse kerkprovincie te verliezen. Een paus die krampachtig probeert diezelfde kerkprovincie, waar de kerken leeglopen, naar zijn hand te zetten. Waar veel gelovigen zeggen: "Wij zijn zelf kerk, wij laten ons niets meer gezeggen.' Waar het ambt van bisschop aan gezag heeft ingeboet.

Alle ingrediënten zijn aanwezig om te spreken van een crisis binnen de rooms-katholieke kerk. Maar die crisis is niet ingezet met het onverwachte vertrek, in januari, van bisschop Gijsen van Roermond. Ook niet met het aftreden, afgelopen zaterdag, van bisschop Bär van Rotterdam. De crisis dateert van eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Althans, toen werd dat in Nederland duidelijk.

In Rome kreeg de toenmalige kardinaal Alfrink, aan de vooravond van het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), al het verwijt te horen dat hij te progressief zou zijn. Maar hij stond sterk èn hij had gezag. De eerste tekenen van de crisis werden in Nederland zichtbaar tijdens het pastoraal concilie in Noordwijkerhout dat in 1965 begon en vijf jaar zou duren.

Rechts katholiek Nederland begon zich teweer te stellen tegen het progressieve elan dat dit concilie uitstraalde. Met succes, zoals bleek uit een aantal bisschopsbenoemingen in de jaren daarna. Benoemingen die, zoals in het geval van Gijsen, in 1972 wel leidden tot een ernstige crisis binnen de bisschoppenconferentie.

Twee jaar eerder was in Rotterdam Simonis door de paus benoemd. Möller kwam in Groningen, Bomers in Haarlem, Ter Schure in Den Bosch, Bär in Rotterdam, Simonis werd aartsbisschop van Utrecht. Het zouden jaren worden van polarisatie. Jaren waarin de discussie over bijvoorbeeld het celibaat en de plaats van pastoraal werkers en de vrouw binnen de kerk, leidde tot verscheurdheid. De dialoog was overboord gezet, onvoorwaardelijke trouw aan het leergezag werd het uitgangspunt. Het betekende het einde van de eenheid binnen de kerk. Kardinaal Simonis bleek onvoldoende in staat de partijen bij elkaar te houden - integendeel, het leek erop alsof hij dat ook niet wilde.

In 1985 werd de progressieve de Acht Mei Beweging opgericht. Twee dagen voor het pausbezoek organiseerde deze beweging een bijeenkomst voor progressieve gelovigen. Het was de bedoeling dat dit een eenmalige gebeurtenis zou zijn. Maar de behoefte om "op eigen wijze kerk te willen zijn' bleek zo groot dat de bijeenkomst sindsdien jaarlijks plaats heeft.

Ter rechterzijde liet men zich evenmin onbetuigd. Bisschoppen als Gijsen en Ter Schure zetten zich onvoorwaardelijk af tegen progressieve geluiden. Hun collega's Ernst en Bär daarentegen probeerden, met wisselend succes, te laveren tussen die twee uitersten en de dialoog op gang te houden. Van Ernst was dat te verwachten: al bij zijn aantreden in 1967 werd hij getooid met het etiket "progressief'. Bij Bär lag dat anders. Hij stond te boek als conservatief en ter rechterzijde werd zijn benoeming, in 1983, dan ook als een overwinning voor dè kant gezien.

Maar allengs evolueerde Bär en werd hij, gelijk koning Willem II, van conservatief tot liberaal. Voor de preciezen binnen de rooms-katholieke werd hij de verpersoonlijking van het verraad aan het leergezag. Bisschop Ernst zei gisteravond in een televisie-interview dat hij aan Bär had gevraagd: Waarom vallen ze jou lastig en mij niet? Het antwoord is dat "ze' van de als progressief bekend staande Ernst al nooit iets hadden verwacht maar van Bär wel. "Ze' voelen zich verraden.

Bisschop Bär leefde als beheerder van de media-portefeuille bijvoorbeeld op gespannen voet met P. Derksen, voormalig eigenaar van Sporthuis Centrum (het huidige Center Parcs). Multimiljonair Derksen koestert al jaren plannen voor een eigen roomse omroep naar het voorbeeld van de Evangelische omroep. Hij zag zijn ambities gedwarsboomd door Bär die weliswaar kritiek had op KRO - en dan vooral op de invulling van de RKK-zendtijd - maar toch met deze omroep bleef samenwerken.

Derksen - oprichter van de Stichting Getuigenis van Gods Liefde en van het Katholiek Nieuwsblad - deed eind vorig jaar in het katholieke blad De Bazuin nog een felle, persoonlijke aanval op Bär. Hij noemde de bisschop “het grote struikelblok”, en “een hopeloos geval”. “Ik heb jarenlang met deze mediabisschop gesproken, maar je komt er niet verder mee”. Derksen wijst iedere betrokkenheid bij de huidige affaire rondom Bär van de hand, evenals andere conservatieve groeperingen zoals Opus Dei en de Vereniging voor Latijnse liturgie.

Ook binnen zijn eigen bisdom stuitte Bär op verzet. Naar verluidt passeerde hij priesters bij benoemingen en verbande hij ze naar afgelegen parochies. Hij werd steeds kwetsbaarder naarmate de geruchten omtrent zijn prive-leven sterkerwerden. Zijn vertrek is andermaal uiting van de crisis die al decennia heerst in de Nederlandse kerkprovincie.